Zevende Hoofdstuk
vanaf 1969 – 25 jaar
De eerste rol die ik van Fons krijg is die van priester in een documentair toneelstuk over Markies de Sade. De voorstelling bestaat uit fragmenten, uitspraken en scenes.
Als priester in een lang zwart gewaad met een eindeloos rijtje knoopjes word ik bewegend op muziek door twee meisjes volledig van het zwarte kledingstuk ontdaan. We weten niet dat de zedenpolitie in de zaal zit.

Het duurt even maar uiteindelijk eindig ik naakt op het toneel. Spannend, maar ik heb wel last van enige gene. Na afloop van de voorstelling in het Universiteit Theater in Amsterdam worden alle acteurs verzocht naar de zaal te komen waar twee rechercheurs ons vertellen dat de voorstelling verboden wordt.
De reden komt uiteindelijk na lang aandringen: De Sade zegt: Jesus Christus is een lellebel en de heilige maagd een snol. En dat liegt er niet om! Voor de uitleg van Fons dat het hier om een citaat gaat heeft het tweetal geen belangstelling.
Wanneer de burgemeester van Amsterdam het verbod intrekt zit de zaal de volgende dag tjokvol. Later volgen verhoren op het politiebureau in de Marnixstraat. Niemand hoort meer iets. De gebeurtenis komt met foto in een boek over een tijdsbeeld uit die periode. Wat niet mocht.
Frans vraagt of ik een paar kamers op zijn flat aan de Sloterplas wil huren. Dat lijkt me een goed idee maar lang zal ik er niet blijven. In de nieuwbouw in de Bijlmermeer kan ik voor hetzelfde geld een vierkamer flat huren. Ik aarzel geen moment. De afstand tot Hilversum is korter.
Voor de radio maak ik programma’s over kinderboeken. Samen met Japie Blok, een jongen uit de 5e klas van de Nicolaas Maes school stap ik op een dag het grachtenhuis van schrijver Paul Biegel binnen. Jaap interviewt hem over De tuinen van Dorr en wijst hem verrassend op een fout. Paul geeft het ruiterlijk toe.
Ik leer het gezin van Japie stapsgewijs kennen. Vijf kinderen hebben Dik en Gertie. Soms eet ik mee aan hun ronde tafel. De omvangrijke joodse huisvader is overdreven aardig en brengt mij in een lastig parket. Hij overlaat mij niet alleen met cadeau’s en taarten, maar zorgt voor een grote woning in zuid die ik moeilijk kan weigeren. Vanuit hem lijkt het een klassieke verliefdheid!
Wanneer hij een keer belt vanaf zijn werk in een restaurant hangt hij huilend aan de telefoon en zegt dat hij met mij een nieuw leven wil beginnen in Amerika. Ik krijg het benauwd.
Wanhopig stuur ik hem door naar mijn moeder en ben later blij met de ingeving wanneer hij zegt Wat een fantastische vrouw! Moeder zegt bij navraag dat ze hem gewezen heeft op de verantwoordelijkheid voor zijn gezin. Vast wel stevig aangevuld met haar moeilijke leven waarover ze altijd graag vertelt: ik stond overal alleen voor.
Fons vraagt mij regelmatig mee te doen aan een project. Op een van de spelers, Tony val ik hevig. Hij stinkt reusachtig naar zweet. Altijd. Normaal moet ik daar niets van hebben, maar bij hem ligt dat anders. Jammer genoeg wil hij geen avontuur met mij, praat altijd over een vriendin. Samen met hem organiseer ik een weekend naar Londen in de winter en denk: samen slapen…..maar nee niets van lichamelijk contact tijdens de trip.
Terug op Schiphol, ’s avonds laat in een ijzige sneeuwbui is hij gedwongen de nacht bij mij te logeren. Geheel onverwacht drukt hij zich tegen mij aan.
Later besef ik nog steeds geen idee te hebben hoe hetero’s met homo gevoelens omgaan. Ik hoor en praat daar nooit over. Misschien is dat ook maar beter. Het verhaal in de homo wereld gaat dat Italiaanse mannen overdag hetero en ’s nachts homo zijn.
Harmen zoekt plotseling contact met mij. Samen met zijn dansvriendin zoeken ze woonruimte. De huur van mijn grote huis is hoog. Ik verhuur een verdieping. Hij vertelt dat het Danstheater een ballet op muziek van Carl Orff in een amfitheater in Griekenland gepland heeft. Dat klinkt goed. Ik vlieg in de vakantie naar Samos, een Grieks eiland om later een onvergetelijke avond te hebben: Orff’s geweldige muziek met ballet in de openlucht!
Opnieuw geniet ik van Harmen als danser. De verhouding toentertijd werd aangewakkerd door zijn moeder die graag wilde dat hij een topdanser werd en bang was dat een verhouding met een meisje roet in het eten zou gooien. Hij speelde als jongetje een rol in de verfilming van een boek van Rudi van Dantzig, samen met Ramses Shaffy.
Terug in Amsterdam vertelt Harmen dat zijn vriendin in verwachting is. Ik maak duidelijk dat ze nu een andere woonruimte moeten zoeken. Het geluid van huilende baby’s werkt op mijn zenuwen. Zo verdwijnt hij definitief uit mijn leven.
Via een vriendin kom ik terecht bij toneelgroep Centrum, een gezelschap dat naast het geven van eigentijds toneel van bij voorbeeld Pinter ook spellessen organiseert op scholen van voortgezet onderwijs. Die aanvulling levert extra subsidie op in Utrecht en Haarlem.
Soms alleen, soms samen met Saskia Verwaayen, bezoek ik vele scholen. We geven los van elkaar lessen, genieten beide van dit speels culturele werk. Ook zij heeft een bizar dominante moeder en worstelt met het losmaken. Redden wat er te redden valt is onze slogan en lachen als ondeugende kinderen.
