Twee levens

Tiende Hoofdstuk

vanaf 1986 – 42 jaar

Het lesgeven bij opleidingen is succesvol en zorgt dat ik mij steeds beter ga voelen. Ik krijg zin in reizen. Verdien voldoende om in een wintervakantie naar Australia te gaan, familie en mijn oude vriend Stephen op te zoeken. Hij heeft John meegenomen naar zijn geboorteland.

Stephen is tegenwoordig priester voor de anglicaanse kerk. Hij woont aan de rand van het centrum van Melbourne in South Yarra. Ik plan een reis in de winter.
Na een wandeling door de schitterende Botanic Gardens kijk ik uit over de rivier de Yarra. Aan de overkant bevindt zich het tenniscomplex waar jaarlijks in januari een grand slam toernooi plaatsvindt. Dat komt goed uit. Ik geniet van de zon op de tribunes.
Op zowel op de heen- als terugreis maak ik een tussenstop, in Bangkok en in Denpasar. Direct ben ik gek op zowel Thailand als Bali. Deze winterreis bevalt me en ik neem mij voor dit jaarlijks te doen. Het komt goed uit dat ik bij opleidingen een parttime contract heb.

Binnen Santbergen leven spanningen die te maken hebben met het verleden. Twee groepen ontwijken elkaar voortdurend en worden door Ab Reevoort met kunst en vliegwerk bij elkaar gehouden. Als oud opnameleider behoorde hij tot de technische kant. Nu werkt hij bij de andere groep, de programmatische opleidingen en heeft een regiecursus opgezet.
Het is een strijd tussen vorm en inhoud. Tussen verschillende soorten mensen in hetzelfde gebouw. Ik denk aan Hans Wijnants, een collega bij de radio waar beide kanten verenigd waren. Met hem maakte ik een serie bijzondere radioprogramma’s. Hij hield van techniek, was gek op de allernieuwste apparatuur terwijl voor mij techniek nooit meer dan een hulpmiddel bleef.
Het voelt als een eer wanneer Ab mij vraagt de grote studioregie cursus van 3 maanden te geven die bekend staat als DE cursus binnen de omroep. Hieraan wil ik graag mijn energie in steken. Het liefst deze opleiding naar een hoger professioneel niveau tillen. Mogelijk internationaal.

Door mijn bezoek aan Sam ben ik gestart met het analyseren van mijn verleden. Telkens kom ik bij moeder uit. Alles draaide in de familie om haar. Wat was haar opvoeding geweest? Ik weet er niets van. Ze klaagde en heeft mij verwaarloosd. Voorlopig mis ik de energie haar weer in het weekend op te zoeken in het verzorgingshuis in Voorschoten.
Op een dag belt ze mij op. Voorzichtig begin ik over het verleden iets te zeggen, maak een kritische opmerking over haar gedrag in mijn kindertijd. Het gebrek aan een opvoeding. Wanneer ik dat aan neef Luc jr vertel zegt hij: wat goed! Je wordt nog eens de held van de familie, je durft oma aan te pakken, geweldig!

Door de aanmoediging van Luc bel ik haar niet veel later op, merk dat het me zonder afleiding goed lukt aan de telefoon bij mezelf te blijven. Ik begin over mijn gevoel, het gemis van te leren met gevoel om te gaan. Ook al is ze op leeftijd, het maakt me niet uit. Het gaat over mijn leven.
Kalm zeg ik dat ze alle aandacht aan Sam heeft geschonken. Ze onderbreekt me en begint met uitleg, klaagt weer eens en wil beginnen over moeilijke omstandigheden. Rustig laat ik haar uitpraten.
In een pauze begin ik opnieuw over mijzelf. Wat het gebrek aan opvoeding bij mij heeft gedaan. Over moederliefde die ik nooit heb gekregen. Over verwaarlozing. Het in de steek gelaten zijn. Op gang zeg ik zelfs dat ik vermoed niet gewenst te zijn.
Aan de andere kant is het na veel gepruttel heel stil geworden. Opkomende tranen kan ik met grote moeite tegenhouden en wil het liefst de hoorn neersmijten. Maar iets in mij houdt dat tegen en zegt: nee, niet neerleggen, niet doen!! Het snikken kan ik niet meer tegenhouden.
Na de stilte blijft ze wat hakkelen. Geen tegenspraak. Niets aardigs Niets liefs. Geen begrip. Ze kan alles zeggen al is het nog zo weinig………..Niets.

