Zestiende Hoofdstuk
vanaf 2024 – 80 jaar
Ik besluit mijn flat in het vaderland op te zeggen. Charles draagt zorg voor de afhandeling. Hij geeft spullen met waarde mee aan Eugene om in familiebeheer te houden. Aan de telefoon vertel ik Sam geen idee te hebben of ik ooit nog naar Nederland kom.

Een half jaar later krijgen Dan en ik bezoek van twee voor mij onbekende dames uit Nederland. Het blijkt dat ze vanuit de svb komen controleren of mijn woongegevens voor de aow zoals ik die telefonisch heb opgegeven wel kloppen. Ik denk: gezellig, bezoek uit het vaderland en weer eens mijn taal spreken. Uitgebreid laat ik mijn leefruimte zien: een tuin, mijn bungalow, een terras aan het water. Dan schudt twee kokosnoten uit een boom en terwijl ze hun dorst lessen vraag ik of ze volgend jaar opnieuw komen. Ze zijn verrast met de vraag. Het antwoord is mogelijk. Het grapje komt niet over.
Dagelijks lopen twee jongens naar een terras naast de keuken voor een praatje met Dan. Een van de twee, Menni pingelt op een gitaar. Niet om aan te horen. Ik vraag of ze zin hebben snooker te spelen.
In mijn studio doet zich plotseling een nogal verrassend verschijnsel voor. Zomaar draaien Menni en ik soms naar elkaar toe voor een knuffel. Zomaar. Het gaat vanzelf. Het lijkt of het onzichtbaar geregisseerd wordt. Van een emotie of begin van vrijen is geen sprake. Uit het niets, vanuit een onbegrijpelijke vanzelfsprekendheid. Terwijl een knuffel voor mij verre van vanzelfsprekend is.
Een paar dagen later komt Menni vroeg in de ochtend langs. Opnieuw spelen we snooker. Opnieuw knuffels. Hij zegt afscheid te nemen omdat hij gaat werken in de grote stad. Zo wandelt hij verrassend in en uit mijn leven.
In januari plan ik voor de zomer een reis naar Nederland. Restricties zijn opgeheven. Het voelt als op vakantie gaan. Het is vreemd om geen huis meer te hebben in het vaderland. Of het een afscheidsreis wordt blijft onzeker. Er gebeurt veel in de wereld en vooral in Europa.
Het belangrijkst is dat ik Sam weer zie. En naar Dirk wil ik om een gesprek af te dwingen waarin we beide ons kraanverhaal van vroeger kunnen vertellen. Zonder rancune nu van mij uit. Natuurlijk ben ik benieuwd naar Amsterdam, naar mijn overgebleven vrienden. Via de mail kondig ik aan sommigen mijn komst aan.
Bij Charles kan ik logeren. Ik hoop oud cursist Marianne in Noordholland weer te zien, vriend Bert in Zeeland op te zoeken. Aan Luc stel ik voor bij Gerda en hem mijn 80e verjaardag te vieren. Han, de vriend van Lidy vertelt in een mail dat zij overleden is.
Voor het zover is komt oud cursist Philip een bezoekje brengen. Hij volgde bij mij de opleiding voor tv regisseur. Enthousiast kijk ik uit naar zijn komst in februari. Zijn vrouw Jeanette heb ik nog nooit ontmoet. Ze komen een paar dagen logeren. Philip heeft veel aan mij te danken zegt hij, beschouwt mij als een goeroe. Jeanette blijkt een schat.
Het verbaast me niet dat het tweetal het geweldig met Dan kan vinden. die zoals gebruikelijk zijn best doet met koken. Tijdens drie onvergetelijke dagen hebben we veel plezier en eten voortreffelijk Thais. Onverwacht komt bij mij een grote hoeveelheid verdriet los.
Als een explosie schieten tranen naar buiten wanneer we over het verleden praten. Ik krijg een huilbui waar maar geen eind aan wil komen. Regelmatig val ik in de armen van Philip. Tijdens de cursus vele jaren geleden spraken we over ons traumatisch opgroeien. Dat was in de tijd dat ik therapeutische gesprekken voerde met psycholoog Paul.
