Sober

uit:
Zwerfziel
voorbij
2026

Na je tachtigste jaar tel je maatschappelijk niet meer mee. Veel mensen hebben een lichamelijk ongemak, slikken medicijnen en kijken uit naar bezoek van hun kinderen.
Kinderen heb ik niet, medicijnen slik ik niet en een lichamelijk gebrek….ja, dat heb ik!

Door mijn linker oog zie ik niets meer scherp en tijdens het wandelen denk ik vaak aan de titel van Edward Albee’s toneelstuk In wankel evenwicht.
Je moet verdomd hard werken om goed oud te worden zei Pim Foruin ooit in een interview. Bedoelde hij in balans afscheid nemen van het leven?

ONDANKS
mijn verwekking die niet bedoeld was, in de oorlog niet gewenst; in mijn jeugd angst, verdriet en woede elkaar afwisselden; liefde, aandacht en warmte ontbraken; als zenuwpees gedwongen in de schaduw bleef met mijn mond dicht gesnoerd,
ondanks dat bleven mijn ogen open, hoorde ik alles, hield ik mensen op afstand en wachtte, al wist ik niet waarop.
Langzaam begon ik sociaal te ontwaken, zonder mij ooit aan iemand te hechten. Mensen zag ik als publiek, vooral op afstand. Een enkeling liet ik via de achterdeur even binnen.
De gedachte aan zelfmoord, ingegeven door het ontbreken van gezien te worden en liefdevolle aandacht te krijgen, resulteerde in een nogal zinloos zicht op het bestaan. Voetballen was een fysieke reddingsboei. Goochelen gaf zelfvertrouwen. Lesgeven ontvouwde mogelijkheden.
Als in een slalom ontweek ik tachtig jaar lang vele hindernissen, beleefde heerlijke momenten, belandde soms in een vrije val, kroop steeds weer omhoog. De vele woonplekken werden tijdelijke rustpunten met houvast.

Toen we vertrokken vanuit het eerste huis aan de gracht in Leiden in mijn tienertijd zag ik in de tuin stapels tijdschriften liggen die van de vliering kwamen. Van Kuifjes tot Tuny Tunes. Dagenlang bladerde ik ze door. Wat is belangrijk mee te nemen? Wat achter te laten? Zo gebeurde dat bij elke verhuizing.

Uiteindelijk is in Thailand het onrustige, het wilde bewegen mij stap voor stap duidelijk geworden. Zoals de verknipte jeugd met het volledig ontbreken van een opvoeding, het wanhopig zoeken naar een identiteit, het stressvol omgaan met verantwoordelijkheden, de vele innerlijk opgeslagen problemen met familie, het gedrag van broers en vooral dat van moeder. Altijd weer het zoeken naar die onvoorwaardelijke moederliefde die zij niet kon geven.
In een land waar ik de taal niet spreek kom ik langzaam tot rust en kan de permanente stress eindelijk loslaten. Merk al een klein beetje hoe het voelt liefdevol met mensen om te gaan. Iets van mij ziel te tonen die ik beschermd heb met vele veilige omhulsels. Van vriend Dan heb ik veel geleerd, leer elke dag van hem!

DANKZIJ
werk en vrienden heb ik de 80 jaar weten te bereiken.
Rond mijn twintigste voelde ik me vervreemd van mijn omgeving. Geleidelijk verdween dat door veel te doen. Het verleden vergeten hielp, het werken werd een verslaving.
Vanaf mijn veertigste viel ik terug op wat misschien mijn grootste kracht is: het overbrengen van kennis en vaardigheden. Altijd in de vorm van een presentatie, een soort voorstelling maar dan wel zonder kijk mij eens zoals bij Theo. Aan hem heb ik trouwens veel te danken.
Ik lach nog steeds om een citaat van Luc, een supporter die management cursussen gaf en hardop (tegen zichzelf) zei: hij die kan doet, hij die niet kan onderwijst. Hij vond zijn leven niet geslaagd.

Het 82ste jaar komt in zicht. Tot nu toe heb ik er het beste van gemaakt. Het wordt een sobere viering van een wonder, van het mysterie van het bestaan.

epiloog

OVERZICHT


Ontdek meer van joopbrussee.com

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.