Hartklep

Veertiende Hoofdstuk

2005 – 61 jaar

No Dan, you will not die, fluister ik in zijn oor. Door mijn hoofd gonst het nee, nee nee dat mag niet gebeuren. Het duurt even voor ik helder kan denken.
Aan een zuster vraag ik naar een dokter en loop snel in de richting die ze wijst. Een man in een witte jas zit half verdoofd achter een soort bureau what is the best hospital in town? vraag ik.

in Australia

Na enig aarzelen komt een antwoord. Ik zeg dat Dan daar zo snel mogelijk naartoe moet. Hij wil voor mij bellen. Creditcard please.
Even later ligt Dan in een ambulance en rijd ik met vader en moeder door het drukke stadsverkeer richting een particulier ziekenhuis. Daar wordt hij onmiddellijk naar de intensive care gebracht. Voorlopig zie ik hem niet meer.
Ik hoor later dat hij was opgegeven. Met de familie rond zijn bed werd afgeteld.

Bij het eerste bezoekmoment vertelt de Chinese arts wat zijn kansen zijn: 50%. Volgens hem heeft hij een vorm van malaria en zijn alle vitale organen inmiddels aangetast.
Schuin aan de overkant van de weg neem ik een hotel. De volgende dag is een bezoek van maximaal een uur mogelijk. Dan lijkt er iets beter uit te zien maar een gesprek zit er niet in. Overdag denk ik over onze band. Die is hecht en heel rijk. Dan is niet alleen een vriend maar ook een geweldige zoon!
Na ruim een dag krijgt hij een eigen kamer. Na drie dagen kan hij het ziekenhuis verlaten, zijn herstel gaat razendsnel. Op zijn kamer volgt een afscheid in de vorm van een soort ceremonie. Een groep personeelsleden die hem behandelde komt in een halve cirkel om het bed staan. Een toespraak volgt, zelfs een lied waarvan de inhoud mij volledig ontgaat. Als aandenken krijgt hij een soort bokaal.

In Nederland besluit ik serieus verder te denken over mijn woonplaats in de toekomst. Australia? Bali? Thailand? Ik besluit een jaar te gaan reizen, zeg de huur op van de woning in het hofje. Familieleden en vrienden pols ik of ze bezwaar hebben dat ik tijdelijk ingeschreven sta op hun adres voor correspondentie. Vier maal hoor ik nee. Excuses: vanwege de hypotheek, korten van een uitkering, vervelende ervaringen en tegenstribbelende partner.
Teleurgesteld zoek ik op internet of er ergens in het land iets goedkoops te koop is. Het lijkt een onmogelijke opgave. Maar tot mijn verrassing vind ik in Heelsum een flat in een senioren complex voor minder dan 20.000 euro. Ik stal op station Bijlmer in Amsterdam een fiets zodat ik na bus en trein in mijn vertrouwde stad mobiel ben.

In de flat is het een paradijs van rust. Tijd om dieper over het verleden na te denken. Over wat zich vroeger aan de gracht allemaal heeft afgespeeld. Aan het trauma dat Dirk mij bezorgd heeft. Ik besluit hem een brief te schrijven. Jammer dat ik hem niet in Singapore heb opgezocht toen hij daar werkte voor de Shell.
In de brief roep ik de herinnering op aan de water-boarding die ik als kind gedwongen door hem moest ondergaan. Kindermishandeling. Ik stond doodsangsten uit.
Omdat reactie op mijn eerste twee brieven uitblijft besluit ik deze poging tot communicatie af te ronden met een derde. Vooraf kondig ik aan bij opnieuw zwijgen deze brief te publiceren.

3e brief


Ook op deze brief komt geen reactie.
Ik kan niet anders dan constateren dat broer Dirk evenals mijn moeder behoort tot een groep mensen die kinderen (anderen) iets gruwelijks aandoet, vervolgens zwijgt of geen herinnering erover heeft. Wel vriendelijk lachen maar empathie missen. Die nooit gestraft worden voor hun criminele daden.

Vanuit Renkum fiets ik naar de natuurwinkel in Wageningen. Met een drietal dames in het senioren complex speel ik bridge. Wandel door bossen in de omgeving. Medebewoners zijn meest ouder dan ik en hebben allerlei gebreken.
Echt thuisvoelen doe ik me niet. Ik verlang voortdurend naar Amsterdam of naar Dan in de tropen. Ben blij wanneer de winter in zicht komt.
Met psycholoog Dennis en architect Graham voer ik aangename gesprekken en deel mijn twee boeken uit. In januari ben ik inmiddels gewend bij het jaarlijks grand slam tennis spektakel aanwezig te zijn.

