uit: autobiografie Zwerfziel
10e verhaal
richting zoeken
1992
Tijdens de laatste dagen van een cursus hoor ik van mijn broer dat moeder is gestorven. Ik besluit de cursus af te maken.
Op zaterdag, twee dagen later sta ik alleen naast de kist in een kamer van het verzorgingshuis. Een pissebed loopt over een tegel op de vloer.

Ik staar naar haar gezicht, waarop een glimlach. Ze moet aan zoiets als de hemel hebben gedacht bij het uitblazen van de laatste adem. Het beeld van opgebaard staan maakt mij onrustig en onzeker. Wat doe ik als ongewenst kind bij mijn dode moeder? Ze heeft niets meer van zich laten horen na onze gesprekken aan de telefoon.
Opnieuw kijk ik naar haar glimlach. Zij heeft het leven verlaten met het idee haar best te hebben gedaan. In de hemel wordt ze daarvoor bedankt. Ze heeft uit haar leven gehaald wat erin zat met vier huwelijken, gedaan wat binnen haar mogelijkheden lag voor haar kinderen. En nu? Kan ik iets van haar overnemen of voortzetten?
Ik loop rond, blijf soms staan bij de kist. Ineens weet ik het. Haar kracht! Dat is het. Haar geestelijke kracht overnemen. De energie, de wilskracht die zij in het leven heeft laten zien.
Tijdens de bijeenkomst in de aula van de begraafplaats slik ik aan een stuk door. Woorden ter afscheid krijg ik niet mijn mond uit. Coby verzorgt als oudste volledig de begrafenis. Dirk houdt een toespraak als vertegenwoordiger van de kinderen. Het lijkt op een vergadering waar hij de aandeelhouders toespreekt.
Als uitvoerder van haar opdrachten in het verleden heeft hij zowaar het lef naast de kist te zeggen dat zij een domme vrouw was. Laf. Het maakt me boos.
Neef Luc jr die ik bij de koffietafel spreek denkt daar anders over. Hij is juist enthousiast, vindt dat prachtig, want dat verdient ze! Tja, zijn vader gaf achter haar rug altijd af op haar.
Het gezin met aanhang verplaatst zich voor een nazit naar het huis van Coby. Ik heb daar afgesproken met Sam. Wil alleen met hem praten. Hij zegt de afspraak af. Het voelt alsof hij voorgoed het contact verbreekt.
Ik sta in Coby’s huiskamer. Wat doe ik hier? Neem direct afscheid. Zij vraagt of ik een keer langskom. Met alleen een hand opsteken, zonder iets te zeggen verdwijn ik.
In mijn auto rijd ik vanuit Leiden naar Noordwijk aan zee en laat op het stille strand tegen de duinen het verdriet de vrije loop.
Zelfs met Sam, mijn eigen broer is het contact afgelopen. Die vrouw van hem….de hele familie kan de klere krijgen.
Ik herinner me dat moeder eens zei: geen probleem hoor dat de familie niets van je hoort. Dat komt later wel. Je bent altijd traag geweest in je ontwikkeling.
Onbegrijpelijke omkering. Of: onhandigheid door schuldgevoel?
Terwijl ik een pizza op de boulevard eet denk ik aan het moment dat ik moeder vertelde over een testament waar ik mee bezig was. Ze zei gehaast: je laat alles toch wel na aan je broer?
Met een onbehaaglijk gevoel kijk ik rond in mijn flat. Besluit de wanden te schilderen. Een gigantische klus. Zodra ik aan het verven ben kan ik niet stoppen.
Een paar dagen later voel ik pijn in mijn arm, gevolgd door een nog vervelender pijn onder mijn schouderblad. Een pijn die akelig aanwezig blijft. Dag in, dag uit.
Ik besluit een fysiotherapeut te bezoeken bij Squash city waar ik regelmatig squash met oud assistente en vriendin Annet. Maar ook na veel sessies blijf ik die pijn houden. Ik krijg het advies iemand te bezoeken die op wervelkolommen drukt.
Na de eerste behandeling is ’s morgens vroeg ineens alles zwart voor mijn ogen. Ik hoor mezelf kreunen tijdens het bijkomen op de grond.
Gelukkig smaakt de koffie, kom ik langzaam op krachten. De pijn in de rug is gebleven. De huisarts stelt voor foto’s te laten maken van hals, schouders en wervelkolom. Ernstige degeneratieve artrose wordt ontdekt. De medicus adviseert cesartherapie om zoveel mogelijk spieren te ontspannen.
Niet lang daarna rijd ik alleen in de auto naar het zuiden. Ik wil met het verdiende geld van de verkoop van het monument in Amsterdam een huis in Frankrijk kopen. Een domein op 10000 m2 meter grond. Woonhuis en cave.
Aan de vele ruimtes rond een court moet veel gerestaureerd worden, zowel binnen als buiten. Ik beschouw het als een aantrekkelijke vorm van tijdbesteding. Haast heb ik niet. Een paar kamers en de badruimte maak ik met hulp van oud vriendje Joachim – bij wie ik een postadres heb – in orde en fantaseer: waarom niet op mijn grondgebied in de toekomst zomercursussen geven?!
Bijna dagelijks fiets ik naar het strand aan de Middellandse zee. Geniet van de zuidelijke cultuur met croissants en kaas. Tap wijn direct uit het vat in de winkel. Laat muziek luid over mijn land schallen: een vrijer gevoel dan dit is niet mogelijk.
