Elfde Hoofdstuk
vanaf 1992 – 58 jaar
Tijdens de laatste dagen van een cursus hoor ik van Sam dat moeder is gestorven. De laatste dagen van een cursus maak ik nog af.
Op zaterdag, twee dagen later sta ik alleen naast de kist in een kamer van het verzorgingshuis. Een pissebed loopt over een vloertegel.

Ik staar naar haar gezicht, waarop een glimlach. Ze moet aan iets heerlijks hebben gedacht bij het uitblazen van de laatste adem. Dit opgebaard staan maakt mij onrustig en onzeker. Wat doe ik als ongewenst kind bij mijn dode moeder? Ze heeft niets meer van zich laten horen na ons contact aan de telefoon.
Opnieuw kijk ik naar de glimlach. Zij heeft het leven verlaten met het idee haar best te hebben gedaan. In de hemel volgt beloning. Ze heeft uit haar leven gehaald wat erin zat met vier huwelijken, gedaan wat binnen haar mogelijkheden lag, ook voor haar kinderen. En nu? Kan ik nog iets van haar overnemen of voortzetten?
Ik loop rond, blijf soms staan bij de kist. Ineens weet ik het. Haar kracht! Dat is het. Haar geestelijke kracht. De energie, de telkens terugkerende wilskracht die zij in het leven heeft laten zien.
Tijdens de bijeenkomst in de aula van de begraafplaats slik ik aan een stuk door. Woorden ter afscheid kan ik niet mijn mond krijgen. Coby verzorgt de begrafenis. Dirk houdt een toespraak als vertegenwoordiger van de kinderen. Het lijkt op een vergadering waar hij de aandeelhouders toespreekt.
Als uitvoerder van haar opdrachten in het verleden heeft hij zowaar het lef naast de kist te zeggen dat zij een domme vrouw was. Laf. Het maakt me boos.
Neef Luc die ik bij de koffietafel spreek denkt daar anders over. Hij is juist enthousiast, vindt dat prachtig, want dat verdient ze! Zijn vader gaf achter haar rug altijd op haar af.
Het gezin met aanhang verplaatst zich voor een nazit naar het huis van Coby. Ik heb daar een afspraak met Sam. Eindelijk weer alleen een gesprek met hem. Maar aangekomen zegt hij de afspraak af. Het voelt alsof hij voorgoed ons contact verbreekt. Wat doe ik hier nog?
Ik neem direct afscheid. Coby vraagt of ik een keer langskom. Met alleen een hand opsteken, zonder iets te zeggen verdwijn ik. Stap in de auto richting Noordwijk aan zee en laat op het stille strand tegen de duinen het verdriet de vrije loop. Zelfs met Sam, mijn eigen broer is het contact nu afgelopen. Zijn vrouw heeft hem weer van ons afgehouden. De hele familie kan de klere krijgen.
Ik herinner me dat moeder eens zei: geen probleem hoor dat de familie niets van je hoort. Dat komt later wel. Je bent altijd traag geweest in je ontwikkeling.
Een gedurfde omkering. Vanaf mijn geboorte bestond ik eigenlijk niet. Of had de opmerking te maken met een schuldgevoel?
Terwijl ik een pizza op de boulevard eet en naar de voorbijgangers kijk herinner ik me het moment dat ik moeder vertelde over een testament dat ik toen opstelde. Ze zei meteen: je laat alles toch wel na aan je broer?
Met een onbehaaglijk gevoel kijk ik rond in mijn flat. Besluit de wanden te schilderen. Een gigantische klus. Zodra ik aan het verven ben kan ik niet stoppen. Alle wanden worden wit.
Een paar dagen later voel ik pijn in mijn rechter arm, gevolgd door een nog vervelender pijn onder het schouderblad. Die pijn gaat niet weg. Ik heb er dag in, dag uit last van.
Ik besluit een fysiotherapeut te raadplegen bij Squash city waar ik regelmatig squash met Annet die van assistente van een cursus inmiddels vriendin is geworden. Na veel sessies blijf ik pijn houden. Het advies: laat iemand op de wervelkolommen drukken.
Na de eerste behandeling is het de volgende ochtend vroeg in een klap zwart voor mijn ogen. Tijdens het bijkomen op de grond hoor mezelf kreunen.
Voorzichtig begin ik met bewegen. Alles is zoals het was, zelfs de pijn. De huisarts stelt voor foto’s te laten maken van hals, schouders en wervelkolom. Ernstige degeneratieve artrose wordt ontdekt. In het ziekenhuis adviseert de arts cesartherapie om zoveel mogelijk spieren te ontspannen.
Niet lang daarna in het voorjaar rijd ik in de auto naar het zuiden. Ik wil met het verdiende geld van de verkoop van het monument een huis kopen in Frankrijk. De gedachte is verre van nieuw maar nu lijkt het moment daar. Een domein op 10000 m2 meter grond met twee woonhuizen en cave wordt mijn eigendom. Zo heb ik met het renoveren gegarandeerd werk tot mijn dood. Haast heb ik niet. Een paar kamers en de badruimte worden door oud vriendje Joachim bewoonbaar gemaakt. Ik fantaseer in de zuidelijke zon: waarom hier niet beginnen met zomercursussen?!
