Vijftiende Hoofdstuk
2017 – 73 jaar
In Nederland fiets ik elke dag zowel binnen als buiten Amsterdam. Kijk naar goede films in Rialto. Maak een afspraak met een oude vriend zoals Annet of Conny, neef Luc in Groningen. Luc is de enige van de familie met wie ik communiceer. Zo lees ik in een mail van hem dat Bep, de vrouw van Sam is gestorven. Na een jaar bel ik Sam, wil mijn broer weer zien.

Sam woont in een flat, in een complex voor visueel gehandicapten in Wolfheze. Het weerzien is als vanouds. Alsof ik teruggezet ben in het eind van mijn tienertijd toen ons contact ijzersterk was.
Hij laat oude fragmenten horen die we toen opnamen. Ik lees voor wat ik schrijf over vroeger, over het pesten van Wim en de acties van Dirk zoals de water boarding. Is dat echt gebeurd Joop vraag hij. Ja Sam, dat heb je gemist, niet gezien.
We praten over de cultuur thuis waar gevoelens onderdrukt werden. Onze handen vinden elkaar als vanzelf op weg naar het restaurant voor een lunch. Net als toen voel ik niets, nog steeds professioneel zoals vroeger.
Hij is ook blij met mijn komst merk ik. Hij draagt nog steeds de baard die ik mij herinner van ons gesprek in Roermond. Zijn buik is in omvang flink toegenomen. Wanneer ik daar een opmerking over maak zegt hij we gaan toch niet de hele tijd over mijn buik praten. Hij weet nog steeds een sfeer licht te houden.
Vanuit Amsterdam oost waar ik me vanaf het eerste moment een buitenlander voel besluit ik te verhuizen naar een flat die goedkoper is en meer aansluit bij wat ik me voorstel: een soort pied a terre. Opnieuw, voor de derde keer in mijn leven woon ik in Zuidoost. Op de fiets is de afstand tot de stad prima te doen.
Wanneer ik bij een zekere windrichting door de ruit vliegtuigen op mij af zie komen die recht boven mij overvliegen vraag ik me af of de beslissing hier te gaan wonen verstandig is geweest. s’ Avond schijnen plotseling twee grote spots de flat in wanneer de lichten van een vliegtuig aangaan. Het doet mij denken aan de ramp van El Al in de Bijlmer die ik van dichtbij meemaakte en zie opnieuw de grote vuurzee weer voor me. Nee, dit voelt niet goed.
Zo snel mogelijk keer ik terug naar Thailand. Heb het geluk nog het land in te komen voordat restricties worden ingevoerd in verband met de wereldwijde paniek rond een of ander gevaarlijk virus zoals dat op de telvisie wordt verteld.
In het binnenland op het platteland heb ik nergens last van en voel me vrijer dan in mijn vaderland. Ik lees dat het internationale reizen steeds moeilijker wordt gemaakt.
In de lente neem ik het besluit later dit jaar niet de hollandse zomer op te zoeken. Ik wil geen last hebben van welke poppenkast ook. Aan mijn lijf geen polonaise, een kreet van Wim herinner ik me. Geen staaf in de neus, geen test, niets van dat alles.
Dagelijks volg ik het nieuws en merk vrij snel dat al het gedoe rond een zogenaamd gevaarlijk virus stinkt. In de hele wereld worden gerichte kul acties uitgevoerd, overduidelijk aangestuurd met een bepaald doel.
Dan en ik rijden in de auto naar de supermarkt en vandaar direct weer naar huis. We worden geacht tijdens het winkelen iets voor onze mond te doen. Bij de ingang staat een medewerker met een soort speelgoedpistool die op ons voorhoofd wordt gericht. Onze lichaamstemperatuur is altijd normaal. Het mondkapje doe ik half over mijn neus waardoor ik via mijn mond normaal blijf ademhalen. Ik heb geen behoefte aan een benauwd en verstikkend gevoel tijdens het boodschappen doen.