Op een dag spreken we af dat zij de knapste jongen uit haar groep met een smoes naar mij toe stuurt. Na een klop op de deur komt de meest lelijke jongen binnen die ik ooit gezien heb.
Eigen programma”s bij de Kro radio. Het presenteren ervan bevalt me. De Vara wil de kunstrubriek Staalkaart op de radio vernieuwen. Als een van de presentatoren zit ik een seizoen wekelijks naast Hilde Smit, een ervaren omroepster die teksten onder films inspreekt.
Het is grappig hoe verschillend we omgaan met onze zenuwen. Bij mij, wanneer ik in de doodstille spreekcel voor de live uitzending de secondewijzer naar het hele uur zie tikken nemen de zenuwen altijd gigantisch toe. Bloed stijgt naar mijn keel. Na het uitspreken van de eerste zinnen treedt een ontspanning op en voel ik me op m’n gemak. Hilde daarentegen begint heel ontspannen maar krijgt tijdens de uitzending soms een paniek aanval. Dan wordt ze nerveus, haar hoofd kleurt vuurrood onder het praten. Maar goed dat het radio is.
Fons wil van de Nes net zoals vroeger een hoerenstraat maken, in de vorm van een decadent theaterproject. Samen met Alain Teister weet hij het Rode Paleis van de grond te krijgen. Ik haal mijn hobby uit de tienertijd uit het stof en studeer een decadent goochelnummer in met Atze van Rijswijk, een oud leerling van de ivko school (individueel kunstzinnig onderwijs) waar ik tijdelijk een paar spellessen verzorgde. Atze wil graag assisteren. Met hem speel ik soms Mens Erger Je Niet thuis in het bad. Voel me goed bij zijn baldadig gedrag. Hij danst ballet en heeft als specialiteit het staan op zijn hoofd.
Klassiek, in rokkostuum hypnotiseer ik hem bij aanvang van ons optreden. Zo staat hij op zijn hoofd en leg ik op zijn voeten een blad waardoor hij een tafel is. In een bizarre act plast hij aan het eind in een hoge hoed waar gebakjes uitkomen waarmee we gulzig etend verdwijnen.
Tijdens de voorstellingen droomt Fons van een podium in de Nes voor zowel amateurs als professionals die in alle vrijheid iets theatraal willen uitproberen. Met subsidie komt op een dag De Engelenbak van de grond. Presentatoren wisselen. Veel later mag ik ook een keer.
Toneelgroep Centrum wil spellessen combineren met een voorstelling op school. Daarvoor wordt een scholengroep opgericht. In navolging van het Werktheater doen wij als speldocenten alles zelf. Een reizend theater dus. Heerlijk acteren. De spellessen volgen later.
Op een gymnasium in Utrecht slaat een jongen bij ons vertrek het inladen van het decor een tijdje in stilte gade en vraagt wat we voor ons beroep doen. Hij kan zich moeilijk voorstellen hoe je met zoveel plezier kan werken.
In Bergen op de Pedagogische Academie geef ik enkele spellessen per week. De directeur met een ernstige zenuwtrek in zijn gezicht zegt: ik wil een leraar dramatische expressie, ook al weet ik niet precies waar dat goed voor is.
In een gesprek met hem vraagt hij over mijn maatschappelijk kritische instelling. Ik vertel in de toekomst in Frankrijk te willen wonen waarna hij zegt dat het jammer is dat mensen die iets te vertellen hebben het land uitgaan zoals Gerard Reve.
Van vriendin en collega Conny van Manen komt de vraag of ik lessen wil geven aan de acteeropleiding van studio De Trap die zij samen met Ernst Zwaan begonnen is. Ik doe het en werk jarenlang met veel plezier.
Jose dringt aan dat het voor mij tijd wordt bij de televisie te gaan werken gezien mijn achtergrond: onderwijs, radio en theater. Toevallig begin ik me bij Centrum steeds meer te ergeren aan een nieuwe acteur in onze groep Ursul de Geer. Niet alleen door zijn dwingend dominante gedrag. Op scholen in een pauze werkt hij gulzig drie dubbel belegde boterhammen overdreven naar binnen als een uitgehongerd dier. Terwijl hij een moment ervoor leerlingen vertelde zich verbonden te voelen met arme mensen in de derde wereld die nauwelijks iets te eten hebben.
Ik besluit de groep te verlaten zonder vervangend werk te hebben.
Vlak voor de laatste werkdag maakt Theo mij attent op een advertentie in De Journalist. De Vara televisie zoekt presentatoren/redacteuren voor een compleet nieuw te starten tv programma, in navolging van That’s life van de BBC.
Bedoeling is dat in het programma Kafka achtige situaties komen die mensen meemaken bij ambtelijke instanties en bedrijven. Een consumenten programma gebracht met een satirisch saus, een nieuwe vorm van infotainment.
De formule lijkt op mijn buik geschreven. Onnodige regels en domme ambtenarij kunnen in mijn ogen niet genoeg belachelijk worden gemaakt. Daarbij ben ik dol op vernieuwingen. De jongens en het meisje van Hauser Orkater heb ik in vele weekends geholpen met hun eerste optreden in het Shaffy theater.
Ik solliciteer en krijg een oproep voor een screentest.
uit:
autobiografie

Achtste Hoofdstuk
Bekend

Ontdek meer van joopbrussee.com
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.