Bijna dagelijks fiets ik naar het strand aan de Middellandse zee. Geniet van de zuidelijke cultuur met croissants in de ochtend. Tap wijn direct uit het vat in een winkel. Laat muziek van Prokovjev luid over mijn land schallen en geniet van een ongekend vrij gevoel.
Zodra de zomer aanbreekt ben ik helaas geen dag meer alleen. Ineens wil iedereen langskomen. Neef Luc met vriendin heeft een cursus gevolgd en laat expressief schilderwerk zien. Saskia is nieuwsgierig en gek op het zuidelijke leven. Annet komt met haar nieuwe lover Huib wijn proeven. Zelfs Stephen die in Keulen werkt komt met John een week logeren. Ze nemen Michael mee, die inmiddels weer in geboortestaat Texas is gaan wonen.
Ik krijg een rondleiding van de eigenaar van de wijnfabriek. Hij legt het proces van bereiding uit, van het binnenhalen en bewerken van de druiven tot het vullen van flessen. Van deze uitleg in het frans begrijp ik niets. Knik voortdurend beleefd.
De vroegere wijnboertjes geven mij zakken en kisten vol appels mee naar Nederland. Ik prop de auto vol. Aan het begin van een nieuw seizoen geef ik vrienden wijn en deel appels uit op de academie.
De werksituatie is met hulp van de bedrijfsarts verbeterd. Els denkt erover mij adjudant te maken en samen met de controller het directie team te vormen. Over dit aanbod denk ik terug op mijn landgoed serieus na. Dat zou betekenen een aantal jaren, misschien tot mijn pensioen fulltime ertegenaan. Hoe moet dat met dit domein en mijn fragile plannen?
De herfst begint en onverwacht daalt de temperatuur in oktober flink, er steekt een koude wind op uit de bergen. Muizen rennen zo snel mogelijk naar binnen. Zonder aarzelen kies ik opnieuw voor een reis naar Australia in de wintermaanden.
In Melbourne vertel ik Dennis, inmiddels een van mijn vrienden over het aanbod op de academie. Do it! Zijn motivatie is dat het nooit kwaad kan in je leven ook eens een keer de andere kant mee te maken.
Zover komt het niet. Els draait haar voorstel ineens terug. En wel juist op het moment dat ik het landgoed heb verkocht. Ik ben niet blij en wil de academie voorgoed de rug toe te keren. Maar vind het opstappen niet slim. De opbouw van het pensioen vindt toch juist tegen de tijd van uitkering plaats?
Met het geld van het domein koop ik aandelen. De beurs schiet dagelijks als een gek omhoog. Je bent gek daar niet van te profiteren zegt Richard, een bridgepartner.
In Amsterdam zoek ik opnieuw woonruimte en vind een huurhuis op de Javakade. Om het centrum te bereiken steek ik met een pondje het IJ over en voel me een toerist.
Op de academie weet Els dat ik weg wil en dat maakt mijn positie zwak.
Vreemde verschijnselen doen zich voor zoals gemanipuleerde teksten in een verslag van een vergadering en vreemde opdrachten. Een oud collega zegt: ze leggen een dossier van je aan. Zo is het bij mij ook begonnen.
Het jaar 2000 komt in zicht. Mijn energie is fors afgenomen. Geen Frankrijk meer. Geen prettig vooruitzicht op de academie. Geen grote regiecursus (mijn cursus) van drie maanden meer. Geschrapt en in een korte parttime opleiding gestopt met meer cursisten en meer inkomsten.
In het voorjaar komt de clash. Ik weiger een cursist aan te nemen die ik niet geschikt acht. Opnieuw de bedrijfsarts. Opnieuw Paul.
Ik vertel hem letterlijk wat Els zegt: voor een van ons twee is hier geen plaats meer. De reactie van hem als oud bedrijfspsycholoog: dat mens is gek. Gevaarlijk zelfs. Blijf zoveel mogelijk uit haar buurt.
Hij vraagt of ik nog last heb van mijn rug. Ik vertel dat sinds de cesartherapie mijn lichaam zich steeds meer kan ontspannen; dat de vraag van therapeute Barbara: ben je een beetje gelukkig Joop? mij goed heeft gedaan. Paul lijkt jaloers op haar.
Barbara begrijpt mijn verleden waarin de druk perfect te handelen voor mijn blinde broer. Misschien omdat ze zelf ooit druk heeft gevoeld in haar opleiding voor professioneel ballerina. Voortdurende stress in het lichaam kan op den duur vervelende gevolgen hebben. Regelmatig naar Thailand gaan lijkt haar een goed idee.
Op verzoek van de directie bezoek ik een nieuwe bedrijfsarts, een man die duidelijk de spreekbuis van Els is. Ik vertel hem over de manier waarop met mij gespeeld wordt, dat geld inplaats van vakmanschap bovenaan is komen te staan en momenteel alles bepaalt. Zijn reactie: een schoonheidsprijs verdient het niet. Mijn bloed begint te koken. Kalm vervolgt hij voor mij ben je gezond en je kan gewoon werken. Hij speelt het spel mee waardoor de academie goedkoop van mij afkomt. Trillend van woede verlaat ik zijn kantoor.
uit:
autobiografie

Twaalfde Hoofdstuk
Afscheid

Ontdek meer van joopbrussee.com
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.