Vierde Hoofdstuk
vanaf 1957 – 14 jaar
Voetballen is leuk, ook al kan ik er niet veel van. Op alle plaatsen van het elftal probeert de begeleider mij uit. Als keeper bevalt het mij het meest vanwege de show die ik met duiken kan maken. Als de bal het doel ingaat maar de duik was goed ben ik niet ontevreden.

Tijdens een wedstrijd tegen Quick Boys spring ik naar de bal op een schoen en krijg een trap tegen het voorhoofd vlak boven mijn linker oog. Duizelig speel ik de wedstrijd uit en grijp naast een hoge bal die in het doel belandt
Later denk ik: als die trap iets lager was geweest had ik een oog moeten missen. Bang geworden zeg ik direct mijn lidmaatschap op. Het blijft bij ongevaarlijk een balletje trappen op een veld langs de Nieuwe Vaart met een jongen van school. Altijd wil ik keepen, een soort honger naar de bal.
Als jij zo doorgaat Brussee….., de engelse leraar spreekt de woorden op dramatische en nadrukkelijke toon uit wanneer hij de klas inkomt, ‘…..dan haal jij het eindexamen niet. Het gebeurt in het laatste jaar op de mulo. De man weet niet dat ik elk jaar alleen in de lente mijn best doe om niet te blijven zitten. Moeder dreigt bij elke overgang met anders ga je maar werken. Een kreet die nergens op slaat. Ze bemoeit zich nooit met mij, laat staan met school.
De eerste maanden op de mulo zijn mijn cijfers goed. Langzaam gaat het bergafwaarts. School vind ik niks. Vaak heb ik last van hoofdpijn, alsof iemand met een hamer in mijn hoofd bonkt.
Op vrijdag wanneer het in Leiden veemarkt is spijbel ik nu en dan. Kijk vol spanning naar het wilde springen van koeien bij het in en uitdrijven in veewagens, volg het geklap van handen voor koop en verkoop.
Aan onvoldoendes raak ik gewend, zelfs een 1 en een anderhalf: trots ben ik! Geen idee waarvoor ik op school zit, waarvoor ik moet leren, wat ik wil worden, waarvoor ik leef.
In lezen heb ik geen zin meer. Sam komt terug van Bartimeus en begint als stenotypist op het Academisch Ziekenhuis. Hij ziet weer slechter en studeert in zijn vrije tijd piano. Voor mij heeft hij weinig tijd, moeder spoort mij aan met hem te wandelen. Meestal doe ik dat tegen mijn zin. Ik laat hem expres op een dag tegen een paaltje aanlopen.
Wim geeft mij een afgedankte pick-up en van zakgeld koop ik mijn eerste 45 toeren plaat: Living doll van Cliff Richard. Heerlijk zijn stem te horen. Jammer dat hij over een meisje zingt. Cliff vind ik een spannende jongen. Op zolder of buiten op het plaatsje voor de achterkamer luister ik naar The Everly Brothers. Twee zangers, twee stemmen, twee broers. Ik voel me verbonden wanneer ze zingen over love, lonely – en emptyness.
Naast voetbalvriend Rudy heb ik geen vrienden. Met niemand praat ik over veranderingen in mijn lichaam. Sta voor de spiegel eindeloos mijn haar achterover te kammen met gel en kijk met afschuw naar de wolf in de voortanden. Omdat anderen die rot niet mogen zien lach ik verkrampt.
Op straat sluit ik me aan bij een groepje jongens, luister naar stoere verhalen over meisjes. In de buurt is een meisje dat in een smal straatje naar een wasserette laat zien hoe zij plast. Ik heb geen belangstelling, hou in gezelschap altijd mijn mond.
Op een grasveld langs de snelweg trap ik een balletje met Rudy. Wanneer we pauzeren en in de schaduw onder wat struiken zitten raak ik opgewonden, wil zijn lul zien, kan mij nog net inhouden. Denk aan het pesten van Dirk en Wim.
