uit: autobiografie Zwerfziel
12e verhaal
nieuw leven
2005
No Dan, you will not die, fluister ik in zijn oor.
Door mijn hoofd gonst het nee, nee dat mag niet gebeuren. Het duurt even voor ik weer helder kan denken.
Aan een zuster vraag ik naar een dokter. Ik loop snel in de richting die ze wijst, zie een man in een witte jas half verdoofd achter een soort bureau zitten en vraag what is the best hospital in town?

Na enig aarzelen komt een antwoord. Ik zeg dat Dan daar zo snel mogelijk naartoe moet. Hij wil voor mij bellen. Creditcard please.
Even later ligt Dan in een ambulance en rijd ik met vader en moeder door het drukke stadsverkeer met zwaailicht richting particulier ziekenhuis. Daar wordt hij onmiddellijk naar de intensive care gebracht. Voorlopig zie ik hem niet meer.
Ik hoor later dat hij echt was opgegeven. Vandaar de hele familie rond zijn bed.
In het eerste bezoekmoment vraag ik aan de Chinese arts wat zijn kansen zijn. De man aarzelt. 50%. Volgens hem heeft hij een vorm van malaria en zijn alle vitale organen inmiddels aangetast. Schuin aan de overkant van de weg neem ik een hotel. De volgende dag is een bezoek van maximaal een uur mogelijk. Veel tijd heb ik zodoende om na te denken over de relatie met Dan.
Drie dagen volgen voor hem in het ziekenhuis. Aan het eind ervan wordt op zijn kamer een afscheid ceremonie gehouden. Een groep personeel dat hem behandelde komt in een halve cirkel staan. Een toespraak volgt, zelfs een lied waarvan de inhoud mij ontgaat. Als aandenken krijgt hij een soort bokaal mee.
Ik besluit onderzoek te doen naar waar ik in de toekomst wil wonen en ga een jaar wat meer op reis. De huur van de woning in het hofje zeg ik op.
Aan twee familieleden en twee vrienden vraag ik of tijdelijk inschrijven op hun adres voor correspondentie mogelijk is. Vier maal krijg ik nee te horen. Excuses: vanwege de hypotheek, korten van een uitkering, vervelende ervaringen en tegenstribbelende partner. Wat nu?
Iets kopen voor weinig geld lijkt een onmogelijke opgave. Op internet zoek ik in het hele land. En zowaar….
In de gemeente Renkum vind ik een flat in een senioren complex, een voormalig bejaardenhuis voor minder dan 20.000 euro. Ik stal op station Bijlmer in Amsterdam een fiets zodat ik na bus en trein in mijn vertrouwde stad mobiel kan zijn.
Vanuit Renkum fiets ik regelmatig naar de natuurwinkel in Wageningen. Met een drietal dames in het senioren complex speel ik bridge. Wandel door bossen in de omgeving. Medebewoners zijn meest ouder dan ik en hebben allerlei gebreken.
Echt thuisvoelen doe ik me niet. Ik verlang voortdurend naar Amsterdam of naar Dan in de tropen. Ben blij wanneer de winter in zicht komt. Het vliegtuig in voor Thailand en Australia.
Ik verheug me mijn vrienden weer te zien, inmiddels meer dan Stephen en John. Met psycholoog Dennis en architect Graham zijn aangename gesprekken te voeren. In januari ben ik gewend in Melbourne het jaarlijks het grand slam tennis spektakel mee te maken.
Omdat Dan een vaste baan heeft is het eenvoudig hem voor een tweeweekse trip naar Nederland te laten komen. Hij krijgt de garantie bij terugkomst opnieuw te kunnen werken bij kuuroort Chivasom.
We rijden in mijn auto naar mijn geboortestad Leiden en bezoeken keukenhof, voor mij de eerste keer in mijn leven. Samen genieten we van de geweldige hoeveelheid bloemen.
Terug in Thailand werkt Dan zich over de kop. Niet alleen gasten vragen hem telkens opnieuw, de directie wil alleen door hem gemasseerd worden.
Regelmatig volgt bloedcontrole. Wanneer op een dag een resultaat onduidelijk is maak ik me ongerust. Er is iets niet goed met zijn bloed maar er wordt niet ingegrepen. Ik vraag hem mee te gaan naar een internationaal ziekenhuis in Bangkok voor een bloedtest. Uit het onderzoek komt de diagnose HIV positief. Het is duidelijk dat Chivasom hem niet kwijt wil want het beleid is dat hij daar nu onmogelijk langer in de spa kan werken.
Ik ben ziedend. Wil naar zijn werkgever stappen. Maar doe het niet. Besluit dat het beter is de energie te gebruiken om na te denken over de toekomst.