Na de succesvol verlopen cursus van drie maanden splitst mijn leven zich in Nederland en op reis richting oosten.
Ik verkoop mijn monumentaal pand in de binnenstad. Het wordt steeds drukker en toeristen nemen zelfs op zondagochtend bezit van de buurt en fotograferen volop rond mijn huis.
Ik trek me terug in de flat aan de rand van Amsterdam die ik als investering jaren geleden had gekocht. Ik kies voor afwisselend periodes werken en maanden vrije tijd inplaats van een halve week. Vooralsnog blijf ik acteerles geven voor de Trap en neem uitnodigingen aan als regisseur of adviseur in projecten.

Een aanbod een seizoen het wetenschappelijk tvprogramma Zeker Weten te regisseren lijkt me interessant. Op de eerste dag bij de Kro televisie legt de producer mij uit dat er een probleem is: de grote wetenschap redactie heeft de leiding van de eindredacteur overgenomen en gedeeltelijk ook van de regisseur. Voor mijn ogen doemt een soort mission impossible op. Waar ben ik aan begonnen?

Consequent hanteer ik strenge regels zoals: redacteuren hebben hun eigen redactieruimte en mogen geen contact met presentatoren en crewleden hebben. Veel energie gaat zitten in het bewaken van die regels, van de wind eronder houden. De twaalf eigenwijze wetenschappers lijken wel kinderen.
Ronald, een cameraman vertelt mij op een dag dat hij iemand in de deuropening zag verschijnen die voorzichtig de studio in wilde sluipen. Voor de grap zei hij: Joop ziet je hoor! De man schrok, verdween direct en kwam niet meer terug.

Binnen Australia plan ik verschillende reizen. Bezoek Sydney en maak kennis met een nicht. Zij behoort tot de familietak die in de vijftiger jaren emigreerde. Op de vraag over haar nieuwe woonland zegt ze: het voelde bij aankomst als vakantie en eigenlijk heb ik dat gevoel nog steeds.
In Brisbane zoek ik vrienden van Lidy op. In het binnenland beklim ik de Ayers rock en schrik hevig wanneer ik niet ver van de top me omdraai. Voor het eerst in mijn leven krijg ik ernstige hoogtevrees.
In Melbourne leer ik vrienden van Stephen kennen. Aan Graham een succesvol architect vraag ik of er een Australische bouwstijl is naast al die Victoriaanse huizen en gebouwen. Hij blijft het antwoord schuldig.
Dennis, een psycholoog vertelt mij dat het verstandig is een gay therapeut te nemen mocht ik ooit problemen krijgen op het werk.

Mede door ontspannende massages op Bali en in Thailand kom ik wat tot rust. Cursussen verlopen zonder problemen. Sinds ik een cursus voor migranten gaf voor het lokale tv station in Amsterdam waarbij Ab zei als je deze cursus doorkomt dan kun je alles geven ben ik altijd ontspannen vanaf het begin. Directiewisselingen op de academie laat ik zoveel mogelijk aan me voorbijgaan. Door mijn halve dienstverband kan ik gelukkig weg blijven van al het interne soap gedoe zoals assistente Ellen het noemt. De meeste collega’s zijn jaloers op mij, op die lange periodes afwezig kunnen zijn en mijn reizen vertelt zij. Met collega Henk Renou is het telkens lachen om weer nieuwe onzinnige maatregelen wat betreft de financiering van faciliteiten.
Op een gegeven moment lopen interne spanningen zo hoog op dat een splitsing tot stand komt: facilitair wordt een stevige zelfstandige opleiding; programmatisch wordt het pand uitgewerkt.

Een nieuwe directeur wordt gezocht en het verzoek komt of ik in de sollicitatiecommissie wil gaan als vertegenwoordiger van het programmatisch personeel. Ik herinner me dat eerder gedaan te hebben bij toneelgroep Centrum en dat zoiets slecht uitpakte met het aannemen van Ursul de Geer.
De nieuwe directeur krijgt de opdracht de twee opleidingen weer tot een geheel te voegen en zakelijk gezond te maken onder een nieuwe naam: de Media Academie. Twee andere commissieleden hebben geen inhoudelijke belangstelling. Ik vermoed dat ze een toekomst voor zich zien waarin cursussen als producten verkocht worden. Ze reageren net even te snel met dat te ontkennen als ik die richting vragen stel.