Op zondagmiddag kijk ik met Rudy naar het eerste elftal van Roodenburg. Als fan van Feijenoord verzamel ik kaarten die in pakjes kauwgum zitten en waarop spelers uit de eredivisie door Dick Bruynestein nogal grappig zijn getekend.
Tijdens een gymles gebeurt iets heftigs wanneer een van de jongens afloopt op de bank waarop we zitten. Hij glimlachend en opent kort zijn gulp. Een fractie was iets van zijn lul te zien. Voor mij adembenemend. Ik hoop dat niemand iets merkt van mijn plotselinge opwinding.
Over een stijve bij het opstaan en soms behoorlijke kriebels in het kruis hoeft niemand iets te weten. Op school doe ik mijn best zoveel mogelijk onopvallend naar die bewuste jongen te kijken. Zal ik proberen contact te maken? Ik ben bang dat hij mij een jongen van niks vindt.
Wanneer schilders op een dag het huis verven vraagt moeder aan een van de twee of hij een meisje heeft. De ander antwoordt snel hij een meisje? Nee hoor waarna ze beide lachen. Ik weet het zeker: die jonge schilder is homo! Het bloed stijgt naar mijn hoofd en in de spiegel kijk ik naar mijn kleur.
Wim blijft mij pesten wanneer hij me ziet. Gedachten over dood willen zijn van jaren geleden komen naar boven. Op het Rapenburg wil ik voor een auto springen, maar stel de actie op het laatste moment uit onder het mom van zoiets kan altijd nog.
Bij het oversteken van het Pieterskerkplein op een middag na schooltijd zijn oudere jongens en meisjes in een kring op muziek van Rock Around the Clock van Bill Haley aan het dansen. Fantastisch hoe ze bewegen! Thuis zonder iemand in de buurt probeer ik het voor de grote spiegel van de klerenkast de bewegingen na te doen. Ik hou van dansen! Voelt het als wat genoemd wordt gelukkig?
Zou er ergens iemand rondlopen met dezelfde gedachten en verlangens? Hoe kom je achter zoiets? In de verhalen uit boeken die ik van school moet lezen staat daarover niets. Ik verlang voortdurend naar die jongen in de gymzaal. Luister dolgraag naar de stem van Cliff.
Op een dag val het woord homo tijdens een duitse les. Gelukkig zit ik achteraan want direct voel ik het schaamrood aankomen. Nu is het duidelijk: jongens, ik hou van jongens.
Niemand mag dat weten. Stel je voor dat Dirk of Wim … Nee, nee. Niemand mag denken dat ik over jongens droom, elke avond fantaseer in bed.
Vanaf ga ik iedereen zand in de ogen strooien. Geheimzinnig doen. Dat is veilig! Mensen onzeker houden.
Tijdens gymnastiek haat balspelen. Als een van de laatsten blijf ik over bij het kiezen van teams. Ik voel me op zo’n moment doodongelukkig. De bal krachtig en ver gooien lukt nooit.
Strafwerk volgt door baldadig gedrag in de klas door ongehoorzame acties als praten, stiekem briefjes doorgeven en vliegtuigjes gooien. Ik daag mezelf uit de strafregels te schrijven met zoveel mogelijk pennen in een hand. Bij het inleveren van de velletjes is dat duidelijk te zien. De leraar zegt niets.
Ik dagdroom veel, bedenk dat de enige zekerheid in het leven onzekerheid is en voel me daardoor iets steviger staan in het saaie, eentonige leven.
Op de dag van mijn vijftiende verjaardag word ik wakker en hoor muziek die ergens vandaan komt. Sam feliciteert mij. Achter het behang in een kast op zolder heeft hij de dag ervoor een bandrecorder gezet. Hij zingt een zelfgeschreven lied op de wijs van Hup Holland Hup en begeleidt zich op de piano.

lied
Sam zit zodra hij van zijn werk komt achter de piano. Op zaterdag moet ik met hem naar Den Haag, waar hij op het conservatorium studeert voor pianist. Ik bezoek in die tijd de boekenmarkt, ruik aan oude boeken en blader daarin.
