uit: Zwerfziel
overrompeling
2017
In Nederland fiets ik met plezier elke dag zowel binnen als buiten de stad. Kijk naar goede films in Rialto. Maak afspraken met oude vrienden zoals Annet en Conny. Met neef Luc in Groningen. Hij is de enige van de familie met wie ik via de mail contact heb en hij geeft informatie door als dat nodig is. Zo lees ik op een dag dat Bep, de vrouw van Sam is gestorven. Na een jaar bel ik hem, wil mijn broer na lange tijd weer zien.

Sam woont in een flat, in een complex voor visueel gehandicapten in Wolfheze. Het weerzien is als vanouds. Alsof ik teruggezet ben in het eind van mijn tienertijd toen ons contact ijzersterk was.
Hij laat oude fragmenten horen die we toen opnamen. Ik lees voor wat ik heb geschreven over vroeger, over de acties van Wim en Dirk’s water boarding. Is dat echt gebeurd Joop vraag hij. Ja Sam, dat heb je gemist, niet gezien.
We praten over de cultuur thuis waar gevoelens onderdrukt werden. Onze handen vinden elkaar als vanzelf op weg naar het restaurant voor een lunch. Net als toen voel ik niets, blijft het professioneel zoals vroeger. Toch is ook hij blij merk ik. Hij draagt nog steeds de baard die ik mij herinner van ons gesprek in Roermond. Zijn buik is in omvang flink toegenomen. Wanneer ik daar een opmerking over maak zegt hij we gaan toch niet de hele tijd over mijn buik praten.
Vanuit Amsterdam oost waar ik me vanaf het eerste moment een buitenlander voel besluit ik te verhuizen naar een flat die goedkoper en meer aansluit bij wat ik me voorstel: een pied a terre. Opnieuw, voor de derde keer in mijn leven woon ik in Zuidoost. Op de fiets is de afstand tot de stad prima te doen.
Maar wanneer ik bij een zekere windrichting vliegtuigen op mij af zie komen en ze recht boven mij hoor overvliegen vraag ik me af of de beslissing hier te gaan wonen verstandig is geweest. s’ Avond schijnen plotseling twee grote spots de flat in wanneer de lichten van een vliegtuig aangaan. Het doet mij denken aan de ramp van El Al in de Bijlmer die ik van dichtbij meemaakte met die onvoorstelbare vuurzee. Nee, dit wil ik niet telkens voor mij zien.
Zo snel mogelijk keer ik terug naar Thailand. Heb het geluk nog het land in te komen net voordat restricties worden ingevoerd in verband met de wereldwijde paniek rond een of ander gevaarlijk virus zoals dat mensen op de telvisie vertellen.
In het binnenland op het platteland heb ik nergens last van en voel me zoals altijd vrijer dan in mijn vaderland. Ik lees dat het internationale reizen steeds moeilijker wordt gemaakt. In de lente neem ik het besluit dit jaar, 2020 niet naar de hollandse zomer te gaan. Wil geen last hebben van welke poppenkast ook. Aan mijn lijf geen polonaise, een kreet van Wim herinner ik me. Niets, geen staaf in de neus, geen test.
Dagelijks volg ik het nieuws en merk vrij snel dat al het gedoe rond een gevaarlijk virus stinkt. In de hele wereld gerichte flauwe kul acties die overduidelijk aangestuurd worden met een bepaald doel. Gedragscontrole? Een prik nemen?
Dan en ik rijden in de auto naar de supermarkt en vandaar direct weer naar huis. We worden geacht iets voor onze mond te doen. Bij de ingang staat een medewerker met een soort speelgoedpistool waarmee een laserstraal richting voorhoofd de lichaamstemperatuur opmeet. Daarna schuif ik de mondkap half over mijn neus waardoor ik via mijn mond gewoon kan blijven ademhalen. Geen behoefte aan een benauwd en verstikkend gevoel tijdens het ontspannen boodschappen doen.
