
.
Aan:
De weledelgestrenge heer
D. Kanbier
…..
Rijnsburg
……
Geachte heer Kanbier,
De derde en wat mij betreft laatste brief. Op de vorige twee vanaf d.d. 5 mei j.l. volgde geen reactie. Uw zwijgen getuigt van ultieme lafheid. Ja, ik zeg: u. Symbool van de grote afstand tussen ons.
Zo lang ik mij kan herinneren heeft u in mijn leven geen enkel contact met mij gezocht. Voor een persoonlijke vraag of voor een gesprek.
U informeerde alleen terloops bij uw moeder hoe het met Joop ging, zoals zij mij vertelde. Zij herinnerde zich verder niets. Niets over uw daad in haar aanwezigheid onder de keukenkraan waarmee u mij, een kwetsbaar kind voor het leven verminkte op meer dan een front.
In de laatste levensfase klopte ik kortgeleden bij u aan. Ik vroeg in brieven om een (symbolisch) excuus of een schade-erkenning ter compensatie. Tevergeefs. Geen brief. Geen geld. Geen gevoel van schuld. Niets.
De enige getuige in de keuken van uw gruweldaad van waterboarding – mogelijk de opdrachtgever – is dood. U bent inmiddels op weg naar het einde. Kijk naar uw oud geworden handen. Die blijven vuil door te zwijgen.
Begrijpt u dat niets zeggen gevoelens van wraak kunnen voeden bij een slachtoffer.
Op dit moment wens ik u een langzame dood toe. Zoals stikken in water. U voelt dan iets dat voor mij bekend is.
Uw jongste halfbroer
Joop
Ook op deze brief geen reactie.
Ik kan niet anders dan constateren dat deze broer evenals mijn moeder behoren tot een groep mensen die kinderen (anderen) iets gruwelijks aan kan doen. Vervolgens zwijgen of geen herinnering hebben.
Breder gesteld: vriendelijk lachende maar empathie missende mensen worden soms niet gestraft voor criminele daden.
terug naar
autobiografie

OVERZICHT leesvoer
Ontdek meer van joopbrussee.com
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.