Vuurwerk

uit: autobiografie Zwerfziel
5e verhaal
sociale opmars
1961

Rob is enthousiast. We improviseren vanuit een kader dat Sam bedenkt. Onderdelen als een reportage, een buitenlands commentaar, een kookrubriek. We lachen veel. Zo leer ik Rob kennen. Achterop zijn motorfiets rijden we soms samen naar Scheveningen om te bowlen.

Over mijn verliefdheid durf ik niet te vertellen. Wel neem ik me voor te zeggen dat ik homo ben. Op een zonnige dag verzamel ik moed en maak op mijn kamer mijn sexuele voorkeur aan hem duidelijk. Vooraf had ik over deze coming out naar hem in mijn dagboek geschreven.
Zijn reactie is nuchter: geen probleem als er niets verandert zoals we met elkaar omgaan. Ik knik. Nooit zullen we over meisjes praten, nooit over iets dat met erotiek en sex te maken heeft.
Ik weet zeker dat twee meisjes in de klas lesbische vriendinnen zijn. Niemand praat daarover. Op een klasse avond komt een van de twee op mijn schoot zitten. Een onhandig gevoel.

Op de kweekschool krijg ik door het goochelen behoorlijk aanzien. Een hele zomervakantie besteed ik aan het instuderen van een optreden van 12 minuten tijdens een groot historisch schoolfeest in de stadsgehoorzaal. Geweldig: ik krijg muzikale begeleiding van iemand op een vleugel!
Moeder zit in de zaal en vertelt trots in het rond dat ik haar zoon ben en dat ze de kleren met geheime zakjes heeft genaaid. Verre van leuk dat later te horen.
Supporters in de klas willen mij voorzitter maken van de schoolcommissie. Onder Jobini, mijn goochelnaam hangen op een dag overal in het schoolgebouw borden met slogans in grote letters. Op het laatste moment haak ik af. Besturen is niks voor mij. Kritiek leveren, liefst op afstand zoals tijdens wandelingen in de pauze op het plein ligt me beter.
Met elk optreden neemt het zelfvertrouwen toe: ik ben minder bang voor mensen, vooral voor groepen.
Vernederend is het wanneer ik na het inleveren van een proefwerk de klas wil verlaten en de leraar aan de andere kant van het lokaal zegt moet je het boek niet uit je kastje meenemen, goochelaar Joop?

Op de kweekschool worden twee leraren heel belangrijk. De eerste geeft psychologie en pedagogie(k). Hij begeleidt mij in de stageperiode. Ondanks een meedogenloze dreun door openlijk in de klas te zeggen je bent denklui, mag ik hem graag. Mede door hem slaag ik uiteindelijk met glans voor het praktische examen.
De tweede, de gymnastiekleraar is een wat afstandelijke man maar bijzonder aardig. Hij heeft eindeloos veel geduld met mij.
In de les laat hij ons vaak springen over de grote kast, iets dat mij maar niet wil lukken. Telkens beland ik er bovenop met het idee dat die lange afstand onmogelijk te halen valt. Hij glimlacht en zegt nooit iets. Tot mijn stomme verbazing lukt het me op een dag.

Deze gymleraar vindt dat iedereen als onderwijzer een zwemdiploma moet hebben. Ik schrik wanneer hij dat vertelt. Voor geen goud spring ik het water in, laat staan het diepe van zwembad de Overdekte waar we wekelijks naartoe gaan. Ik ben doodsbang water in mijn neus te krijgen en in paniek te raken. Een overblijfsel uit de tijd dat Dirk mijn hoofd omgekeerd onder de kraan hield.
Met een engelengeduld praat de leraar telkens met mij aan de rand van het bad. Op een dag krijgt hij mij zover dat ik spring. Wild sla ik om mij heen, kom hijgend en proestend naar boven, naar lucht happend. Ben verrast dat ik nog leef.
Bij het examen voor het zwemdiploma ben ik ziek. Het blijft aldus bij de aangeleerde schoolslag, rugslag en het hoofd boven water houden.

