Stank

Twaalfde Hoofdstuk
1998

Wat nu? Hoe kom ik fatsoenlijk weg? Annet stelt voor haar vriend Huub mee te nemen wanneer ik een gesprek moet voeren met de personeels functionaris. Zij is de spreekbuis van de directeur. Op een gegeven moment vraagt zij hem: bent u advocaat? Eerlijk antwoordt hij: Ja.
Ik weet op dat moment: mijn afscheid zal hard en verre van leuk worden.

De huisarts knikt telkens tijdens een bezoek: de gang van zaken is hem niet onbekend. Respectloze behandeling in een werksituatie. Dat gaat naar een goedkope afvloeiingsregeling denkt hij hardop.
Ik bel met Saskia die in een soortgelijke situatie als cultureel ambtenaar in Utrecht op wachtgeld staat. Neef Luc die in de managerswereld rondwandelt suggereert de strijd aan te gaan om zoveel mogelijk geld mee te krijgen bij een vertrek. Maar daarvoor ontbreekt mij zin en energie.
Met directeur Els volgt een gesprek op een terras in Hilversum. Ze doet mij een voorstel en gaat demonstratief naar het toilet, duidelijk bedoeld om mij te laten bellen met de advocaat. Ik word onpasselijk van dit achterlijke spel.
In mijn hoofd laat ik de revue passeren wat ik allemaal voor de academie heb gedaan. Als dank volgt nu een vernedering. Tijdens het drinken van de thee denk ik: het kan me allemaal geen moer meer schelen. Hoe sneller hier een eind aankomt hoe beter.

Op weg naar Australia om daar de eeuwwisseling mee te maken ben ik rond kerst in Hua Hin, een kustplaats in Thailand. In een bar ontmoet ik een jongen die een lach heeft zoals ik die in mijn leven nog niet heb gezien. De lach nestelt zich in mijn hoofd.
In Melbourne hoor ik het verhaal van een zakenman die tegenwoordig op Bali woont. Hij heeft zich ingekocht in een familie, heeft op hun grond een huis laten bouwen en geeft die familie maandelijks geld voor allerhande diensten zoals tuinonderhoud, koken, schoonmaken en hem rondrijden in de auto. Een leven als koloniale vorst.
Het verhaal maakt indruk. Wanneer ik op de terugweg in Hua Hin opnieuw de lachende jongeman zie volgt prompt een hevige verliefdheid. We bezoeken een dancing waar ik geniet van de heerlijk oosterse manier waarop de dansers zich als elastiek bewegen. Met het nodige bier achter de kaken besluit ik dat ik in dit land in de toekomst wil wonen.

Terug op de Javakade kijk ik vanaf het balkon naar water en lucht. Groen ontbreekt. Dat voelt verre van goed. Plotseling doet de mogelijkheid zich voor een huis in een hofje in de Jordaan te huren. De vele platanen in de zomer doen me denken aan Beziers in het zuiden van Frankrijk waar ik een jaar woonde.
Over mij reis naar Thailand en mijn verliefdheid vertel ik mijn buurvrouw Nannie en zij waarschuwt mij heel nadrukkelijk. Ze heeft veel ellende gezien zegt ze. Pas maar op, laat je hoofd niet gek maken. Je kunt daar makkelijk heel veel geld verliezen. Ik glimlach en stel haar gerust.
Aan de overkant van de binnenplaats woont een oud hoofd van een school die na het overlijden van zijn vrouw terug is gekeerd uit Portugal. Hij heeft over het wonen in dat land weinig goeds te vertellen. Ze knepen mij als buitenlander aan alle kanten uit!
Wanneer ik zoals die Australier wil leven zal ik heel lang de tijd moeten nemen om iemand te leren kennen. Zeker weten dat die persoon volledig te vertrouwen is. Die lachende jongeman…….?

