In mei

vrij op een plein

De man loopt met een kleine jongen aan de hand de Dam in Amsterdam op. Ze passeren het oorlogsmonument waar bosjes verlepte bloemen liggen. Op ezels staan kale kransen.
Hij denkt aan het vrije leven in zijn jeugd. In mei vorig jaar, 75 jaar na de oorlog hield dat plotseling op te bestaan.
‘Pappa kijk!’

Rusland zomaar overgeslagen bij de landen die voor onze bevrijding hebben gezorgd! Het begrip vrijheid eenvoudig vervangen door discriminatie en racisme. Zouden ze jongeren in de gaten hebben dat door marketing aan de historie gesleuteld wordt?
‘Pappa, kijk nou!’
De jongen wijst naar een mimespeler die op het plein zijn kunsten vertoont aan een groepje belangstellenden. Hij trekt zijn vader mee, dwingt hem te blijven staan en naar het optreden te kijken.
De speler is klassiek gekleed zoals de man zich herinnert uit zijn jeugd. Wit geschminkt met witte handschoenen. De jongen vraagt wat die vreemde bewegingen betekenen.
‘Kijk maar goed. Deze mimespeler praat met gebaren in plaats van met woorden.’
‘Waarom doet hij dat? Wij zijn toch niet doof?’
‘Nee joh, dit is een oude vorm van kunst: pantomime. Vroeger populair. Tegenwoordig zie je dat niet meer in het theater.’
‘Waarom doet hij dat op straat?’
‘Ja, waarom?’

De kunstenaar houdt de polsen tegen elkaar, alsof de handen zijn geboeid. Langzaam komt zijn hoofd omhoog, toont aan een handvol toeschouwers een trieste blik.
De vader buigt zich voorover en zegt op een iets zachtere toon:
‘Binnen in het theater moet iedereen betalen. Hier lopen mensen voorbij, ze kunnen kijken en geld geven als ze dat willen.’
‘Hij vraagt daar niet om?’
‘Nee joh, je bent helemaal vrij om iets te geven.’

‘Kijk, hij houdt wat vast’, zegt de jongen.
‘Dat lijken wel tralies, alsof hij in een gevangenis zit! Net echt. Knap doet hij dat!’
‘Hij is bang.’
‘Zie je, nu vertelt hij dat van alle kanten gevaar dreigt.’
‘Waarvoor pappa?’
‘Kijk!’
Het trieste gezicht verandert van angst naar woede. Dan verslapt langzaam zijn hele lichaam en transformeert naar verdriet.
‘Wat nu?’
Het lichaam van de jongen schokt van opwinding.
‘Hij lijkt het ineens koud te krijgen. Wacht even, dit is voor hem. Geef het maar.’
De jongen loopt snel met een handje munten naar de hoed, werpt alles erin en huppelt terug.
‘Ik kreeg een knipoog!’
‘Wat aardig. Dat is vast zijn manier om dank je wel te zeggen.’

Op enige afstand komen twee agenten aanlopen. De man ziet het vanuit zijn ooghoek en zoekt de hand van de jongen om verder te lopen. Maar flinke weerstand houdt hem op de plaats.
‘Pappa, hij wiegt een baby! Hee, waar is de andere hand nou gebleven?’
‘Kom, we gaan verder.’
‘Pappa kijk! Hij heeft … iets …. is dat een spuit?!’
Beide volgen nu de actie. Nieuwe voorbijgangers houden in, blijven staan.
‘Hij wil niet! Hij wil de baby geen spuit geven! Oei, die spuit valt!’
‘Ja, dat zie ik. Kom….’
‘Nee, ik wil verder kijken!’
De mimespeler stampt met beide voeten op de grond.
‘Dat is duidelijk, hij wil niet dat die baby een prik krijgt’, constateert de man droog.

Plotseling verschijnt de hand opnieuw, nu hoger. Tergend langzaam beweegt de nieuwe spuit in de richting van de baby. Met een doodsbange uitdrukking op het gezicht houdt hij het kleine kind zo ver mogelijk van zich af.
De jongen trappelt.
‘Nee, nee, niet dichterbij! Niet doen!!’
Ineens schrikt de mimespeler. Hij ziet de naderende agenten, grijpt razendsnel de hoed met geld en verdwijnt achter het monument. Een van de agenten haalt zijn walkietalkie tevoorschijn.

‘Wat nu? Gaan ze hem oppakken pappa?’
‘Dat zou best kunnen ja.’
‘Waarom?’
Stevig pakt de man de hand van de jongen vast die tijdens het weglopen voortdurend achterom blijft kijken. De mimespeler is verdwenen achter het monument.

Op het plein steekt het tweetal over en passeert levende standbeelden, mensen uitgedost in verschillende uitzonderlijke kostuums. Bij een vreemd uitgedost wezen in een strak zilverkleurig ruimtepak zegt de man:
‘Kijk, dat lijkt wel een robot.’
‘Pappa, waarom mag deze robot blijven staan en die aardige man niet?’, vraagt de jongen.
Hij kijkt op naar zijn vader die stiekem trots is op deze vraag van zijn zoon.
‘Waarom ja? Misschien heeft hij geen identiteit kaart bij zich. Of misschien zijn al deze standbeelden gevaccineerd.’
Intussen denkt hij: als dat zo is leven zij in de veronderstelling vrij te zijn terwijl ze in werkelijkheid al in een virtuele gevangenis zitten.

mei 2021


Ontdek meer van joopbrussee.com

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.