Twaalfde Hoofdstuk
vanaf 1998; 54 jaar
Wat nu? Hoe kom ik fatsoenlijk weg? Annet stelt voor haar vriend Huub mee te nemen wanneer ik een gesprek moet voeren met de personeels functionaris. Zij is de spreekbuis van de directeur. Op een gegeven moment vraagt zij hem: bent u advocaat? Eerlijk antwoordt hij: Ja.
Ik weet op dat moment: mijn afscheid zal hard en verre van leuk worden.

De huisarts knikt telkens tijdens een bezoek: deze gang van zaken is hem niet onbekend. Respectloze behandeling in een werksituatie. Dat gaat naar een goedkope afvloeiingsregeling denkt hij hardop.
Ik bel met Saskia die in een soortgelijke situatie als cultureel ambtenaar in Utrecht op wachtgeld staat. Neef Luc die in de managerswereld rondwandelt suggereert de strijd aan te gaan om zoveel mogelijk geld mee te krijgen bij een vertrek. Maar daarvoor ontbreekt mij zin en energie.
Met directeur Els volgt een gesprek op een terras in Hilversum. Ze doet mij een voorstel en gaat demonstratief naar het toilet, duidelijk bedoeld om mij te laten bellen met de advocaat. Ik word onpasselijk van dit achterlijke spel.
In mijn hoofd laat ik de revue passeren wat ik allemaal voor de academie heb gedaan. De academie is je dankbaar waren de woorden van Ab toen ik een cursus wilde geven aan redacteuren van de Vara televisie met hun baas Vera Keur. Als dank nu een vernedering. Tijdens het drinken van de thee denk ik: het kan me geen moer meer schelen. Hoe sneller hier een eind aankomt hoe beter.
In de late zomer op 9 september rijd ik in mijn trouwe Volvo ontspannen richting het zuiden. In de Bourgogne hoor ik over een torenramp in New York. Ik kan me er niet druk over maken. Denk over de acteerlessen bij de Trap in het vaderland. Of ik daar mee door wil gaan. De studenten houden me wakker en scherp en ik heb er plezier in ook al is het contact met andere docenten minimaal. Vooral Ruud Schuitemaker stoort mij als zelfbenoemde filmdeskundige. Hij kijkt minachtend neer op acteurs, noemt ze acteerdreutels en zeurt altijd over een smoelenboek van studenten. Hoe kom ik af van gezeur en gezeik? Wordt het tijd definitief te vertrekken uit het vaderland?
Op weg naar Australia ben ik rond kerst in Hua Hin, een kustplaats in Thailand. In een bar ontmoet ik een jongen die een lach heeft zoals ik die in mijn leven nog niet heb gezien. De lach nestelt zich in mijn hoofd.
In Melbourne hoor ik het verhaal van een zakenman die tegenwoordig op Bali woont. Hij heeft zich ingekocht in een familie, heeft op hun grond een huis laten bouwen en geeft die familie maandelijks geld voor allerhande diensten zoals koken, schoonmaken en de auto besturen. Het lijkt een leven als koloniale vorst.
Het verhaal maakt indruk. Op de terugweg doe ik eerst Bali aan maar wil snel door naar Hua Hin, de lachende jongen op wie ik verliefd lijk. Met hem bezoek ik een dancing waar dansers op een heerlijk losse en natuurlijke manier bewegen alsof ze van elastiek zijn. Met het nodige bier achter de kaken besluit ik hier wil ik de hele winter naartoe.
Terug op de Javakade in een verbouwd pakhuis kijk ik vanaf het balkon naar water en lucht. Groen ontbreekt. Dat voelt verre van goed. Evenals het voortdurend oversteken met het pontje om de stad te bereiken.
Plotseling doet de mogelijkheid zich voor een huis in een hofje in de Jordaan te huren. De vele platanen in de zomer doen me denken aan Beziers, een stad in het zuiden van Frankrijk dicht bij de plek waar ik een jaar woonde.
Over mij reis naar Thailand en mijn verliefdheid vertel ik mijn buurvrouw Nannie en zij waarschuwt mij heel nadrukkelijk. Ze heeft veel ellende gezien zegt ze. Pas maar op, laat je hoofd niet gek maken. Je kunt daar makkelijk heel veel geld verliezen. Ik glimlach en stel haar gerust. Aan de overkant van de binnenplaats woont een oud hoofd van een school die na het overlijden van zijn vrouw terug is gekeerd uit Portugal. Hij heeft over het wonen in dat land weinig goeds te vertellen. Ze knepen mij als buitenlander aan alle kanten uit!
Wanneer ik zoals die Australier wil leven zal ik heel lang de tijd moeten nemen om iemand te leren kennen. Zeker weten dat die persoon volledig te vertrouwen is.
Voorlopig houden de zorgen over het verlaten van de academie mij bezig. Het begint bizarre vormen aan te nemen. Voor zover mij bekend is het nieuwe beleid geen cursusleider meer aan te nemen. Ik ben de laatste. Bedank voor de verschuiving naar een functie als account manager die cursussen verkoopt.
Op een dag verschijnt een grote advertentie voor een cursusleider in de krant. Ted, de man van Ati begrijpt dit. Hij legt uit dat deze advertentie bedoeld is voor de rechter. Het maakt mijn vertrek zwak. De academie komt op deze manier goedkoop van mij af. Je krijgt waarschijnlijk geen vertrekpremie, alleen wordt je pensioen doorbetaald.