Voorlopig houden de zorgen over het verlaten van de academie mij bezig. Dat bizarre vormen aan te nemen. Voor zover mij bekend is het nieuwe beleid geen cursusleider meer aan te nemen. Ik ben de laatste. Bedank voor de verandering naar een account manager die cursussen verkoopt.
Op een dag verschijnt een grote advertentie voor een cursusleider in de krant. Ted, de man van Ati begrijpt dit. Hij legt uit dat deze advertentie bedoeld is voor de rechter. Het maakt mijn vertrek zwak. De academie komt goedkoop van mij af. Je krijgt waarschijnlijk geen vertrekpremie, alleen wordt je pensioen doorbetaald.
En zo geschiedt het. Mijn vertrek loopt via de kantonrechter. Wekelijks moet ik me bij het administratiekantoor melden om mijn sollicitatiebrieven te laten zien, 3 jaar lang. Op mijn 60ste kan ik met vervroegd pensioen. Voor een officieel afscheid bedank ik. Krijg toestemming voor een etentje met trouwe docenten. Ik bedank hen voor de jarenlange samenwerking.

Net bekomen van dit afscheidsdrama kijk ik naar mijn aandelen. Door alle emoties volgde ik de koersen al geruime tijd niet meer. Ik weet dat het op de beurs slecht gaat maar hoor ook dat zoiets meestal tijdelijk is. Maar dit keer is het geen gewone correctie. Mijn voornamelijk tech-aandelen zijn met een sneltreinvaart naar beneden geraasd. Mijn vermogen met de dag voor het grootste gedeelte verdampt. Wat is wijsheid?
Het lijkt me onverstandig nu met grote verliezen te gaan verkopen. Ik lees adviezen en merk dat niemand weet hoe dit gaat eindigen. Ik wacht af, hoop op een herstel. Dat moet een keer gebeuren lijkt me een gezond standpunt.
Wanneer mijn verlies tot grote hoogte is opgelopen word ik nerveus en tegen alle adviezen in neem ik mijn verlies. Niet nog meer ellende. Nooit meer de beurs. Gedoe met geld hangt me de keel uit. Gelukkig heb ik aan geld nooit waarde gehecht in de zin dat ik nooit meer hoef te hebben dan nodig is om te doen wat ik wil.

Het gedwongen schrijven van sollicitatiebrieven doe ik een paar keer trouw. De dienstdoende ambtenaar laat doorschemeren dat ik die activiteit niet zo serieus hoef te nemen. Ik begrijp het. Buiten stap ik met een zucht op de fiets. In het vervolg lever ik kopie’s van die brieven in en vergeet het origineel te versturen.
Na het vertrek zit mijn hoofd nog vol met vakkennis en die wil eruit. Op schrijven en uitgeven in boekvorm ligt voor de hand. Dat is veel meer werk dan ik dacht. Over twee boeken doe ik twee jaar. Ook al omdat ik zelf de foto’s en de illustraties verzorg. De educatieve uitgeverij in Groningen dwingt mij consessies te doen vanwege hun bestaande formats.

In de late zomer op 9 september rijd ik in mijn trouwe Volvo ontspannen richting het zuiden. In de Bourgogne hoor ik over een torenramp in New York. Ik kan me er niet druk over maken. Denk over de acteerlessen bij de Trap in het vaderland. Of ik daar mee door wil gaan. De studenten houden me wakker en scherp en ik heb er plezier in ook al is het contact met andere docenten minimaal. Vooral Ruud Schuitemaker stoort mij als zelfbenoemde filmdeskundige. Hij kijkt minachtend neer op acteurs, noemt ze acteerdreutels en zeurt altijd over een smoelenboek van studenten. Hoe kom ik af van gezeur en gezeik? Weg uit mijn vaderland?

Met de jaarwisseling in zicht vlieg ik weer naar Australia. Dit keer blijf ik langer in Thailand om aan het eerste boek te schrijven. Mijn verliefdheid op de prachtig glimlachende jongen is niet verdwenen, integendeel. Ik verlang hevig Dan weer terug te zien.
Eerst sleep ik hem uit de bar waar hij werkt. Samen zoeken we naar ander werk. In een restaurant in de openlucht gaat hij bedienen en doet mee met een dansvoorstelling van het personeel tijdens het diner. Soms lacht hij in mijn richting alsof hij zegt: leven doe ik voor de grap.
We zoeken overdag naar een opleiding die bij hem past. Hij voelt wel iets voor kapper of masseur. Voor beide richtingen volgt hij een cursus. We zien elkaar nauwelijks overdag, eten ’s avonds wel in restaurants. Vrijheid staat bij mij voorop. Ik zeg: elke nacht wil ik dat je bij mij slaapt en denk: zo leer ik hem goed kennen.

