uit: Zwerfziel
theatraal
1969
De eerste rol die ik van Fons krijg is die van priester in een documentair toneelstuk over Markies de Sade. De voorstelling bestaat uit fragmenten, uitspraken en scenes van de schrijver. Als geestelijke word ik door twee meisjes mimisch op muziek uitgekleed. Na de premiere volgt een verbod door de zedenpolitie.

Het duurt even voor de enorme hoeveelheid knoopjes los zijn van het lange zwarte kledingstuk en ik uiteindelijk naakt op het toneel lig. Spannend maar ik heb wel last van enige gene. Na afloop van de voorstelling in het Universiteit Theater in Amsterdam worden alle acteurs verzocht naar de zaal te komen waar twee rechercheurs ons vertellen dat de voorstelling verboden wordt.
De reden komt na enig aandringen: De Sade zegt: Jesus Christus is een lellebel en de heilige maagd een snol. En dat liegt er niet om! Voor uitleg dat het hier om een citaat gaat heeft het tweetal geen belangstelling.
Wanneer de burgemeester van Amsterdam het verbod intrekt zit de zaal de volgende dag tjokvol. Later komen verhoren op het politiebureau in de Marnixstraat. Daarna: niemand hoort meer iets. De gebeurtenis komt met foto in een boek over een tijdsbeeld uit die periode: Wat niet mocht.
Voor de radio maak ik programma’s over kinderboeken. Samen met Japie Blok, een jongen uit de 5e klas van de Nicolaas Maesschool stap ik op een dag het grachtenhuis van schrijver Paul Biegel binnen. Jaap interviewt hem over De tuinen van Dorr en wijst hem op een fout. Paul geeft het ruiterlijk toe.
Ik leer het gezin van Japie kennen. Vijf kinderen hebben Dik en Gertie. Soms eet ik mee aan hun ronde tafel. De omvangrijke joodse huisvader is buitengewoon aardig maar brengt mij in een lastig parket. Hij overlaat mij met cadeau’s en zorgt voor een prachtige woning in zuid die ik moeilijk kan weigeren. Het lijkt op een klassieke verliefdheid.
Wanneer hij een keer belt en huilend aan de telefoon vertelt dat hij met mij een nieuw leven wil beginnen in Amerika krijg ik het benauwd. Wanhopig stuur ik hem door naar mijn moeder en ben later blij met de ingeving.
Wat een fantastische vrouw! zegt Dik. Bij navraag zegt moeder dat ze hem heeft gewezen op de verantwoordelijkheid voor zijn gezin. Natuurlijk stevig aangevuld met haar moeilijke leven waarin ze altijd overal alleen voor stond.
Fons vraagt mij regelmatig mee te doen aan een project. Op een van de spelers, Tony val ik hevig. Hij stinkt reusachtig naar zweet. Altijd. Normaal moet ik daar niets van hebben, maar bij hem ligt dat anders. Jammer genoeg is hij totaal niet in voor een romance, praat altijd over een vriendin. Met hem organiseer ik een weekend naar Londen in de winter en denk: samen slapen…..maar tijdens de trip wil hij van enig lichamelijk contact niets weten.
Terug op Schiphol, ’s avonds laat in ijzige kou is hij gedwongen de nacht bij mij te logeren. Geheel onverwacht zoekt hij lijfelijk contact bij mij! We genieten beide.
Later besef ik geen idee te hebben hoe hetero’s met homo gevoelens omgaan. Ik praat daar nooit over. Het verhaal gaat dat Italiaanse mannen overdag hetero en ’s nachts homo zijn.
Harmen zoekt contact met mij. Samen met zijn dansvriendin zoeken ze woonruimte. Mijn huis is groot en de huur hoog. Ik verhuur een verdieping. Hij vertelt dat het Danstheater een ballet op muziek van Carl Orff in een amfitheater in Griekenland gepland heeft. Ik vlieg in de vakantie naar Samos, een Grieks eiland om later in Pireus een onvergetelijke avond te hebben: Orff’s muziek met ballet in de openlucht!
Harmen danst mee. In het verleden viel ik op zijn dansen. De verhouding van ons werd aangestuurd door zijn moeder die graag wilde dat hij danser werd en bang was dat een meisje roet in het eten zou gooien.
Terug in Amsterdam vertelt hij dat zijn vriendin in verwachting is. Ik maak duidelijk dat ze dan niet langer in mijn huis kunnen blijven omdat ik niet tegen het geluid van huilende baby’s kan.
Hij verdwijnt uit mijn leven.
Door een vriendin kom ik terecht bij toneelgroep Centrum, een gezelschap dat naast het geven van eigentijds toneel ook spellessen organiseert op scholen van voortgezet onderwijs. Dat levert extra subsidie op in Utrecht en Haarlem.
Soms alleen, soms samen met Saskia Verwaayen, bezoek ik scholen. We geven los van elkaar lessen, genieten beide van dit speelse culturele werk. Ook lachen we veel.
Op een dag spreken we af dat zij de knapste jongen uit haar groep met een smoes naar mij toe zal sturen. Na een klop op de deur komt een jongen binnen die zegt dat mevrouw Verwaayen vraagt of ze straks met u mee kan rijden. Nog nooit in mijn leven heb ik zo’n lelijk mens gezien.