Omdat Dan een vaste baan heeft is het eenvoudig een tweeweekse trip naar Nederland te organiseren. Hij krijgt de garantie bij terugkomst opnieuw te kunnen werken bij Chivasom.
In de volvo rijden we naar mijn geboortestad Leiden en bezoeken keukenhof, voor mij de eerste keer in mijn leven. Samen genieten we van de geweldige hoeveelheid bloemen. Dan krijgt er geen genoeg van.
Terug in Thailand werkt hij zich opnieuw over de kop. De directie wil alleen door hem gemasseerd worden. Regelmatig vinden bloedcontroles plaats voor het personeel. Wanneer op een dag een resultaat op papier voor mij onduidelijk is begin ik me ongerust te maken. Er is iets met zijn bloed aan de hand. Samen gaan we naar een internationaal ziekenhuis in Bangkok. Opnieuw een bloedtest. met als uitslag HIV positief. Het is duidelijk dat Chivasom de vorige test wat verdoezelde om hem niet kwijt te raken. Het beleid is dat hij met deze uitslag onmogelijk langer in de spa kan werken.

Ik ben woedend, wil naar zijn werkgever stappen maar doe het niet. Besluit dat het beter is de energie te gebruiken om na te denken over zijn toekomst.
Hua Hin is inmiddels niet meer het aardige vissersplaatsje aan zee dat ik met Fons jaren geleden ontdekte. Te veel toerisme en verkeersdrukte verstikken de atmosfeer. Huizen en resorts worden volop door en voor buitenlanders gebouwd en wegenaanleg blijft achterwege gezien de beperkte ruimte.
Franse vriend Bernard met wie ik regelmatig bridge speel vertelt een flat aan zee te hebben gekocht in Rayong. Volgens hem is het is daar beduidend rustiger en ook betaalbaar.
Ik adviseer Dan zijn huis te verkopen en terug te gaan naar zijn ouders in het binnenland. Wanneer ik in Nederland ben heb ik meteen de zekerheid dat hij goed wordt opgevangen als iets met hem gebeurt.
Bij een van de bloedcontroles krijgt hij te horen dat hij nog tien jaar te leven heeft. Dat is slikken. Telkens wanneer ik iemand vertel over het moment in het ziekenhuis dat hij zegt dood te gaan komt er een lawine van emotie naar boven die mijn keel afsluit en voel ik een diep verdriet.

It is in the middle of nowhere zegt Stephen wanneer hij op internet de plaats opzoekt in het binnenland waar de familie van Dan woont. Hij laat bomen weghalen op een stuk land in de jungle waar een huis komt niet ver van zijn ouders, zijn twee broers en zus. Het land grenst aan een meertje.
Het dorp ligt iets verderop, waar steeds meer houten huizen vervangen worden door beton. Ik ben een stadsmens en dus is het wennen aan dit rustig landelijk leven met koeien en landerijen vol ethanol, mais en suiker velden. Voor rijst is het hier iets te droog.
Toeristen zijn hier niet. Engels spreekt alleen Dan. Thais is voor mij te moeilijk om te leren. Het is een klanktaal evenal het Chinees. Vrij snel leer ik Jerry, een Amerikaan kennen die getrouwd is met een Thaise vrouw. Hij heeft de taal leren spreken in de tijd van de Vietnam oorlog in Kon Kaen. Toentertijd was hij bij de verbindingstroepen gestationeerd en besloot op dat moment wanneer hij gepensioneerd was hier te gaan wonen. Zijn vrouw runt een soort kruidenierszaak.

Voor mij is het elke dag een gezond loopje van een half uur. We babbelen over wat we doen, wat we denken vanuit onze cultuur. Hij komt uit de hitte van Arizona. We maken grapjes zoals de twee oude mannetjes op het balkon in de Muppet show. Ook analyseren we ontwikkelingen in de westerse maatschappij die we opvallend vinden, zoeken naar overeenkomsten en verschillen.
Jerry loopt altijd rond in kleding die mij doet denken aan een missionaris. Het grappige is dat hij ook daadwerkelijk als doopsgezinde het christendom in zijn omgeving aan de man probeert te brengen. Met plaatjes op de binnenkant van de winkeldeur. Niemand heeft belangstelling.
Het is lief wanneer hij en zijn vrouw rond kerstmis kinderen gratis ijsjes en snoep aanbieden. Niemand kent hier het kerstfeest.

Jerry vertelt me op een dag dat hij een gezondheidscheck heeft gedaan in Khorat gezien zijn leeftijd. We zijn even oud. Ik besluit zoiets ook een keer te doen, in een ziekenhuis in Bangkok. Op die testdag deed zich een verontrustend verschijnsel voor. Na een tijdje trappen op een hometrainer kwam de arts met een papier waarop mijn hartslag te zien was. Volgens de man in witte jas was iets niet helemaal goed. Hij stuurde me door naar de hartafdeling waar een hartspecialist sprak over mogelijk ingrijpen. Hij liet het woord dotteren vallen en ik dacht direct: dit gaat veel te vlug. Willen ze snel verdienen aan mij?