In een straat passeer ik een sexshop waar boekjes als Tomorrow Man liggen met atleten in minimale slipjes. Mijn hart slaat bijna op hol. Traag loop ik langs de etalage, durf nooit te blijven staan. Onopvallend probeer ik naar die mannen te kijken, bang dat iemand mij ziet. Naar binnen gaan en een boekje kopen wil ik wel maar zoiets overleef ik niet met die ingehouden spanning.
Thuis wordt het tweede huwelijk aangekondigd: Dirk met Lily Kallenborn, een vrouw uit een familie met blauw bloed, volgens moeder. Deftig, in koetsen inplaats van auto’s rijden we naar het stadhuis en beklimmen de grote trap op de Breestraat. Het lijkt een sprookje waarin rijke mensen in mooie kleren en veel hoge hoeden spelen. Wim heeft een kriebel in zijn keel en grijpt voortdurend tijdens de plechtigheid binnen naar groentjes in het zakje van zijn vest. Hij gaat onhandig en vermakelijk om met zijn hoge hoed.
Niet veel later volgt hij het voorbeeld van zijn broer Dirk: hij trouwt met Tini, een wulpse volksvrouw. Ze lijkt op een pin up girl uit De Lach. Net als bij Coby rijden we in auto’s en vindt de ceremonie plaats in de benedenzaal. Op zolder breekt Wim een wand weg en maakt een eigen woonruimte.
Voorlezen doe ik op verzoek van Sam. Thrillers van Robert van Gulik, Havank en Agatha Christie. Ook populaire prismaboeken over kunst en gezondheid, literatuur over paranormale zaken, krachten in de mens en astrologie.
In mijn horoscoop vertellen de sterren dat de opdracht in mijn leven is hoofd- van bijzaken te onderscheiden. Dat met de buitenwereld spanningen zijn te verwachten, vooral met instanties, regels en ambtenarij. En vooral problemen met broers.
Naast het studeren op de piano is Sam druk met meisjes. Hij ziet niet dat ik voortdurend naar een jongen kijk en soms opgewonden raak. ’s Avonds na het voorlezen voeren we gesprekken, meestal over kunst. Wanneer moeder wil slapen doet ze haar kunstgebit uit en jaagt ons naar bed: Ksssst, vooruit!!
Een vroegere begeleider van Sam uit Bartimeus komt op bezoek en vindt mij lijken op een Engelse butler. Gesloten, maar niet afgesloten volgens hem.
Het opnieuw wandelen met Sam verloopt soepel, eigenlijk heel natuurlijk. Het valt mensen nauwelijks op dat hij een visuele handicap heeft. Aan zijn gezicht en motoriek is dat niet te zien in tegenstelling tot zijn slechtziende en blinde vrienden. Luc jr. is jaloers op de manier waarop wij met elkaar omgaan. Een twee-eenheid als broers.
Omdat ik met niemand over mijn gevoelens en fantasie praat begin ik een dagboek. In Leiden rust op homo zijn een zwaar taboe, gevaarlijk zelfs gezien de potenrammers waarover vervelende verhalen de ronde doen.

dagboek
Ik ben voortdurend nieuwsgierig naar de lul van Wim. Zijn bijnaam is de lange. Zou hij….. ? Alleen op een foto heb ik een keer een bloot mannenlichaam gezien, nog nooit in het echt.
Thuis hebben we geen douche, net als op school. Het dagelijks aftrekken in mijn kamer meestal voor het avondeten gebeurt met plaatjes die ik uit tijdschriften knip. Prachtig vind ik de kromme benen van een cowboy in spijkerbroek en reclame voor onderbroeken in folders.
Op zondag en in de vakantie fiets ik soms met kloppend hart naar de Nieuwe Vaart waar ik langs het water zo onopvallend mogelijk naar jongens in hun zwembroek kijk. In speelfilms en in liedjes gaat het in liefde en sex altijd alleen maar over mannen en vrouwen.
