Gesloten

uit: autobiografie Zwerfziel
4e verhaal
fundament
1957

Voetballen is best leuk. Alleen, veel kan ik er niet van. Op alle plaatsen van het elftal probeert de begeleider mij uit. Als keeper kan ik een beetje show maken met duiken.
Op zaterdag bij Katwijkse Boys krijg ik bij een sprong naar de bal een trap tegen mijn voorhoofd, vlak boven mijn linker oog. Duizelig speel ik de wedstrijd uit.

Later denk ik: als die trap iets lager was geweest had ik een oog moeten missen. Ik zeg direct mijn lidmaatschap op. Voortaan blijft het bij een balletje trappen met een vriendje op een veld langs de Nieuwe Vaart. Altijd als keeper met honger naar de bal.

Als jij zo doorgaat Brussee….., de engelse leraar spreekt de woorden op dramatische toon uit wanneer hij de klas inkomt, ‘…..dan haal jij het eindexamen niet. Het gebeurt in het laatste jaar op de m.u.l.o.
De man weet niet dat ik alleen in de lente mijn best doe om niet te blijven zitten. Moeder dreigt met anders ga je maar werken. Een rare kreet. Ze bemoeit zich nooit met mijn leren.

Bij het begin, de eerste maanden op die school zijn mijn cijfers heel goed. Maar langzaam gaat het bergafwaarts. Die school vind ik niks. Vaak heb ik last van hoofdpijn, alsof iemand met een hamer in mijn hoofd klopt.
Op vrijdag wanneer het in Leiden veemarkt is spijbel ik soms. Kijk vol spanning naar het wilde springen van koeien bij het in en uitdrijven in veewagens, volg het klappen van handen voor koop en verkoop.
Aan onvoldoendes raak ik gewend zelfs een 1 en een anderhalf. Ik heb geen idee waarvoor op school zit, waarvoor ik moet leren, wat ik wil worden, waarvoor ik leef.

In lezen heb ik geen zin meer. Sam komt terug van Bartimeus en vindt werk als stenotypist op het Academisch ziekenhuis. Hij ziet weer slechter. Voor mij heeft hij geen tijd.
Ik krijg een oude pick-up en van mijn zakgeld koop ik een 45 toeren plaat: Living doll van Cliff Richard. Jammer dat hij over een meisje zingt want ik vind Cliff een spannende jongen.
Op zolder of op het plaatsje voor de achterkamer draai ik die plaat, gekocht van mijn zakgeld. Ik heb geen vrienden, kan met niemand praten over dingen die ik begin te voelen in mijn lichaam.
Wanneer ik een song van The Everly Brothers opzet draai ik de muziek eindeloos. Twee broers. Voel me verbonden wanneer ze zingen over love, lonely en empty.

Soms trap ik een balletje met Rudi op een veldje bij de Nieuwe Vaart. In een pauze in de schaduw onder wat struiken word ik heel opgewonden en wil aan zijn lul zitten maar durf dat niet. Daarover iets zeggen is uitgesloten. Met hem ga ik op zondagmiddag kijken naar het eerste elftal van voetbalvereniging Roodenburg. We praten alleen over voetbal.
Ik ben fan van Feijenoord en verzamel voetbalplaatjes waarop voetballers staan die door Dick Bruynestein zijn getekend. Ik ben veel alleen en verveel me in de tuin. Wanneer Wim er werkt, pest hij altijd.
Gedachten over het dood willen zijn van jaren geleden komen langzaam weer naar boven. Op het Rapenburg wil ik voor een auto springen, maar stel de actie op het laatste moment uit onder het mom van zoiets kan altijd nog.

Op school vind ik een jongen die bad boy wordt genoemd ineens heel opwindend. Tijdens een gymles doet hij even zijn gulp open en dicht. Een adembenemend moment. Ik hoop dat niemand iets merkt. Over mijn kriebels praten durf ik niet.
Tijdens het oversteken van het Pieterskerkplein op een middag na schooltijd zie ik oudere jongens en meisjes op muziek van Rock Around the Clock van Bill Haley op een nieuwe manier dansen. Fantastisch! Thuis wanneer ik alleen ben probeer ik de bewegingen na te doen.
Ik verlang voortdurend naar die jongen op school, wil hem aanraken. Alleen, hoe maak ik contact? Hij vind mij natuurlijk een jongetje van niks.
Wanneer schilders op een dag het huis van buiten verven vraagt moeder aan een van de twee of hij een meisje heeft. De ander antwoordt snel hij een meisje? Nee hoor waarna ze beide lachen. Ik weet zeker dat die jonge schilder homo is en krijg een kleur.

Wat zou ik graag gelukkig willen worden. Maar wat houdt gelukkig zijn eigenlijk in? Loopt er iemand rond die lijkt op mij, die hetzelfde denkt en verlangt? Hoe kom je daarachter?
In de tweede klas van de mulo laat een leraar het woord homo vallen en legt rustig uit wat het betekent. Direct voel ik een rode kleur opkomen. Ik weet het zeker jongens vind ik leuker dan meisjes. Maar dat mag niemand weten. Stel je voor dat Dirk of Wim … Nee, nee. Niemand mag denken dat ik naar over jongens fantaseer. Gewoon geheimzinnig doen, altijd zand strooien in de ogen van iemand die mij probeert te leren kennen. Dat is het meest veilig! Mensen onzeker houden.