Bij de Kro radio presenteer ik inmiddels eigen programma’s. Dat bevalt best. De Vara wil de kunstrubriek Staalkaart op de radio vernieuwen. Als een van de presentatoren zit ik een seizoen wekelijks naast Hilde Smit, een ervaren omroepster die ook wel films inspreekt.
Het is grappig hoe verschillend we omgaan met zenuwen. Bij mij, wanneer in de doodstille spreekcel voor de live uitzending de secondewijzer naar het hele uur tikt nemen de zenuwen gigantisch toe. Na het uitspreken van de eerste zinnen koel ik af, voel me op m’n gemak.
Hilde daarentegen begint heel ontspannen maar krijgt tijdens de uitzending soms een paniek aanval. Dan wordt ze nerveus, haar hoofd kleurt vuurrood. Intussen praat ze gewoon door. De luisteraars merken nooit iets.
Fons wil van de Nes net als vroeger weer een hoerenstraat maken, nu als decadent theaterproject. Samen met Alain Teister komt het Rode Paleis van de grond. Ik haal mijn hobby uit de tienertijd uit het stof en studeer een decadent goochelnummer in met Atze van Rijswijk, een oud leerling van de ivo school waar ik tijdelijk een paar spellessen verzorgde. Atze wil graag assisteren. Met hem speel ik soms Mens Erger Je Niet thuis in de badkuip. Het is een heerlijk baldadige jongen. Zijn specialiteit is op het hoofd staan.
Klassiek, in rokkostuum hypnotiseer ik hem bij aanvang van ons optreden en leg op zijn voeten een blad, een tafel waar een kleedje overheen gaat.
In een bizarre act plast hij aan het eind in een hoge hoed waarna ik daar gebakjes uithaal die we samen gulzig opeten.
Tijdens deze voorstelling droomt Fons van een podium in de Nes voor zowel amateurs als professionals die in alle vrijheid theatraal iets willen uitproberen. Met subsidie gaat op een dag De Engelenbak van start. Met wisselende presentatoren. Veel later mag ik ook een keer.
Bij toneelgroep Centrum komt het idee spellessen te combineren met een voorstelling op school. Daarvoor wordt een scholengroep opgericht. In navolging van het Werktheater doen we alles zelf. Een voorstelling maken, in een busje naar scholen rijden, decor opbouwen enz. De spellessen volgen op een later tijdstip.
Op een gymnasium in Utrecht slaat een jongen bij ons vertrek het inladen van het decor een tijdje in stilte gade en vraagt wat we voor ons beroep doen. Hij kan zich niet voorstellen dat werken met zoveel plezier bestaat.
In Bergen op de Pedagogische Academie begin ik op verzoek met enkele spellessen. De directeur met een ernstige zenuwtrek in zijn gezicht zegt: ik wil een leraar dramatische expressie, ook al weet ik niet precies waar dat goed voor is.
Van vriendin en collega Conny van Manen komt de vraag of ik acteerlessen wil geven aan de opleiding De Trap die net gestart is. Ook hier geldt ik doe het en heb heel veel plezier.
Jose stelt voor dat ik bij de televisie kom werken gezien mijn achtergrond van onderwijs en theater. Toevallig begin ik me in de scholengroep steeds meer te ergeren aan Ursul de Geer. En niet alleen door zijn dwingende dominante gedrag.
Op scholen werkt hij in een pauze drie dubbel belegde boterhammen overdreven gulzig naar binnen als een uitgehongerd dier. Terwijl hij de leerlingen vertelt zich verbonden te voelen met arme mensen in de derde wereld die nauwelijks iets te eten hebben.
Ik besluit de groep te verlaten ook al heb ik geen vervangend werk. Werken wil ik met plezier blijven doen. Alleen genoeg geld om te blijven leven.
Vlak voor de laatste werkdag maakt Theo mij attent op een advertentie in De Journalist. De Vara televisie zoekt presentatoren/redacteuren voor een compleet nieuw te starten tv programma. In navolging van That’s life van de BBC.
Bedoeling is dat in het programma Kafka achtige situaties komen die mensen echt meemaken bij ambtelijke instanties en bedrijven. Een consumenten programma gebracht met een satirisch saus, een nieuwe vorm van infotainment.
De formule lijkt op mijn buik geschreven. Onnodige regels en domme ambtenarij kunnen in mijn ogen niet genoeg belachelijk worden gemaakt.
Ik solliciteer en krijg een oproep voor een screentest.

vervolg Kansen
Louis Velleman, buitenland correspondent en journalist Ben Elkerbout doen de selectie voor het nieuwe satirische consumentenprogramma voor de Vara: Hoe Bestaat Het.
Tijdens de screentest lees ik voor het eerst van mijn leven een tekst van een scherm die voor de cameralens verschijnt. Zoiets ligt mij wel merk ik.

Ontdek meer van joopbrussee.com
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.