In deze periode komt het idee op te gaan schrijven. In de eerste plaats over wat voor theatrale waanzin zich op dit moment aan het afspelen is. Ik baseer me op wat ik lees, zie en hoor. Ook wil ik vertellen over mijn verleden, als een vorm van therapie. Een boek schrijven trekt mij niet meer na alle ervaringen met die twee studieboeken bij een uigeverij. Verhalen vertellen, daar heb ik wel zin in. Ik open een website. Charles helpt.
Ik experimenteer, wil gedachten en twijfels kwijt over dat wereldwijd virustheater. Fantaseer luchtige dialogen en pas die aan wanneer ik weer nieuwe informatie krijg. Omdat ik niet aan sociale media doe blijft het lezen van mijn teksten behoorlijk beperkt.
Op televisie is het enige westerse kanaal dat ik kan ontvangen een Franse zender. Maar het dagelijks bombardement met pandemie nieuws met een eindeloze loopkrant aan de onderkant van het scherm met paniekzaaiende teksten begint me te irriteren. Het tv toestel geef ik weg.
Via sites volg ik wat zich in het vaderland en de wereld afspeelt. Mijn dagelijkse loop naar Jerry wordt een soort achter het nieuws. Wat is er nu weer voor onzinnigs gebeurt? Kan het nog erger? Jerry hoort aan wat ik lees en hij houdt me op de hoogte van het nieuws uit zijn geboortestreek Arizona, waar zijn zoon woont. We schudden vaak onze hoofden.
Vanaf het begin zijn we het eens dat teveel van het mainstream media niet in de haak is. Het wantrouwen zorgt ervoor dat we telkens vanuit verschillende invalshoeken tegen het nieuws aankijken en telkens tot eenzelfde conclusie komen: hier is sprake van een wereldwijde duistere regie! Bijna dagelijks vragen we ons af of we soms niet bij de neus genomen worden. Avondklokken? Lock downs? Stickers waar je mag lopen enz. Is er soms sprake van een heel, heel grote misleiding? Waarom toch dit grote circus? Verdienmodel of gedragssturing?
Mijn dagelijkse yoga oefeningen van een uur met gecontroleerde ademhaling voor het ontbijt houden angsten op afstand. Want dat is wat nu nodig lijkt, je wapenen tegen angstbombardementen, zorgen uit een angstgreep te blijven.
Zijn vrouw van is doodsbang vertelt Jerry. Maar ondanks dat hij haar angst niet deelt draagt hij tijdens onze ontmoetingen zelfs buiten voor de winkel een mondkap. Soms frunnikt hij eraan en schuift die lap half naar beneden en ineens weer naar boven. Een Nederlander die een varkensbedrijf iets verderop runt en soms aan onze tafel veel bier komt drinken vraagt waarom ik niets voor mijn mond heb. Ik doe niet mee aan die flauwekul. Eindelijk kan ik iets kwijt in mijn eigen taal.
Op een dag zie ik bij de kassa Jerry het papieren geld besproeien met alcohol en daarna netjes droogvegen. Opdracht van zijn vrouw. Zij kijkt enthousiast uit naar een aangekondigd vaccin.
Jerry begint zich zorgen te maken wanneer zij na de eerste prik vreemde uitslag krijgt op haar borst. Ik benijd hem niet, prijs me gelukkig met het flinke stuk grond waarop ik in alle vrijheid woon.
Gelukkig is Dan bang voor een naald, voor injecties. Zijn moeder ook. Ik begrijp dat kinderen op school als vanzelfsprekend een prik krijgen. Krijg daarover direct een heel naar gevoel ook al weet ik dat de meeste injecties hier niet dezelfde zijn als die in het westen.
Dagelijks volg ik een show van Jensen, luister naar gesprekken op cafe Weltschmertz. Lees kritische artikelen van sites met nieuwe informatie. Door het nuttigen hiervan ben ik blij dat we nergens aan meedoen.
Stephen heeft geen probleem met alle maatregelen lees ik in een mail, hij volgt gehoorzaam alle instructies van de autoriteiten op. Ik schud mijn hoofd.