Tijdens gymnastiek is trefbal een ramp. Als een van de laatsten blijf ik over tijdens het kiezen van teams. Ik voel me dan doodongelukkig. Het wil maar niet lukken de bal krachtig te gooien. Ook niet te ontwijken.
Regelmatig volgt strafwerk door baldadig gedrag in de klas met ongehoorzame acties als praten, briefjes doorgeven en proppies gooien. Strafregels schrijven! Ik daag mezelf uit dat te doen met zoveel mogelijk pennen in een hand. Bij het inleveren van de velletjes is dat duidelijk te zien, maar de leraar zegt niets.
Ik bedenk dat de enige zekerheid in het leven onzekerheid is. Vreemd genoeg voel ik me daardoor iets steviger staan in het saaie leven van alledag.

Broer Sam zit zodra hij van zijn werk terugkomt achter de piano. Op zaterdag moet ik met hem naar Den Haag, waar hij op het conservatorium voor pianist studeert.
Tussen brengen en ophalen loop ik naar de boekenmarkt. Passeer in een straat een sexshop waar boekjes als Tomorrow Man liggen met atleten in minimale slipjes. Mijn hart begint hevig te kloppen. Traag loop ik langs de etalage en durf niet te blijven staan, bang dat iemand dat ziet en iets over mij denkt.
Ineens wordt een tweede trouwpartij aangekondigd. Dirk trouwt met Lily Kallenborn, een vrouw uit een familie met blauw bloed volgens moeder. In koetsen rijden we naar het stadhuis en beklimmen de grote trap op de Breestraat. Een heel bijzondere show in deftige kleren met veel hoge hoeden. Wim heeft een kriebel in zijn keel en grijpt voortdurend naar dropjes in het zakje van zijn vest. Hij gaat nogal onhandig met de hoge hoed om.

Later stapt Wim ook in het huwelijksbootje met Tini, een wulpse volksvrouw. Ze lijkt op een pin up girl uit De Lach. Net als Coby trouwt het paar gewoon in de benedenzaal. Thuis op zolder breekt Wim een wand weg en maakt woonruimte.
Ik lees Sam veel voor. Thrillers van Robert van Gulik, Havank en Agatha Christie. Ook populaire prismaboeken zoals Wat is ziekte eigenlijk? Literatuur over paranormale zaken, krachten in de mens en astrologie.
In mijn horoscoop vertellen de sterren dat de opdracht in mijn leven is hoofd van bijzaken onderscheiden. Verder dat met de buitenwereld spanningen te verwachten zijn, vooral met instanties, regels en ambtenarij. Toeval dat ook geschreven wordt over problemen met broers?

Sam is heel druk met meisjes. Een vraag daarover stel ik niet. Hij weet niet dat ik voortdurend kijk naar jongens en opgewonden raak.
’s Avonds na het voorlezen praten we met elkaar. Over kunst en gezondheid. Wanneer moeder wil slapen doet ze haar kunstgebit uit en jaagt ons naar bed: Ksssst!!
Wanneer een vroegere begeleider van Sam uit Bartimeus op bezoek komt vindt deze man dat ik op een Engelse butler lijk. Gesloten, maar niet afgesloten volgens hem.
Het wandelen met Sam die steeds slechter ziet verloopt soepel, eigenlijk heel natuurlijk. Als vanzelf wil ik dat hij rechts van mij loopt zoals vroeger. Het valt mensen nauwelijks op dat hij een handicap heeft. Aan zijn gezicht en motoriek is het praktisch niet te zien in tegenstelling tot slechtziende vrienden van hem en blinde mensen.

Voetbal en goochelen zorgen voor hernieuwde energie. De vraag dringt zich op: wat te doen na de mulo? Op een dag oppert moeder dat onderwijzer wel iets voor mij is. Wie weet omdat ze mij vroeger wel eens schooltje zag spelen met nichtje Gonnie.
Tijdens de dagelijkse treinreis naar de school in Den Haag leer ik Hens van der Nat kennen. Regelmatig schaken we bij hem thuis in Leiderdorp. Het is niet belangrijk wie wint, in tegenstelling tot thuis waar ik altijd van Wim wil winnen. Zijn pesterijen zijn gestopt, maar contact heb ik niet met hem.
De vader van Hens is hoofd van een school en vrijmetselaar. Nooit hebben we het over sex. In een weekend voor kinderen van vrijmetselaars praten we over het verschil tussen angst en vrees. Vrees en bang zijn duiden op iets concreets zoals bang voor dier of mens. Dat het laatste heel goed bij mij past gaat niemand wat aan.

Na een jaar verander ik van school. Het dagelijks reizen in de trein bevalt me niet. In plaats daarvan fiets ik dagelijks naar de Christelijke kweekschool die vlak bij de Leidse Hout ligt, bijna naast Roodenburg!
Direct raak ik smoor verliefd. Rob Jansen is zijn naam. Hij zit in een andere rij. Het is moeilijk mijn ogen van hem af te houden. Via lachen op afstand probeer ik contact met hem te krijgen. Zenuwen en spanning zitten altijd in de weg. Toch wil ik het.
Een idee borrelt op. Sam is een actieve geluidsjager naast zijn werk en pianostudie. Wanneer hij voorstelt een parodie te maken op radioprogramma’s vraag ik Rob erbij.

vervolg Vuurwerk

En Rob is enthousiast. We improviseren vanuit een kader dat Sam bedenkt. Met onderdelen als reportage, buitenlands commentaar, kookrubriek. We lachen veel. Zo leer ik Rob kennen. Achterop zijn motorfiets rijden we samen naar Scheveningen om te bowlen.


Ontdek meer van joopbrussee.com

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.