Duikeling

Negende Hoofdstuk

vanaf 1982 – 38 jaar

Op een dag gaat een wens in vervulling: een dramaserie regisseren voor de Ikon. Samen met Mia Meyer ontwikkelen we serie de Filmers.  Weliswaar heb ik het druk maar hiervoor moet alles wijken. Voor Bart heb ik nauwelijks nog tijd.
Hollywood in Holland

Tijdens de opnameperiode van deze serie die voor mij behoorlijk traumatisch verloopt word ik verliefd op Job, een van de acteurs. In de montage vertel ik over hem tegen de editor. Hij waarschuwt, ziet op het scherm dat het een moeilijk mens is. Kies je voor hem, vergeet dan het regisseren van films in de toekomst. Als filmregisseur heb je geen tijd voor een moeilijke verhouding.
Deze Australische editor zet mij aan na te denken over hoe ik verder wil leven. Hard doorwerken, groeien en misschien een echte filmregisseur worden? Wil ik dat of wil ik op dit moment in mijn leven een vriendschap, hoe moeilijk ook? Ik leef alleen, geef ik op?
Na de afgelopen periode vol stress ligt de keuze eigenlijk voor de hand.

Job komt bij mij wonen en zoals te verwachten breekt een spannende periode aan. Hij studeert pedagogie en inderdaad niet makkelijk. Maar juist dat trekt me aan. Samen beleven we wel heftige momenten. Confronterend is de spiegel die hij voor mij ophoudt zoals het veel te veel en te hard werken. Ik merk dat ik weinig flexibel met hem omga. Dat ik me heel veilig ten opzicht van mensen opstel.

Ik koop een kampeerbusje waarin we samen naar de Italiaanse hak rijden. Het wordt een bijzondere trip. Ontspannen lachend en intensief. Op het strand in de laars in de zuidelijke punt komen we beide in tranen tot de conclusie dat we niet bij elkaar passen. Job gaat alleen terug in het busje, ik neem de trein.

Begin veertig realiseer ik me dat ik voor de toekomst geen pensioen heb opgebouwd door al dat bezeten freelance werk. Vrij snel daarna accepteer ik het aanbod voor een vast dienstverband bij de NOS schooltv. Pauline van het productiebureau en Govert als nieuwe chef hoeven nauwelijks moeite te doen mij over te halen.
Govert geeft mij een interessante opdracht: het maken van een volledig nieuw schooltelevisie weekjournaal. Een wekelijks live uit te zenden programma. Ik kan het alleen opzetten, zonder hulp van partner de Nederlandse Onderwijs Televisie. Redacteuren van dit NOT zijn volgens hem teveel binnengedrongen in het productieproces, maken teveel de dienst uit.

Ik duik volledig in deze opdracht. Een prachtige kans. Met de problemen van de verziekte samenwerking van NOS en NOT heb ik niets te maken. Ik vertrouw Pauline en Govert.
Voor mij zie ik een weekjournaal met netwerken van correspondenten in het hele land, in een strakke vormgeving met een duo presentatie in het verlengde van Hoe Bestaat Het. Ik herinner me dat ons programma toentertijd vooral populair was bij de jeugd, de doelgroep van dit journaal.
Ik contracteer twee presentatoren, neem contact op met het NOS jeugdjournaal voor samenwerking en begin enthousiast een netwerk op te bouwen met als resultaat na een half jaar: een script voor een pilot. Bij de opname geef ik mezelf de rol van opnameleider waardoor ik tot het laatste moment volledige controle houd over het eindresultaat. Govert en Pauline zijn na het zien ervan trots, meer dan tevreden. Ze gedragen zich wel gespannen.

De NOT wordt uitgenodigd. Kort gezegd, het komt niet tot een viewing. Hun reactie is verbijsterd. Deze educatieve organisatie met ex leraren heeft totaal geen belangstelling voor de pilot. Het programma had samen met hun organisatie tot stand moeten komen. Punt.
Ik schud het hoofd. Hoe stom ben ik geweest. Als ik even had nagedacht! Door mijn enthousiasme, de uitdaging, het blinde vertrouwen…….
NOS en NOT hebben een conflict binnen de omroeppolitiek. Een politiek spel in de Gooise slangenkuil. Ik was blind daarvoor.

Een bovenbaas van de NOS zegt kalm na een crisis bijeenkomst: alles moet worden teruggedraaid. Op de gang loop ik met hem op en knijp uit mijn keel met het laatste restje energie: dit kan je niet maken. Zonder mij aan te kijken klinkt het: dat kan ik wel.
Als freelancer kon ik me altijd buiten omroeppolitiek houden. Deze beslissing komt als een mokerslag, ik weet nu wat een vast dienstverband kan betekenen.