Mijn beslissing betekent dat reizen naar Nederland voorlopig niet zal gebeuren. Bij terugkomst een periode opgesloten doorbrengen in een hotelkamer? Ik kan iets leukers bedenken.
Jammer dat Charles, die mij eind vorige eeuw de ogen opende met zijn verhalen over de macht achter de macht op dit moment helemaal meegaat in het propagandaverhaal in de media en als de dood lijkt voor dat zogenaamde virus waarvan de ernst te vergelijken is met de griep begrijp ik intussen.
Ik maak uit mails van Eugene op dat de kinderen van Sam ook direct gehoorzamen en een prik halen. Wanneer ik zijn dochter waarschuw komt een wonderlijke reactie: ze is blij met de rust op straat ’s avonds.
Aan de telefoon klinkt Sam prettig nuchter: nee, ik geen prik. In lijn met moeder die voor een griepseizoen nooit geprikt wilde worden. Toen ze voor de druk van buiten eindelijk bezweek stierf ze een paar maanden later.
Uit berichten begrijp ik dat in Nederland de samenleving in rap tempo polariseert. Naast de grote massa die alles gelooft en doet wat de overheid voorschrijft groeit een groepje dat zichzelf wakker noemt en zegt alle propaganda te doorzien. Volgens deze wakkeren zorgt de overheid intussen steeds meer macht te krijgen en controle invoert uit naam van veiligheid.
Bij ons zie ik steeds meer mensen met de mondkap naar beneden geschoven. Langs de weg liggen ze als afval. Niemand houdt afstand van elkaar zoals de stickers op de grond op plaatsen aangeven. Niemand zie ik ook naar die aanwijzingen kijken. Wanneer ik op bankjes en urinoirs kruisen zie schud ik mijn hoofd.
Zoveel mogelijk doe ik mijn best de angstaanjagende informatie langs mij heen te laten gaan. Informatieoorlog lijkt het belangrijkste woord op dit moment. Om feitelijk juiste informatie te krijgen moet je moeite doen. Zoeken, lezen en luisteren. Het vormt lange tijd een dagvulling.
Wanneer de einddatum van mijn visum in zicht komt besluit ik van een soepele regeling gebruik te maken en in Thailand een jaarvisum aan te vragen. Voorlopig hoef ik dan niet meer richting het westen waar het nog steeds een verre van frisse omgeving is: verdeel en heers tijden bloeien.
Om het eentonige leven te ontvluchten rijden Dan en ik regelmatig naar zee in het zuiden, naar Hua Hin of Ban Phe. We hebben nooit van iets last.
Ik raak gewend aan de controle op lichaamstemperatuur bij de ingang van elke supermarkt. Dan doet zijn best de adviezen van de overheid keurig op te volgen. Ik voel me soms een klassieke rebel.
Vanuit Nederland komen gruwelijk en beangstigende berichten. Uit de mond van een minister die de tweede kamer uitkwam hoor ik dat al de maatregelen zijn vanwege gedragsverandering. Ineens begrijp ik het een en ander. Hoe is het mogelijk dat alle journalistieke neuzen in dezelfde richting staan!?
Luc mailt dat hij zich niet kan voorstellen dat er wereldwijd een coup aan de gang is. Dan zouden daar zoveel mensen bij betrokken moeten zijn. Dat is niet voor te stellen.
Nooit heb ik in mijn leven belangstelling gehad voor geopolitiek. Maar dat verandert door het kijken naar een gesprek van Karel van Wolferen, een oud journalist en de emeritus hoogleraar Kees van de Pijl. Ik krijg van het tweetal inzage in plannen voor een wereldregering, een one world toekomst. Karel waarschuwt voor een voorgeschreven werkelijkheid. Zegt dat wat er gebeurt heel, heel extreem is. Onvoorstelbaar en buitengewoon verontrustend.
uit:
autobiografie

Zestiende Hoofdstuk
Knuffels

Ontdek meer van joopbrussee.com
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.