Philip is blij verrast dat ik mijn verdriet zo bij hem en Jeanette uitstort. Hij begrijpt iets van mijn verleden en vindt mijn situatie extremer dan die van hem. In een gesprek na weer een heerlijk diner van Dan praat hij streng en liefdevol op me in en zegt dat ik vroeger niet gezien ben. Dat Sam dankbaar zou moeten zijn gezien wat ik voor hem gedaan heb. Het kind leeft nog in je Joop. Spreek Sam erop aan!
De volgende dag, ’s morgens alleen op mijn terras aan het meertje begin ik na te denken over wat er emotioneel gebeurde tijdens het bezoek van Philip en Jeanette. De terugkeer in juni naar het vaderland waarbij ik familie opzoek kan ik benutten in het proces van het verwerking van mijn jeugd. Zodra ik aan het woord schuld denk komt flinke weerstand naar boven. Denken is makkelijker dan doen.
Ik besluit een thema voor die reis te nemen, als houvast. Waarschijnlijk is dat de beste manier om ontspannen met iedereen in gesprek te gaan.
Dankbaarheid lijkt geschikt. Wat heb ik gekregen, ontvangen en aansluitend gemist. Langzaam begin ik zin te krijgen reis van zes weken.
Philip haalt mij op van het vliegveld. Bij hem logeer ik de eerste dagen. De trein ik naar Wolfheze neem ik direct de volgende dag met het moeilijkst beginnen: een gesprek met Sam.
Als warming up geeft Philip nog mee dat ik Sam vooral moet zeggen dat hij mij letterlijk niet gezien heeft. En dat er geen excuus is om niet dankbaar te zijn voor wat ik voor hem gedaan heb. Kom voor jezelf op! Ik knik en doe mijn best mijn energie vast te houden.
Wanneer Sam langs zijn vleugel naar de keukenhoek loopt om koffie te zetten wandel ik heen en weer, losjes een gesprek beginnend. Zeg dat ik deze reis wil benutten om over dankbaarheid te praten. Ik hoop dat hij zich niet afsluit. Nu moet het gebeuren, nu… voor mijn 80e verjaardag. Ik slik onnodig veel. Hij babbelt als zoals altijd makkelijk als gelovig mens over hoe belangrijk dankbaarheid in het leven is.
De sfeer blijft open en vertrouwd. Sam vertelt over het verleden zoals hij dat altijd doet in de lijn van moeder. We hebben allemaal in het gezin veel last gehad van veel problemen. Vergeet niet dat we heel arm waren in de oorlog.
Aan een stuk door denk ik dat het gesprek open moet blijven en opkomende emoties geen blokkades mogen opwerpen. Absoluut geen beschuldigende of foute toon! Praat vanuit je hart.
Wanneer we achter de koffie zitten zegt hij dat gevoel en emoties thuis in onze cultuur onderdrukt werden. Dat we nooit leerden ons te uiten. Alsof emoties gewoon niet echt bestonden. Dat in films op de televisie elk gevoel door moeder werd weggelachen en ontkend. Ze zei dan het is maar spel hoor.
Voorzichtig begin ik over ons samen zijn, vroeger. Dat het eigenlijk heel vreemd voor mij is nooit van hem een woord van dankbaarheid heb gekregen. Dat ik me afvraag hoe zoiets toch mogelijk is. Nooit een dankwoord van mijn slechtziende broer. Het kost me grote moeite gewoon te praten en ik worstel heftig met iets dat in mijn keel naar boven wil komen, ben bang het niet tegen te kunnen houden.
Hij schrikt licht en zegt direct dat hij dat toen niet kon. Dat al zijn gevoelens in die tijd geblokkeerd waren. Ik wilde wel Joop maar ik kon het niet. Ik kon het echt niet. Hij zegt dat dit precies de reden was om met Bep te trouwen in de hoop dat hij van haar leerde te uiten gezien haar openheid. Maar dat gebeurde niet. Integendeel.
Ik houd het niet langer en begin te schokken, licht te snikken. Volkomen verrassend steekt hij vanaf de bank ineens zijn armen uit in mijn richting en ik ga naast hem zitten. Onze omhelzing duurt geruime tijd. Ik huil. Hij geeft nu en dan een geluid.