In de vakantie besluiten Hens en ik naar een internationaal werkkamp te gaan voor studenten in de Vogezen. Daar val ik direct op Chris, een mooie Engelse jongen met wie ik regelmatig tafeltennis speel. Met z’n allen slapen we op de grond in een schoolgebouw.
Mike, de vriend van Chris komt vrij snel daarna een lang weekend over en slaapt bij ons. Hij vraagt of ik naar Bradford kom in de volgende grote vakantie. Met de boot, neem mijn 8 mm camera mee die ik gekocht heb met geld van het seizoenwerk bij de ns.
In York speel ik golf in een park en drink voor het eerst whiskey. Direct word ik dronken. Helaas Chris zie ik niet.
Wanneer Mike mij afzet in London zie ik in een drukke straat iemand een handtas stelen van een voetganger. Net te laat met mijn filmcamera.
Op de boot terug naar Vlissingen denk ik: fantastische vakantie. Jammer, een sex avontuur zat er niet in.

In de Molensteeg woont Ed Ladan. Regelmatig kom ik op zijn kamer, speel met hem biljart in de werkplaats van het jaloeziebedrijf van zijn vader. Het is heel schoon bij hem thuis. Zijn moeder spreekt geaffecteerd; ze doet de administratie van de zaak. Wanneer ze over iemand zegt wat een zak zeg klinkt dat uit haar mond voor mij nogal lachwekkend.
Met Ed ga ik soms naar Rotterdam, naar de kuip. Naast voetbal houdt hij ook van volleybal. Op vrijdagavond kijken we in de gymzaal van het Stedelijk Gymnasium naar wedstrijden. Hij heeft verkering en vertelt dat zijn lul slap wordt wanneer hij een condoom erover trekt. Ik luister alleen.

Met drie jongens uit mijn klas waaronder Maarten speel ik regelmatig bridge. We vinden klaverjassen te gewoon, dat is voor het volk. Het liefst doen we het tijdens het spijbelen in een cafe.
Na een jaar vraagt Maarten een muzieknummer aan bij Tineke van Veronica, ter gelegenheid van ons 1 jarig bestaan. De plaat wordt gedraaid. Tineke gokt dat De Dik Downs een popgroep is.
Met Maarten bezoek ik een live concert van Cliff Richard in het gebouw van K&W in Den Haag. Rillingen! Met Do you wanne dance verschijnt ons idool uit de coulissen.
Cliff is homo wordt gezegd, maar hij verbergt dat. Ik voel me onzichtbaar met hem verbonden, geniet van het indringende stemgeluid.

Broer Sam heeft een absoluut gehoor. Alles met geluid moet optimaal zijn, dus heeft hij grote boxen en een dure B&O versterker. Hij studeert dagelijks, het ene na het andere stuk van Chopin. Eerst de ene hand, terwijl de andere braille leest. Dan omgekeerd en vervolgens samen. Het spelen kan ik dromen.
Soms luister ik alleen in de voorkamer van hem naar een pianoconcert. Geniet van de sensatie die het oproept.
Met Sam ga ik naar voorstellingen in de Leidse schouwburg. Zoals de oudejaarsconference die daar voor de radio wordt opgenomen of een toneelvoorstelling. Wie is bang voor Virginia Wolff met Ank van der Moer en Han Benz van den Berg maakt op mij diepe indruk. Ik kom te weten dat Albee oorspronkelijk de tekst voor een homopaar geschreven heeft. Een liefdespaar van twee mannen is compleet nieuw voor mij.
Vanaf dat moment slaat het goochelen volledig om naar toneel. Ik weet ineens wat ik wil worden: acteur!