En zo geschiedt het. Mijn vertrek loopt via de kantonrechter. Wekelijks moet ik me bij het administratiekantoor melden om mijn sollicitatiebrieven te laten zien, 3 jaar lang waarna ik op mijn 60ste met vervroegd pensioen kan. Inplaats van een officieel afscheid kies ik voor een etentje met trouwe docenten. Ik bedank hen voor de jarenlange samenwerking.
Net bekomen van dit afscheidsdrama kijk ik naar mijn aandelen. Door alle emoties volgde ik de koersen al geruime tijd niet meer. Ik weet dat het op de beurs slecht gaat maar hoor ook dat zoiets meestal tijdelijk is. Maar dit keer is het geen gewone correctie. De lucht in de tech aandelen waar Richard mij voor waarschuwde is eruit gelopen. Mijn aandelen zijn met een sneltreinvaart naar beneden geraasd. Mijn vermogen met de dag voor het grootste gedeelte verdampt. Wat is wijsheid?
Het lijkt me onverstandig nu met grote verliezen te gaan verkopen. Ik lees diverse adviezen en merk dat niemand weet wat er gebeurt. Ik wacht af, hoop op een herstel. Dat moet een keer gebeuren lijkt me een gezond standpunt.
Maar ik word nerveus en tegen alle adviezen in neem ik mijn verlies. Nooit meer naar de beurs. Gedoe met geld hangt me mijlenver de keel uit. Gelukkig hecht ik er niet echt waarde aan in de zin dat ik nooit meer hoef te hebben dan nodig is om te kunnen doen wat ik wil.
Het gedwongen schrijven van sollicitatiebrieven doe ik een paar keer trouw. De dienstdoende ambtenaar laat doorschemeren dat ik die activiteit niet zo serieus hoef te nemen. Ik begrijp het. Buiten stap ik met een zucht op de fiets. In het vervolg lever ik kopie’s van die brieven in en vergeet het origineel te versturen.
Na het vertrek zit mijn hoofd nog vol vakkennis en die wil eruit. Opschrijven en uitgeven in boekvorm ligt voor de hand. Dat idee is veel meer werk dan ik dacht. Over twee boeken doe ik twee jaar. Verzorg zelf de foto’s en de illustraties. Wolters Noordhoff in Groningen dwingt mij consessies te doen vanwege hun bestaande formats waarbinnen het moet passen.
Het boek vordert en ik besluit het in Thailand verder te schrijven. Mijn verliefdheid op de prachtig glimlachende jongen is alleen maar toegenomen. Ik verlang hevig Dan weer terug te zien.
Eerst sleep ik hem uit de bar waar hij werkt. Samen zoeken we naar ander werk. In een openlucht restaurant bedient hij en doet mee met een dansvoorstelling van het personeel tijdens het diner. Soms lacht hij in mijn richting alsof hij zegt: leven doe ik voor de grap.
We zoeken overdag naar een opleiding die bij hem past. Hij voelt wel iets voor kapper of masseur. Voor beide richtingen volgt hij een cursus. We zien elkaar nauwelijks overdag, eten ’s avonds wel in restaurants. Vrijheid staat bij mij voorop. Ik zeg: het enige is dat je elke nacht bij mij slaapt en denk: zo leer ik hem kennen.
Op familiebedrijf de Trap gaat de commercie een steeds belangrijker rol spelen. Het rommelt fors binnen de familie. Ook hier komt het moment dat ik gedwongen word een student aan te nemen vanwege het geld. De geschiedenis herhaalt zich. De afscheidsbrief doet mij pijn.
Oud buurjongen Cees is directeur geworden van het Boekhuis. Hij nodigt mij uit een bezoek te brengen aan het bedrijf van waaruit centraal de distributie van alle boeken in het hele land plaatsvindt. Hij laat mij de plaats zien waar mijn twee boeken komen te liggen. Na de omroep is hij directeur geweest van het Concertgebouw. Hij doet vrolijk mee aan die wonderlijke stoelendans in de wereld van directeuren.
Samen met zijn Oostenrijkse vriendin is hij op het Minervaplein gaan wonen. Ik voel me in hun huis niet op m’n gemak. Cees haatte vroeger zijn moeder en leeft nu als een kleine jongen bij opnieuw een vrouw die erg lijkt op die moeder.
Nadat Dan is aangenomen als masseur bij het Hyatt hotel in Hua Hin hoor ik van zijn chef dat hij niet alleen goed is maar ook populair. Veel gevraagd door buitenlanders. Niet veel later krijgt hij een aanbieding bij Chivasom, een van de best bekend staande Health Centers in de wereld. Daar stuurt de directie hem naar Bangkok om de top opleiding voor masseurs in het land te volgen.
In een vakantie met Fons in Thailand had ik jaren geleden het genot van masseren op het strand ontdekt waar de dames de traditionele lichaamsmassage op ons loslieten.
In Bangkok zie ik hoe hard Dan studeert. Hij dreunt teksten op in de huurflat. Ik had al ontdekt dat hij een extreem goed geheugen heeft. Maar ik kan me niet voorstellen dat hij al die spieren met namen kan onthouden. Hij heeft alleen een lagere school gevolgd. Toch lukt het hem.
De belangrijkste docent naast wie ik zit bij het afscheidsdiner zegt dat hij de beste was, dat hij een natuurtalent bezit. In de praktijk betekent dat voortdurend gevraagd worden door gasten incluis het management. Hij werkt zo hard dat hij nauwelijks tijd heeft om te eten en te drinken. De Thaise traditie van nooit nee willen zeggen.
uit:
autobiografiek

Dertiende Hoofdstuk
Himalaya

Ontdek meer van joopbrussee.com
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.