Op familiebedrijf de Trap gaat de commercie een steeds belangrijker rol spelen. Daarbij rommelt het fors binnen de familie. Ook hier komt het moment dat ik gedwongen word een student aan te nemen vanwege het geld. De geschiedenis herhaalt zich. De afscheidsbrief doet mij pijn.
Oud buurjongen Cees is directeur geworden van het Boekhuis. Hij nodigt mij uit een bezoek te brengen aan het bedrijf van waaruit centraal de distributie van alle boeken in het hele land plaatsvindt. Hij laat mij de plaats zien waar mijn twee boeken komen te liggen. Na de omroep is hij directeur geweest van het Concertgebouw. Hij doet vrolijk mee aan de stoelendans in de wereld van directeuren.
Hij is op het Minervaplein gaan wonen met zijn vriendin. Ik voel me in hun huis niet op m’n gemak. Cees haatte vroeger zijn moeder en leeft nu als een kleine jongen bij opnieuw een vrouw die erg lijkt op zijn moeder.

Nadat Dan is aangenomen als masseur bij het Hyatt hotel in Hua Hin hoor ik van zijn chef dat hij niet alleen goed is maar ook populair. Veel gevraagd door buitenlanders. Niet veel later krijgt hij een aanbieding bij Chivasom, een van de best bekend staande Health Centers in de wereld. Daar stuurt de directie hem naar Bangkok om de top opleiding voor masseurs in het land te volgen.
In een vakantie met Fons in Thailand had ik jaren geleden het genot van masseren op het strand ontdekt. Dat gebeurde door dames die de traditionele lichaamsmassage op ons loslieten.
In Bangkok zie ik hoe hard Dan studeert, dreunt teksten op in de huurflat. Ik had al ontdekt dat hij een extreem goed geheugen heeft. Maar ik kan me niet voorstellen dat hij al die spieren en de namen kan onthouden. Hij heeft alleen op een lagere school gevolgd. Toch lukt het hem.
De belangrijkste docent naast wie ik zit bij het afscheidsdiner zegt dat hij de beste was, dat hij een natuurtalent bezit. In de praktijk betekent dat voortdurend gevraagd worden door gasten incluis het management. Hij werkt zo hard dat hij nauwelijks tijd heeft om te eten en te drinken. De Thaise traditie van nooit nee willen zeggen valt op.

Tegen het eind van een serie acteerlessen krijg ik een telefoontje van Gie, een vriendin van Dan. Ze maakt zich grote zorgen. Dan was een aantal dagen ziek en plotseling zo heftig dat hij naar een ziekenhuis in Nakhon Ratchasima, in het binnenland dicht bij zijn ouderlijk huis is overgebracht. Ik schrik en neem
het eerste het beste vliegtuig.
Op goed geluk kies ik tijdens de vlucht een ziekenhuis van een kaart in een reisgids en heb verrassend geluk. Binnen het gebouw is het overvol, het lijkt of er zojuist een ramp heeft plaatsgevonden. Dan ligt op een zaal aan het infuus en is omringd door zijn hele familie. Hij is opgegeven en iedereen wacht op zijn dood. Ik schrik opnieuw maar nu heel, heel hevig.
Zijn gezicht is gruwelijk om naar te kijken. Hij lijkt op een oorlogsslachtoffer op een foto. Alles is rood en opgeblazen. Zijn ogen zijn nauwelijks te zien. Met mijn hoofd vlak bij hem begint mijn hart sneller te kloppen. Hij zegt met heel zachte stem Joop, I die.

uit:
Vlucht
autobiografie

Dertiende Hoofdstuk
Hartklep

OVERZICHT





Ontdek meer van joopbrussee.com

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.