Terug in Nederland stap ik naar een hart kliniek aan het ijsbaanpad in Amsterdam om opnieuw een traptest te doen op een hometrainer, als second opinion. Wie schetst mijn verbazing! Met mijn hart is niets aan de hand. Opgelucht haal ik adem. Voor de zekerheid laat de specialist een echo maken. Op een scherm zie ik het kloppen van mijn hart. U heeft een lekkende hartklep zegt de vrouw achter het toetsenbord. Ziet u wel? Ik zie van alles bewegen maar kan het niet plaatsen. Komt u voor de zekerheid over een jaar terug is het advies.
Twee achtereenvolgende jaren doe ik dat en de situatie blijft ongewijzigd. Misschien bent u ermee geboren. De kliniek bezoek ik niet meer.

In Renkum verlang ik steeds meer naar Amsterdam. En als een wonder kan ik plotseling een huis huren van een woningcorporatie in oost. Een verbouwd winkeltje. Charles en Marianne zijn zo aardig mij terug te verhuizen.
De ruimte is klein maar past bij mijn voornemen alleen de zomermaanden hier te zijn. Fietsen in de omgeving en lopen in de stad.
Na aankomst wil ik dolgraag weer mijn moedertaal horen en spreken maar dat valt in dit stadsdeel behoorlijk tegen. Ook het Hollandse gevoel in het centrum is minder. In voor mij relatief korte tijd is de binnenstad duidelijk veranderd van sfeer. Toeristen zijn nu overal te vinden en op veel plaatsen hangt een penetrante etenslucht die mij doet denken aan het tennis evenement in Melbourne waar ik elk jaar meer mensen, meer eetgelegenheden, meer vermaak, meer winkels zie en het ontspannen gevoel rustig een tennispartij uit te zoeken nauwelijks nog mogelijk is. Commercie en nog eens commercie. Geweest zijn schijnt daar voor bezoekers belangrijker geworden dan genieten van toptennis. Wat zoek ik tussen mensenmassa’s in rijen wanneer een plaatsje op een tribune niet meer te vinden is? In de binnenstad voel ik me ook niet echt meer thuis.

In boekhandel Scheltema dwalen op een dag mijn ogen over titels van boeken die rond het bordje actueel zijn gestapeld. Healing the bodyhealing the pain, subtitel The Mindbody Prescription, van de arts John E Sarno. Ik blader en lees dat deze dokter na zo’n twintig jaar ervaring met patienten, een theorie heeft ontwikkeld over pijn. Kennis uit ervaring. Ik koop het.

boek


Na een vluchtige bestudering van dit boek sluit ik de ogen. Met Wilco, zoon van Wim speelde ik een aantal malen squash. Zo goed was ik niet, het ging mij voor de lol, voor spelplezier en conditie. Het leeftijdverschil was groot.
We begonnen altijd met ontspannen inslaan, ik ziet het weer voor me.
Na verloop van tijd een partijtje. Hij kwam telkens voor. Opeens, zonder aankondiging voelde ik dan een kracht die ergens vandaan kwam en als vanzelf vertaalde het zich in niet voor te stellen snelheid in lopen en klappen.
Onder de douche keken we ontspannen terug en maakten een nieuwe afspraak. Dat meppen tegen het eind gebeurde telkens opnieuw. Alsof mijn leven ervan afhing.
Ik open de ogen. Nooit sprak ik met die neef over het verleden met zijn vader. Ik weet nog dat ik toen dacht dat het kwam om een balans te herstellen. Dat ik de kwaadheid van vroeger eenvoudig weggeslagen had.

Bij Stephen begin ik te vertellen over mijn verleden thuis. Hij wordt onrustig en op een vraag hoe zijn verhouding met ouders en zusters was wil hij niet praten. Allemaal goed. Waarom hij hierover niet wil praten weet ik niet. Het lijkt erop dat hij een rustige oude dag periode wil ingaan nu hij geen preken meer geeft in de kerk.
Het is dan ook niet verrassend dat hij en John vertellen het wonen in de stad niet meer te zien zitten en een huis hebben gekocht in een van de kustplaatsen aan de baai. Met vanaf het terras een prachtig uitzicht. Aan de horizon zijn de wolkenkrabbers van de city te zien.
Op een dag vraagt Stephen waar nu eigenlijk mijn woonplaats is met al dat vliegen naar Australia en Thailand. Ik hoor mezelf zeggen: in het vliegtuig.

uit:
autobiografie

Vijftiende Hoofdstuk
Bedrog

OVERZICHT leesvoer




Ontdek meer van joopbrussee.com

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.