Hua Hin is inmiddels niet meer het aardige vissersplaatsje aan zee dat ik met Fons jaren geleden ontdekte. Veel te veel toerisme en verkeersdrukte verstikken de atmosfeer. Huizen en resorts worden volop door buitenlanders gebouwd en wegenaanleg blijft achter. Ik adviseer Dan zijn huis te verkopen en terug te gaan naar zijn ouders in het binnenland om daar te gaan wonen. Terug in Nederland heb ik de zekerheid dat hij goed wordt opgevangen.
Bij bloedcontrole zeggen artsen dat hij nog tien jaar te leven heeft. Ik wil en kan hem niet in de steek laten. Telkens wanneer ik vertel over het moment in het ziekenhuis dat hij zegt dood te gaan komt er een lawine van emotie naar boven die mijn keel afsluit en zo een nauwelijks te stoppen verdriet tegenhoudt.
It is in the middle of nowhere zegt Stephen wanneer hij op internet de plaats opzoekt in het binnenland van Thailand. Dan laat op een stuk land van hem de jungle weghalen waar een huis komt te staan. Dicht bij zijn familie, zijn ouders, twee broers en een zuster. Dicht bij een meertje. Het leven in het dorp verderop is niet meer zo primitief, de houten huizen worden vervangen door beton.
Het landelijk leven ontspant, geen toerist. Wanneer ik overkom is het een avontuur in een vreemde cultuur. Thais is een klanktaal, nogal moeilijk voor mij. Dan spreekt inmiddels aardig engels.
Vrij snel leer ik Jerry, een Amerikaan kennen die getrouwd is met een Thaise vrouw. Hij heeft de taal leren spreken in de tijd dat hij in het leger tijdens de Vietnam oorlog in Kon Kaen bij de verbindingstroepen was gestationeerd. Op dat moment besloot hij later, gepensioneerd een vrouw te zoeken en hier te gaan wonen. Ze runnen een soort kruidenierszaak.
Voor mij is het een gezond loopje van een half uur, goed voor de conditie. We babbelen over ons leven. Maken grapjes zoals die twee oude mannetjes op het balkon in de Muppet show. Over ontwikkelingen in de westerse maatschappij die we beide nogal zorgwekkend vinden.
Hij loopt altijd rond in kleding die mij doet denken aan een missionaris. Het grappige is dat hij ook daadwerkelijk als doopsgezinde het christendom in zijn omgeving aan de man wil brengen. Met plaatjes op de binnenkant van de schuurdeur. Niemand heeft belangstelling.
Het is zoet wanneer hij en zijn vrouw rond Kerstmis kinderen gratis ijsjes en snoep aanbieden. Niemand kent hier het kerstfeest.
In Renkum verlang ik steeds meer naar Amsterdam. En als een wonder kan ik plotseling een huis huren van een woningcorporatie in oost. Een verbouwd winkeltje. Charles en Marianne zijn zo vriendelijk mij terug te verhuizen.
De ruimte is klein maar past bij mijn voornemen alleen de zomermaanden hier door te brengen. Met vooral fietsen in de omgeving en lopen in de stad.
Ik wil dan graag weer mijn moedertaal horen maar dat valt tegen. Vaak krijg ik het gevoel in het buitenland te wonen. Een echt Hollands gevoel is er niet meer bij. In relatief korte tijd is de binnenstad van Amsterdam veranderd. Toeristen zie je overal en op veel plaatsen hangt een etenslucht. Het doet me denken aan het tennis evenement in Melbourne.
Daar, in januari zie ik elk jaar meer mensen, meer eetgelegenheden, meer vermaak, meer winkels. Het ontspannen gevoel rustig een tennispartij uit te zoeken is niet meer. Standen van wedstrijden bij wandelpaden verdwenen. Daarvoor in de plaats is de communicatie over alles op mobiele telefoons te vinden zoals de dame aan de inlichtingenbalie vertelt. Commercie is de baas en schrijft voor. Geweest zijn op dit evenement is voor bezoekers belangrijker geworden dan genieten van toptennis. Wat zoek ik tussen mensenmassa’s in rijen wanneer een plaatsje op een tribune niet meer te vinden is?
Stephen en John zien het wonen in de stad niet meer zitten. Ze kopen een huis in een van de kustplaatsen aan de baai. Vanuit het terras hebben ze een prachtig uitzicht. Aan de horizon zijn de wolkenkrabbers van de city te zien.
Op een dag vraagt Stephen waar nu eigenlijk mijn woonplaats is met al dat vliegen naar Australia en Thailand. Zonder na te denken hoor ik mezelf zeggen: in het vliegtuig.

Oostwaarts
In de herfst tijdens het pakken voor de reis naar Thailand besluit ik het boek over urine therapie mee te nemen. Ik kocht het een poosje geleden in de esotherische boekwinkel Himalaya in de Warmoestraat. Destijds intrigeerde mij de titel Urine, een bron van gezondheid.
verhaal (later)


Ontdek meer van joopbrussee.com
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.