Zodra de zomer aanbreekt ben ik geen dag alleen. Ineens wil iedereen die ik ken langskomen. Neef Luc jr met vriendin heeft een cursus gevolgd en laat expressief schilderwerk zien. Saskia is nieuwsgierig en gek op het zuidelijke leven. Annet met haar nieuwe lover komen wijn drinken. Zelfs Stephen en John komen vanuit Keulen een week langs. Ze nemen Michael mee, die inmiddels in Texas woont.
We krijgen met z’n allen een rondleiding van de baas van de wijnfabriek in de streek. Hij legt het proces uit. Van het binnenhalen en bewerken van de druiven tot het vullen van flessen. Van deze uitleg in het frans begrijp ik niets. Ik knik voortdurend.
De vroegere wijnboertjes geven mij zakken en kisten vol met appels mee naar Nederland. Ik prop de auto vol. Later geef ik vrienden wijn en deel appels uit op de academie.
Daar is de situatie met hulp van de bedrijfsarts iets verbeterd. Els denkt er zelfs over mij adjudant te maken en samen met een controller het directie team te vormen.
Over dit aanbod denk ik serieus na op mijn landgoed. Dat zou betekenen een aantal jaren, misschien tot mijn pensioen fulltime werken. Hoe moet dat met dit domein?
In de herfst valt de temperatuur mij onverwacht tegen: de wind uit de bergen is behoorlijk koud. Zonder aarzelen kies ik in de winter opnieuw voor Australia.
In Melbourne denk ik opnieuw na over het aanbod van de directeur. Dennis, een van mijn vrienden zegt: Do it! Zijn motivatie is dat het goed is ook een keer in je leven de andere kant mee te maken.
Zover komt het niet. Els draait haar voorstel terug. Precies op het moment dat ik het landgoed heb verkocht. Opnieuw krijg ik zin de academie voorgoed de rug toe te keren.
Het loopt tegen het eind van de eeuw en ik besluit met het geld van de verkoop van het domein aandelen te kopen. De beurs schiet dagelijks omhoog. Als het zo doorgaat kan ik op een dag inderdaad ontspannen gedag zeggen tegen die vrouw met haar interessant optreden. Zij is een pure zakenvrouw. Winst maken op cursussen! Nee, naar buiten mag dat niet zo gebracht worden.
In Amsterdam zoek ik woonruimte en vind een huurhuis op de Javakade. Om het centrum te bereiken steek ik met een pondje het IJ over. ’t Voelt als een toerist.
Op de academie nadert een fuik. Wanhopig zoek ik hoe daaraan te ontsnappen zonder mijn pensioen in gevaar te laten komen. Ze weten dat ik weg wil en dat maakt mijn positie zwak.
Ineens doen zich vreemde verschijnselen voor zoals woorden in een verslag van een vergadering die ik niet heb gebruikt en vreemde vragen bij een bezoek aan de directeur op haar kamer. Een oud collega zegt: ze leggen een dossier van je aan. Zo is het bij mij ook begonnen.
Mijn energie neemt drastisch af. Geen toekomst meer op de academie. Geen Frankrijk meer. Wat nu? De grote regiecursus (mijn cursus) van drie maanden – wordt geschrapt.
In het voorjaar komt een clash. De opmaat vormt de uitkleding van een full time cursus naar parttime. Vanwege inkomsten moeit ik een cursist aannemen die ik niet geschikt acht. Ik weiger. Opnieuw ziek. Opnieuw Paul.
Ik vertel hem letterlijk wat Els zegt: voor een van ons twee is hier geen plaats meer. De reactie van Paul, oud bedrijfspsycholoog liegt er niet om: dat mens is gek. Gevaarlijk. Zijn advies is zoveel mogelijk uit haar buurt te blijven.
Hij vraagt of ik nog last heb van mijn rug. Ik vertel dat sinds de cesartherapie mijn lichaam zich steeds meer ontspant. Dat de vraag van therapeute Barbera: ben je een beetje gelukkig Joop? mij goed heeft gedaan. Paul lijkt jaloers.
Barbara begrijpt veel van de druk in mijn verleden, misschien omdat ze ooit professioneel ballerina moest worden. De druk heeft mijn lichaam overgenomen en die leg ik mezelf nog steeds op. Naar Thailand gaan lijkt haar een goed idee.
Op verzoek van de directie ga ik naar de nieuwe bedrijfsarts. Deze man praat duidelijk als een spreekbuis van Els.
Ik vertel over het contact en de manier waarop nu gespeeld wordt mij uit het werk te drukken. Over het geld dat ineens alles is gaan bepalen. Zijn reactie is droog: een schoonheidsprijs verdient het niet. Mijn bloed begint te koken en ik vraag cynisch hoeveel geld hij verdient om dit tegen mij te zeggen. Hij blijft heel kalm, zegt: je bent voor mij gezond en je kan gewoon werken. Hij speelt natuurlijk het spel mee zo goedkoop mogelijk van mij af te komen.
Trillend van woede verlaat ik zijn spreekkamer.

vervolg Dreunen
Wat nu? Hoe kom ik fatsoenlijk weg? Annet adviseert een vriend van haar mee te nemen voor een gesprek met de personeels functionaris. Op een gegeven moment vraagt die vrouw hem: bent u een advocaat? Hij antwoordt eerlijk Ja.
Stom. Ik weet nu dat het komende afscheid hard en verre van leuk wordt.

Ontdek meer van joopbrussee.com
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.