Incasseren

uit: Zwerfziel
valse hoop
1954

Een jongen uit de klas komt na schooltijd op mij af. Dreigend zegt hij: je bent net een meisje. Elke dag bij het uitgaan om 12 uur loopt hij achter mij aan. Ik ren dan zo hard ik kan de weg op en durf niet achterom te kijken. Ik word steeds banger voor hem. In de loop van de ochtend richting 12 uur begint mijn hart sneller te kloppen.

Joop en Wim in de tuin


Op een dag vertel ik tegen moeder over deze jongen. Wacht maar. Ze stapt naar de meester. Wat ze gezegd heeft weet ik niet, maar daarna heb ik geen last meer.
In de klas zit ik naast Cor. Wij wisselen als nummers 2 en 3 elkaar voortdurend af. De beste van de klas is Emiel Fallaux, een jongen waar iedereen een hekel aan heeft.

In de vakantie op een warme dag gaan Cor en ik naar een cowboyfilm in Rex, een bioscoop in de Haarlemmerstraat. In het donker wanneer de film begint komt een man naast mij zitten. Een hand op mijn bovenbeen beweegt langzaam de broekspijp in. Tegenstribbelen durf ik niet.
Wanneer hij mijn piemel heeft gevonden zit hij voortdurend aan de eikel. Een vervelend gevoel dat zelfs een beetje pijn doet. Plotseling pakt hij mijn hand en even later voel ik….. een bos kroeshaar. Trek mijn hand met kracht terug. Hij zoent mij op het voorhoofd. Die man denkt zeker dat ik een meisje ben!
Bij gymnastiek, tijdens het paal klimmen voel ik weer kriebels in mijn eikel, vooral bij het omhoog gaan. Maar nu is het gevoel wel prettig.

In de 6e klas doen we verkeersexamen. Dat kan zowel lopend als op de fiets zegt de meester. Iedereen kiest voor de fiets. Ik steek ook mijn hand op, durf niet te zeggen dat ik geen fiets heb, dat ik daar nog nooit op gezeten heb.
De oude waterpomp op de Garenmarkt is het verzamelpunt. De meester ziet mij aankomen zonder fiets. Hij zorgt vooe een aanbod. Wanneer ik een been over het zadel probeer te slingeren val ik met fiets en al om.
Gelukkig zegt de meester dat het niet erg is om de route ook te wandelen. Hij geeft mij instructies de pijlen te volgen. Tijdens die wandeling passeren klasgenoten, die van alles roepen. Luisteren doe ik niet, volg gewoon de pijlen en haal zo het verkeersdiploma.

De drie beste kinderen van de klas mogen toelatingsexamen doen voor de hbs. Ik ben trots op mijn cijferlijst, kan steeds beter leren: veel achten en negens! Net zo goed als Dirk? Ik durf daar niet aan te denken. Dat zou natuurlijk wel geweldig zijn.
Moeder vraagt nooit naar school. Een ouderavond bezoekt ze niet. Elk kwartaal tekent zij het rapport met tweemaal onze achternaam. Ik begrijp dat niet maar ze vertelt dat mijn vader een achterneef is van haar. Verhaal over de familie kan ik nooit volgen, veel te ingewikkeld. Alleen Rijnsburg onthoud ik als een plek waar veel hugenoten wonen en waar wij van afstammen.

Voor mijn verjaardag heb ik een abonnement gekregen op de Arend. Een jeugdblad met verhalen en strips. Ik lees hoe je een huisje voor jezelf in de tuin te maken, van hout en beton. Direct begin ik ermee. Maar verder dan een muurtje van 70 hoog en 90 centimeter breed kom ik niet. Wim werkt tegen. De tuin is zijn grondgebied. Het was al een gunst dat ik een stukje land kreeg toegewezen achter de schuur.
Voor het kopen van het strip tijdschrift Kuifje loop ik wekelijks naar de boekwinkel op het Levendaal. Ruik buiten meteen aan het nieuwe nummer. Geniet van de heerlijke geur op de terugtocht.

Elk half jaar krijgen we bezoek van de pianostemmer. Hij komt dan een hele ochtend of middag. Hij vertelt mij het verhaal over een meisje bij wie hij thuis ook de piano stemt. Er is iets raars met haar aan de hand. Deze aardige man vertelt drie keer hetzelfde verhaal.
Hij kwam erachter dat ze een ongewenst kind is. Dat is heel erg Joop. Ik luister aandachtig, weet niets te zeggen. Waarom vertelt hij dit telkens?

Het is zover. Ik klim de trap op van de statige Hogere Burger School. Buiten is het warm, binnen koel en kil. Ineens krijg ik het benauwd. Dit examen mag niet mislukken. Wanneer ik slaag ben ik net zo knap als Dirk die ook op deze school is geweest en nu studeert voor ingenieur. Ik ril een paar keer.
De velletjes met opdrachten ruiken prettig vers. Mijn hart klopt sneller. Wanneer ik lees dringt wat ik lees niet tot mij door. Het lijkt alsof het denken niet meer lukt. Na afloop weet ik zeker: dit heb ik verprutst.
Wim en moeder vragen niet hoe het is gegaan. De post wil ik niet zien. De hbs is te hoog gegrepen. De mulo gaat het worden.

In de vakantie willen wat oudere jongens uit de buurt geld verdienen. Ik sluit me aan en ga ’s morgens mee naar een loods waar een grote lopende band staat. Aan het begin ervan worden gedroogde groenten gestrooid. Later gaat alles in pakjes Royco soep vertelt een man. Hij geeft ieder van ons een doos met de opdracht de donkere stukjes van de band daarin te doen.
Aan het eind van de middag leveren we de dozen in. Deze man, natuurlijk de baas kijkt in alle dozen. Die van mij is minder vol dan die van de anderen, maar wat erin zit is donkerder. Je werkt niet zo hard maar wat je doet doe je beter dan de rest zegt hij.
Niemand hoeft van hem de volgende dag terug te komen. Ik ben blij. Dit werk is niks voor mij. Bij de volgende poging: bollen pellen ben ik het zelf die na een dag besluit: dit werk ligt mij niet.

Voetballen is leuk, ook al kan ik er niet van. Op alle plaatsen van het elftal probeert de begeleider mij uit. Als keeper bevalt het meest vanwege show die ik kan maken met duiken. Maakt niet uit waar de bal heengaat.
Op zaterdag bij Katwijkse Boys duik ik naar de bal op een schoen, krijg een trap van de aanvaller tegen het voorhoofd vlak boven mijn linker oog. Duizelig speel ik de wedstrijd uit.
Gesloten


Ontdek meer van joopbrussee.com

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.