Sam is verzamelaar van Tuny Tunes, waarin songteksten staan. Mijn belangstelling is voor muziek, voor een melodie, nooit voor een tekst. Soms is dat het geluid van een stem zoals die van Cliff en Franky Avalon.
Ik hou van oorlogsfilms. Daarin zie ik mannen en jongens. De boekenserie Engelandvaarders over de tweede wereldoorlog lees ik in een adem uit. Informatie over de oorlog waarin ik geboren ben.
In de grote vakantie wil ik geld verdienen. Dat lukt bij Simon de Wit, een supermarkt in vakantiepark Duinrell. Van het verdiende geld koop ik in de uitverkoop een goochelboek. Trucs! Een onzichtbare wereld wil ik leren kennen!
Wat in het boek staat valt tegen. Een advertentie achterin leidt mij naar een goochelstudio in Amsterdam waar ik ineens de smaak te pakken krijg. Ik word lid van een goochelvereniging, bezoek twee congressen en ga in de leer bij de bekende goochelende clown Anverdi, een uitvinder van trucs.
Tussen de schuifdeuren op een verjaardag an moeder doe ik mijn eerste voorstelling. Daarna op een schoolfeest; voor kinderen op een camping; voor bejaarden in een kerk voor het altaar. Dirk laat ik stomverbaasd achter na hem een truc te laten zien waar hij totaal niets van snapt en waarvan ik het geheim nooit zal verklappen, al slaat hij me dood.
Publiek moet altijd op veilige afstand zitten. Ik beweeg veel met zijden doekjes die ik bij Vroom & Dreesman koop. Een optreden betekent: extreem nerveus, ik ben bang een fout te maken en vervolgens compleet voor schut te staan. Toen dat een keer bij kinderen gebeurde leerde ik extra op te letten omdat kinderen snel iets door hebben en dat meteen duidelijk maken.
Aandacht, bewondering en applaus. Niemand vraagt waarom ik geen meisje heb. Dat kis mooi meegenomen. Goochelen en voetbal, beide zorgen voor energie.
Wat te doen na de mulo? Op een dag oppert moeder dat onderwijzer wel iets voor mij is. Misschien omdat ze mij vroeger schooltje zag spelen met nichtje Gonnie.
Tijdens de dagelijkse treinreis naar de kweekschool in Den Haag leer ik Hens van der Nat kennen. Regelmatig schaken we bij hem thuis in Leiderdorp. Het is niet belangrijk wie wint, in tegenstelling tot Wim van wie ik altijd wil winnen. Contact met hem heb ik niet.
De vader van Hens is hoofd van een school en vrijmetselaar. Nooit hebben we het over sex. In een weekend voor kinderen van vrijmetselaars praten we over het verschil tussen angst en vrees en de conclusie is: angst hoort bij doodgaan; vrees en bang zijn duiden op iets concreets zoals bang voor een dier of een mens. Dat het laatste bij mij het geval is gaat niemand wat aan.
Na een jaar verander ik van school. Het reizen in de trein bevalt me niet. In plaats daarvan fiets ik dagelijks naar de Christelijke Kweekschool, vlak bij de Leidse Hout naast Roodenburg.
Direct raak ik smoor verliefd op Rob Jansen. Het is moeilijk mijn ogen van hem af te houden, hij zit in een andere rij. Tijdens de gymles zorg ik ervoor zoveel mogelijk naast hem te zitten zodat we samen een oefening kunnen doen. Hij heeft een prachtig lichaam, een mooie huid, ruikt fris en is charmant verlegen.
Meer contact met hem zou op een ontspannen manier moeten verlopen. Een idee komt op. Sam is een actieve geluidsjager naast werk en pianostudie. Hij praat wel eens over een parodie maken op een serie radioprogramma’s. Dat is het. Ik vraag Rob erbij!
uit:
autobiografie

Vijfde Hoofdstuk
Zo zijn

Ontdek meer van joopbrussee.com
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.