Tijdens het lunchen op een terras met mijn vrienden Charles en Marianne vertel ik wat er gebeurde. Dan komt plotseling een schier eindeloos durend verdriet eruit, als aanvulling. Net als bij Philip waarderen ze het dat ik mijn verdriet aan hen laat zien. Voor mij toont het onvoorwaardelijke vriendschap. Ben dankbaar voor het mogen uiten bij hen.
Hoe anders is dat bij neef Luc in oost Groningen. Hij serveert eigen gemaakte pasta op mijn 80e verjaardag. Ook bij hem en zijn vriendin stromen mijn tranen opnieuw vrij en veel. Maar beide weten hiermee geen raad. Ze lijken onhandig en verstarren. Plotseling sta ik in een vreemde afstandelijke kou. Bij het afscheid was de blik in ogen van Gerda heel vreemd. Ineens weet ik het, ze doen me denken aan moeder. Ogen van een heks!
In de trein terug zie ik weer die ogen. Zou Gera zijn hart hebben gestolen en opgesloten? Ik schrijf hem een brief waar nooit antwoord op komt. Op twee mails daarna komt ook geen antwoord. Het contact wil zijn vriendin niet meer. Ik stel me voor in hun schoenen te staan. Een jankende oude man ontvangen die praat over gevoelens van vroeger? We doen de deur dicht voor Joop. Ik moest op de bank luisteren hoe ze vertelden over hun gekochte plaats in het bos, waar ze later begraven worden.
Wim en Trees wonen in Leiderdorp. Ik wandel vanaf station Leiden. Eet in het plantsoen een salade, gekocht bij de natuurwinkel in de Breestraat. Bijna 30 jaar hebben Wim en ik elkaar niet gezien.
Hij vertelt vrij snel op aandrang van zijn vrouw Trees een tumor te hebben in zijn blaas, hij zal niet lang meer leven. Ik denk: is dit om de toon te zetten en geen lastig gesprek te hoeven voeren?
Ik kaart op een niet bedreigende manier zijn pesten van vroeger aan. Nogal verrassend herinnert hij het zich direct en wimpelt het lacherig weg. Zegt dat Josef, wanneer gaan we trouwen een zin was uit een liedje dat hij zong in die tijd. Daar blijft het bij. Ik besluit verder te zwijgen en niet te beginnen over de tergende toon waarop hij die tekst uitsprak. Zijn zoon Wilco is op bezoek en zegt Oh, nu begrijp ik dat pesten ineens.
We halen herinneringen op en wisselen ervaringen uit, vooral over moeder. Ondanks alle vernederingen die Wim altijd onderging van zijn broer Dirk blijft hij positief over hem praten. Net als jij en Sam is hij wel mijn broer, dat moet je goed beseffen. Nadrukkelijk vertelt hij dat Dirk vroeger alles in opdracht van moeder deed. Ik sluit aan, vertel ook Dirk te willen opzoeken. Trees schudt direct het hoofd. Niet doen. Om je te beschermen tegen een grote teleurstelling. Ze geeft aan dat het met Dirk fysiek niet al te best gaat. Na haar nadrukkelijk advies begin ik te twijfelen. Is het echt nodig hem nog op te zoeken in Rijnsburg? Verwerking van dat trauma is toch eigenlijk al gebeurd?
Op de fiets langs de Amstel rijd ik naar Eugene, de zoon van Sam. Hij woont met vrouw en kinderen in een prachtige pastorie. Ik haal de bewaarde spullen bij hem op. Natuurlijk komt ook bij hem het verleden ter sprake. We hebben iets gemeen Eugene. Een blinde vader is niet direct iets om vrolijk van te worden. Bij dit bezoek ben blij dat tranen binnen blijven.
Van Han, de vriend van Lidy krijg ik te horen hoe zij plotseling gestorven is. Hij zit volop in de verwerking van het verlies.
Zowel bij Theo als bij Coney fiets ik langs maar bij beide is niemand thuis.
Doodmoe van alle emoties en de teleurstelling van het kille zomerweer besluit ik zo snel mogelijk terug te gaan naar huis. Ik realiseer me in het vliegtuig een afspraak met vriendin Marianne volkomen vergeten te zijn.
Thuis lees ik dat Stephen overleden is. De knuffels met hem zijn verleden tijd.
uit:
autobiografie

Zeventiende Hoofdstuk
Zwerfziel

Ontdek meer van joopbrussee.com
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.