Grappig is dat ik vrij snel daarna op de planken van dezelfde schouwburg sta. Als amateur in een gastrol voor Gieren rond een doodshoofd, geschreven en geregisseerd door een pater van het Bonifacius Lyceum. Als baron met een dikke buik. Boudewijn Buch is een corrupte notaris met brilletje en talkpoeder in het haar.
Sam laat mij kennismaken met een acteur die mij kan helpen bij het voordragen van gedichten. De man is wel homo zegt hij waarschuwend. Tijdens mijn bezoek zie ik een jongen van wie ik direct opgewonden raak.
Wanneer de acteur even verdwijnt in de keuken zoenen we elkaar en maken een afspraak. Hij is kok en wil voor mij een ragout met kippenvlees maken zodat ik het vlees niet zie.
Het wordt de eerste keer dat ik kip eet en ook het eerste sex avontuur op mijn negentiende. Spermavlekken sieren later het behang van zijn kamer.

Ineens kan ik over mijn zo zijn praten. Ik vertel aan Sam over het avontuur met de kok. Direct vraagt hij: heb je dat homo zijn geaccepteerd? Ik raak in de war, heb geen idee wat hij precies bedoelt. Ik mompel wat en hij vraagt niet verder. Zegt alleen dit nieuws aan moeder te vertellen.
De volgende dag pinkt moeder een traan weg onder het strijken en zegt zonder mij aan te kijken: ach, als je maar gelukkig wordt.
Daar blijft het bij. Een gesprek met haar beginnen durf ik niet. Over jezelf praten doe ik nooit, dat is voorbehouden aan haar. Ik ben niet verrast, het is al die jaren dat ik leef op deze manier gegaan. Het zou opzienbarend zijn wanneer ze ineens belangstelling voor mij zou hebben.
Later vind ik het jammer het zelf niet te hebben verteld.

De studie voor onderwijzer loopt ten einde. Het vooruitzicht ver van moeder een nieuw leven te beginnen werkt ontspannend. Nogal onverwacht krijg ik regelmatig last van oorpijn. Een neus-, keel- en oorarts onderzoekt beide oren, prikt de neusgaten wat wijder maar hhelpen doet het niet. Medisch mankeert u niets zegt hij. Raadpleeg eens een zenuwarts.
Op het Rapenburg begin ik bij zo’n arts over mijn verleden te vertellen. Over mijn moeder, het ontbreken van een vader, over het gedrag van mijn broers. Het klinkt in mijn oren heel gewoon, nogal saai eigenlijk.
De man verdwijnt een moment in een andere kamer. Ik hoor hem een telefoongesprek voeren en vang op: eigenlijk heb ik maar 1 interessant geval op dit moment. Ik sta op, verlaat zonder afscheid te nemen het pand. Het hoeft niet meer. Ik ben beslist niet interessant.
Van pijn heb ik voorlopig geen last meer.

In Eindhoven ben ik aangenomen, ver van Leiden. De school ligt aan het Tafelbergplein en behoort tot een vernieuwingsschool. Wim verhuist mij naar een kamer. Het leven kan voor mij nu echt beginnen!
Bij terugkeer in Leiden zegt Wim tegen moeder: die zien we met Kerstmis weer terug. Hij heeft zelf nooit zelfstandig op kamers gewoond. En in afgelopen twintig jaar heeft hij mij niet leren kennen.
Onder de sleutelstad heb ik een streep gezet. Alle contacten afgesneden. Ik ga op jazz ballet en zoek een amateur toneelvereniging op. Voor het eerst kook ik voor mezelf. Het bevalt me uitstekend. Moeder bezoek ik soms in een weekend.
Sam verhuist naar Roermond, zet zijn pianostudie voort in Maastricht. Soms zoek ik hem op, vanuit Eindhoven is het niet ver.
Hij vindt een lacherige en drukdoende vrouw met wie hij wil trouwen.
Eindelijk is het tijd om een echte vriend te vinden. Die kok uit Rotterdam was na een paar weken onvindbaar.

Avontuur

Met de kamer in de Oranjestraat in Eindhoven ben ik blij, ook al is het uitzicht op een kale stenen muur aan de overkant nogal saai. Het getuigt van levenskunst iets moois op een lelijke muur te zien lees ik.
Zover ben ik nog lang niet.

BUNDELS


Ontdek meer van joopbrussee.com

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.