In deze periode komt het idee op te gaan schrijven. In de eerste plaats over wat voor idioterie zich op dit moment aan het afspelen is op basis van wat ik lees, zie en hoor. En verder om over mijn verleden te vertellen, als een therapie voor mezelf. Een boek schrijven trekt mij niet meer na die twee studieboeken en de ervaring met een uitgeverij. Verhalen vertellen, daar heb ik zin in. Ik open een website. Charles helpt.
Ik experimenteer, wil gedachten en twijfels kwijt over dat wereldwijd verspreide virus met onzinnige maatregelen in een kort verhaal of luchtige dialoog. Omdat ik niet aan sociale media doe blijft het lezen van mijn verhalen beperkt tot het internet.
Op televisie is het enige westerse kanaal dat ik kan ontvangen een Franse zender. Maar het dagelijks bombardement met nieuws over een pandemie met een eindeloze loopkrant aan de onderkant van het scherm met paniekzaaiende teksten begint me te irriteren. Het tv toestel geef ik weg.
Via sites volg ik wat zich in vaderland en wereld afspeelt. Mijn dagelijkse loop naar Jerry wordt een soort achter het nieuws. Wat gebeurt er nu weer voor onzin? Kan het nog erger? Jerry hoort wat ik weet en hij houdt me op de hoogte van het nieuws uit zijn geboortestreek Arizona, waar zijn zoon woont. We schudden vaak onze hoofden.
Vanaf het begin zijn we het eens dat er teveel niet klopt van het mainstream media verhaal dat verteld wordt. Dit wantrouwen zorgt ervoor dat we telkens vanuit verschillende invalshoeken tot eenzelfde conclusie komen: hier is sprake van een wereldwijde duistere regie! Bijna dagelijks vragen we ons af of we soms niet bij de neus genomen worden. Avondklokken? Lock downs? Stickers waar je mag lopen enz. Is er soms sprake van een heel, heel grote misleiding? Waarom toch dit grote circus?
Mijn dagelijkse yoga oefeningen van een uur met gecontroleerde ademhaling voor het ontbijt houden angsten op afstand. Want daar lijkt het op: mensen in een angstgreep brengen en houden.
De vrouw van Jerry is doodsbang vertelt hij. Maar ondanks dat hij haar angst niet deelt draagt hij tijdens onze ontmoetingen zelfs buiten voor de winkel een mondkap. Soms frunnikt hij eraan en schuift die lap half naar beneden en ineens weer naar boven. Een Nederlander die een varkensbedrijf iets verderop runt en soms aan onze tafel bier komt drinken vraagt waarom ik niets voor mijn mond heb. Ik doe niet mee aan die flauwekul kan ik eindelijk in mijn eigen taal kwijt.
Op een dag zie ik bij de kassa Jerry het papieren geld besproeien met alcohol en daarna netjes droogvegen. Dit moet in opdracht van zijn vrouw. Zij kijkt uit naar het aangekondigde vaccin.
Jerry begint zich zorgen te maken wanneer zij na de eerste prik vreemde uitslag krijgt op haar borst. Ik benijd hem niet, prijs me gelukkig met het flinke stuk grond waarop ik in alle vrijheid woon.
Gelukkig is Dan bang voor een naald, voor injecties. Zijn moeder ook. Ik begrijp dat kinderen op school als vanzelfsprekend een prik krijgen. Krijg daarover direct een heel naar gevoel ook al weet ik dat de meeste injecties hier niet dezelfde zijn als die in het westen.
Dagelijks volg ik een show van Jensen, luister naar gesprekken op cafe Weltschmertz. Lees kritische artikelen van sites met nieuwe informatie. Door het nuttigen hiervan ben ik blij dat we nergens aan meedoen.
Stephen, lees ik in een mail volgt gehoorzaam alle instructies van de autoriteiten op.
Mijn beslissing betekent dat reizen naar Nederland voorlopig niet gebeurt. Bij terugkomst zou ik een periode opgesloten moeten doorbrengen in een hotelkamer!
Jammer dat Charles, die mij eind vorige eeuw de ogen opende met zijn verhalen over de macht achter de macht op dit moment helemaal meegaat in het propagandaverhaal in de media en als de dood is voor dat zogenaamde virus waarvan de ernst te vergelijken is met de griep begrijp ik intussen.