De bedrijfsarts vraagt hoe ik me voel. Ik schrik en raak kort in paniek. Voel? Moet ik iets voelen? Drie maanden loop ik als een zombie rond in het centrum van Amsterdam. Eet dagelijks ergens een kroket of een broodje. Kan me nergens op concentreren behalve het schrijven van een eenvoudig astrologisch computerprogramma. Zoiets komt meer voor zegt de bedrijfsarts, een ander punt van concentratie.
Zin om te werken of ergens aan te beginnen ontbreekt. Het lijkt wel alsof de vermoeidheid van dat freelance verleden vrij komt. Nooit liet ik in die periode het ziek zijn toe.
Ik ga soms met vriend Nando of neef Luc ergens eten. Mensen maken me snel doodmoe. Ik ben dan ook het liefst alleen. Mijn huisarts zegt dat ik een periode van niet werken lang kan volhouden. Wat hij bedoelt dringt niet echt tot me door.

In de winter voel ik langzaam weer wat energie opkomen. Krijg zelfs een idee. Waarom niet mijn oude vak van leraar oppakken en dat combineren met de omroep ervaring? Lesgeven bij opleidingen op Santbergen, het opleidingscentrum? Cursusleider: regisseurs opleiden?
Ik vraag een gesprek aan met Leo Kool, een van de hoge chefs bij de NOS televisie. Hij vraagt of ik misschien directeur wil worden van Santbergen. Dringt zelfs aan met: een nieuwe uitdaging man, prachtig!
Glimlachend schud ik mijn hoofd. Ambities in de richting van directeur of manager heb ik als ambachtsman nooit gehad. Liefst nooit een stap in een vergaderruimte. Voor mensen die nergens verstand van hebben zoals managers ben ik allergisch geworden.

Op Santbergen zijn ze blij. Als een witte raaf word ik binnengehaald. Ik start met een twee weken durende 1 camera cursus voor regisseurs, de laatste waar nog met echt filmmateriaal wordt gewerkt voordat het volledig video tijdperk aanbreekt.
In de eerste bijeenkomst van de cursus word ik onverwachts heel kwaad op een cursist zonder te begrijpen waarom. Gelukkig kan ik de woede onder controle houden zodat niemand er iets van merkt.
Later, na zelfanalyse kom ik tot de conclusie dat het iets met het verleden te maken moet hebben. Mogelijk met broers Dirk of Wim. Ik probeer terug te halen wat zich vroeger met hen heeft afgespeeld.

De ene na de andere herinnering komt naar boven. Alles is terug te voeren op het onderdrukken van emoties. Daarbij speelt het gedrag van moeder een hoofdrol.
Dirk, die mij onder de kraan hield met moeder op de achtergrond; het pesten en treiteren dat Wim altijd deed. De gedwongen dienstbaarheid voor Sam voor wie ik altijd klaar moest staan en waarvoor waardering uitbleef. Als dank kreeg ik van hem vaak te horen dat zie je verkeerd Joop.
Ik krijg zin om Sam op te zoeken en over het verleden te praten. We hebben elkaar lange tijd niet gezien vooral door mijn weigering de vrouw van hem te accepteren. Daarom een gesprek zonder Bep.
Ik maak een afspraak en neem me voor dicht bij mezelf te blijven. Niet accepteren dat hij weer zegt dat ik iets verkeerd zie. Niet bang zijn dat een mening van mij wordt afgenomen zoals het patroon vroeger was. Ik ben niet meer dat jonge broertje van lang geleden.

Op het perron van het station in Roermond zie ik hem staan met de bekende opvouwbare blindenstok. Verrassend kijk ik naar zijn grote baard. Natuurlijk, hij ziet zichzelf niet. Vanaf zijn dertigste is hij volledig blind. Zijn kleding is de smaak van Bep. In haar belang zorgt ze dat hij niet aantrekkelijk is voor andere vrouwen.

We zitten naast elkaar op een terras aan het stationsplein. Hij vertelt in zijn jeugd jaloers te zijn geweest op mijn ogen. Ik zeg dat ik jaloers was op zijn pianospel, dat hij op die manier de mogelijkheid had tot het uiten van zijn gevoel. Dat was toen niet zo klinkt het koel. Uitleg geeft hij niet.
Hij vertelt hoe hij mij als kleine jongen programmeerde met kneepjes in de hand voor het oversteken en bij stoepranden. Ik herinner me dat. Precies, ik was je blinde geleidehond fluister ik, ons fysiek contact was professioneel. Tranen voel ik aankomen.
Tijdens een vreemde stilte leg ik mijn hand op zijn arm. Hij blijft onbewogen. Verstart zelfs. Ik schok licht met mijn lichaam. We zwijgen beide.
Je vindt dit niet fijn zeg ik onder licht snikken. Nee, zegt hij. Jij bent dichter bij je gevoel dan ik.

uit:
autobiografie

Tiende Hoofdstuk
Twee levens

OVERZICHT leesvoer




Ontdek meer van joopbrussee.com

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.