Het tweetal bekleedt bestuurlijke posities binnen de NOS. Een van de twee zegt dat een advertentie niet nodig is. Hij hoorde over Els Bovenlander, directeur van een audio visueel bedrijf in Deventer die een nieuwe uitdaging zoekt. Ik heb niets tegen een buitenstaander die fris tegen de omroep aankijkt.
De vrouw presenteert zich zowel zakelijk als menselijk. Vooral door herhaalde teksten als mijn deur staat altijd open en koffie en thee staan klaar krijg ik een vreemd gevoel tijdens de twee gesprekken.
Ik begin haar te wantrouwen maar kan geen harde argumenten vinden om als commissielid nee tegen haar benoeming te zeggen. Wanneer ze mij tijdens een stilte een knipoog geeft weet ik zeker: dit gaat fout.

Tijdens het kennismaken vraagt ze aan iedereen de ambities voor de toekomst op een vel papier te schrijven. Geleerd op een cursus denk ik meteen. Keurig schrijf ik de wens op naast regie ook presentatie cursussen te willen geven. Geen reactie.
Met Henk praat ik regelmatig over haar functioneren. Hij vraagt zich voorzichtig af gezien de rare taalfouten die ze herhaaldelijk maakt hoe het is gesteld met haar intellectueel vermogen.
We gruwelen beide wanneer zij de bibliotheek afschaft. Alle informatie is online te vinden. Vooral haar dictatoriale optreden, dus zonder enig overleg baart ons zorgen. Zo worden we als parttimers gedwongen voortdurend achter haar onberekenbare acties aan te lopen.
In een cafe praat ik op een avond met 2 stagiaires. Zij vertellen mij dat ze aan de directeur vroegen of iets als een didactisch plan van aanpak voor cursussen bestaat. Els had naar een kast gewezen en gezegd: wat denken jullie dat zich daarin bevindt?

Ze is goed in bluffen denk ik. Die twee durfden niet te vragen of zij die deur open wilde doen. Beide verbazen zich hoe iemand met dat niveau op de stoel van een directeur kan zitten. Ik knik maar zeg niets. Ze dringen aan me uit te spreken over deze in hun ogen incapabele directeur.
Voor mij is dat lastig. Het liefst zou ik de idiotie van de afgelopen tijd eruit willen braken zoals het denken over een prikklok. Maar dat is niet verstandig. Op dit moment moet ik aan mezelf denken. Aan mijn toekomst. Aan mijn pensioen dat juist in de laatste jaren echt opgebouwd wordt.
Ik beperk me tot praten over mijn afwezigheid in lange periodes. Dat ik moet afgaan op verhalen van collega’s. Dat ik geen hoge pet op heb van managers die denken overal verstand van te hebben. Anneke, een vriendin ziet Els op een dag en zegt treffend: een zakenvrouw.

Zodra Ab en Els mij min of meer dwingen in het vervolg zakelijk over een cursus te denken, met andere woorden geld boven het aanleren van vakmanschap te plaatsen voel ik mij in het nauw gedreven en knapt er iets bij mij.

Bij de bedrijfsarts barst ik ineens zomaar in snikken uit. Hier is iets dieps aan de hand zegt de man en vraagt: wil je in analyse of een quick fit? Voor beide weet hij goede specialisten.
Ik heb geen idee. De ervaring met een zenuwarts rond mijn twintigste heeft me wantrouwig gemaakt voor elke geestelijke bijstand. Ik haal mijn schouders op. Quick fit heb ik gezegd voor ik het weet.

Bij Paul Peters een rustig overkomende man in een comfortabele stoel begin ik van alles eruit te gooien, het lijkt op geestelijk braken. Laat je geestelijk uitkleden had de bedrijfsarts nog gezegd. Emoties volgen elkaar als een lopende band op.
Wat er geestelijk in mijn jeugd is gebeurd begint me beetje bij beetje duidelijk te worden. Ab en Els vormden een trigger. Het oude patroon uit mijn kindertijd van moeder en Dirk. Een man en een vrouw die mij in een fuik drijven.
Ik voer een aantal gesprekken met Paul. Het voelt telkens als een stop die in een uur ergens in mijn hoofd eruit wordt getrokken.

uit:
autobiografie

Elfde Hoofdstuk
Turbulentie

OVERZICHT


Ontdek meer van joopbrussee.com

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.