Ik maak uit mails van Eugene op dat de kinderen van Sam ook direct gehoorzamen en een prik halen. Wanneer ik zijn dochter daarvoor waarschuw komt een wonderlijke reactie: ze is blij met de rust op straat ’s avonds en gaat volkomen mee in de massahysterie, begrijpt niets van wat ik zeg.
Aan de telefoon klinkt Sam gelukkig normaal nuchter: nee, ik geen prik. In lijn met moeder die voor een griepseizoen nooit geprikt wilde worden. Toen ze voor de druk bezweek ging ze een paar maanden later dood.
Uit berichten begrijp ik dat in Nederland de samenleving in rap tempo polariseert. Naast de grote massa die alles gelooft en doet wat de overheid voorschrijft is een kleine groep die zichzelf wakker noemt en zegt alle propaganda te doorzien. Volgens deze wakkeren maakt dat de overheid steeds meer macht en controle naar zich toe trekt uit naam van veiligheid.
Intussen zie ik bij ons zowel op de markt als in de supermarkt steeds meer mensen die de mondkap naar beneden schuiven. Ze slingeren ook langs de weg als afval. Niemand houdt afstand van elkaar zoals de stickers op de grond in winkels aangeven. Niemand zie ik ook naar die aanwijzingen kijken. Wanneer ik op bankjes kruisen geplakt zie moet ik glimlachen. Bij urinoirs schud ik mijn hoofd, naast elkaar plassen wordt niet op prijs gesteld.
Zoveel mogelijk doe ik mijn best de angstaanjagende informatie langs mij heen te laten gaan. Informatieoorlog lijkt het belangrijkste woord op dit moment. Om feitelijk juiste informatie te krijgen moet je moeite doen. Zoeken, lezen en luisteren. Het vormt lange tijd een dagvulling.
Wanneer de einddatum van mijn visum in zicht komt besluit ik van een soepele regeling gebruik te maken in Thailand een jaarvisum aan te vragen. Voorlopig hoef ik dan niet meer richting Europa waar het nog steeds een verre van frisse omgeving is: verdeel en heers.
Om het eentonige leven te ontvluchten en ook om te ontspannen rijden Dan en ik regelmatig naar zee in het zuiden, naar Hua Hin of Ban Phe. We hebben onderweg van niets en niemand last.
Ik raak gewend aan de controle op lichaamstemperatuur bij de ingang van elke supermarkt. Dan doet altijd zijn best de adviezen van de overheid keurig op te volgen. Ik voel me soms een klassieke rebel.
Vanuit Nederland komen gruwelijk en beangstigende berichten. Uit de mond van een minister die de tweede kamer uitkwam hoor ik dat al de maatregelen zijn vanwege gedragsverandering. Ineens begreep ik het een en ander. Hoe is het mogelijk dat alle journalistieke neuzen in dezelfde richting blijven staan!?
Luc mailt dat hij zich niet kan voorstellen dat er wereldwijd een coup aan de gang is. Dan zouden daar zoveel mensen bij betrokken moeten zijn.
Nooit heb ik in mijn leven belangstelling gehad voor geopolitiek. Maar dat verandert door het kijken naar een gesprek van Karel van Wolferen, een oud journalist en de emeritus hoogleraar Kees van de Pijl. Ik krijg van het tweetal inzage in plannen voor een wereldregering, een one world toekomst. Karel waarschuwt voor een voorgeschreven werkelijkheid. Zegt dat wat er gebeurt heel, heel extreem is. Onvoorstelbaar en buitengewoon verontrustend.

Ik besluit mijn flat in het vaderland op te zeggen. Gelukkig wil Charles zorgdragen voor de afhandeling. Hij geeft Eugene, waardespullen mee om in familiebeheer te houden. Aan de telefoon vertel ik Sam dat ik geen idee heb of ik nog ooit naar Nederland kom.
Zestiende Hoofdstuk

Ontdek meer van joopbrussee.com
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.