Zesde Hoofdstuk
vanaf 1965 – 21 jaar
In de trein naar Eindhoven voelt het als het begin van mijn leven. Wat ik de afgelopen jaren heb geleerd neem ik mee. De bagger van thuis en de grijze periode op de mulo ligt achter mij, vergeet het jongen. Alle banden met Leiden heb ik in een keer doorgesneden.

Met de kamer in de Oranjestraat in Eindhoven ben ik blij, ook al is het uitzicht op een kale stenen muur aan de overkant nogal saai. Het getuigt van levenskunst iets moois op een lelijke muur te zien lees ik in een boek.
Zover ben ik nog lang niet.
Eerst de chaos in de klas op de Tafelbergschool na mijn eerste werkdag ombuigen naar rust, orde en in stilte. Het lukt. Maar wanneer doodstil de kinderen werken aan sommen maken vind ik het te stil en zorg zelf voor enig tumult.
Ik word lid van toneelvereniging Dr. Ariens, koop meteen een schrijfmachine van mijn eerst verdiende salaris; neem autolessen om snel mijn rijbewijs te halen; dans enthousiast jazzballet bij Nelleke Valentijn. In de groep zie ik een Indonesische jongen die veel lacht en duidelijk contact zoekt: James Sittrop. We worden direct lovers.
Wanneer zijn vader lucht krijgt van ons samenzijn is hij woedend en dreigt mij te vermoorden. Ik ben bang, bel met kloppend hart in een telefooncel naar Sam. Hij praat mij tot kalmte.
In een weekend bezoek ik afwisselend moeder en Sam. Vanuit Eindhoven is Roermond niet ver. Hij vindt daar een lacherige en drukdoende vrouw met wie hij wil trouwen.
In de klas wordt het met de dag leuker. De kinderen merken elke verandering in mijn kleding op. “s Morgens bij het binnenkomen komen opmerkingen over het haar kammen, het dragen van nieuwe schoenen enz. Als Johnny voor de zoveelste keer wegdroomt en naar buiten kijkt inplaats van te werken aan de taaloefening ziet hij James buiten fietsen en roept enthousiast: meester daar gaat uw vriend!
De kinderen laat ik verhalen vertellen voor de klas zonder beoordeling. Tracht ze zelfdiscipline bij te brengen. Wanneer we aan het eind van het schooljaar op schoolreisje gaan naar een speel- en dierentuin bij Arnhem zie ik trots hoe mijn kinderen zich gedragen, hoe ze reageren op alles wat nieuw is. Andere groepen laten destructief gedrag zien wat mij doet denken aan het losslaan na stevige onderdrukking.
James hoort dat hij toegelaten is tot de dansacademie Scapino in Amsterdam. Omdat nog steeds het acteur worden in mijn hoofd leeft neem ik het besluit te gaan leren voor acteur aan de toneelschool in Amsterdam. Met James daar samenleven: een danser en een acteur!, geweldig!
Eenvoudig kom ik door de voorronde. Vol zelfvertrouwen neem ik ontslag. We zoeken alvast een kamer in Amsterdam. Voor het echte toelatingsexamen maak ik mij geen zorgen. Lucy, met wie ik een succesvolle eenakter speel bij dr. Ariens slaagt op de toneelschool in Arnhem.
In het voorgesprek vraagt de directeur naar het beroep van mijn vader. Ik ben verrast en aarzel. Nooit heb ik mij verdiept in de ouwe. Werkverleden? Voor zover ik weet was hij landarbeider in de bollenstreek, woonde in Rijnsburg.
Bollenboer, flap ik eruit en realiseer me dat mogelijk ook milieu en cultuurbesef meetelt in een eindbeoordeling.
Eerder was het mij opgevallen tijdens het luisteren naar hoorspelen zoals Sprong in het heelal op de Kro radio dat acteurs met een nogal geaffecteerd accent spreken. Het kan dus zijn dat je afkomst inderdaad de doorslag geeft. Ik ben vrij van elk accent, niemand hoort waar ik vandaan kom.
Op het podium zie ik de eerste rij bezet. Naast de directeur zit zijn opvolger Jan Kassies. De anderen waarschijnlijk docent.
Na mijn ingestudeerde monoloog van Josef in de kuil van Vondel volgt als opdracht een improvisatie. Ik kies voor alleen tekst, blijf doodstil staan bij het uitspreken ervan, met de blik recht vooruit. Een woordenstroom van ellende verlaat mijn mond. Eindig met: ik haat haar…….. mijn moeder!!
Bijna direct word ik teruggeroepen en krijg ter plaatse een nieuwe opdracht: je bent verliefd, je plukt een bloem en bij elk blaadje tel je af: ze houdt van me, ze houdt niet van mij, enz.
Ik ga direct op de grond zitten. Vervolgens begin ik mimisch te plukken en …..ik weet nauwelijks wat ik aan het doen ben. De woede die bij de monoloog naar boven kwam heeft zich in keel en lichaam genesteld.
Afgewezen. Geen verrassing. De teleurstelling is heel, heel groot.
James en ik betrekken een kamer aan de Ceintuurbaan, dicht bij de sociale dienst. Op dat moment handig gezien het naderende geldprobleem.
Ik solliciteer bij de Openbare Leeszaal en Bibliotheek waar Nettie Heimeriks wel wat ziet in mijn voorstel boeken met spel te combineren. Ik improviseer met kinderen aan de hand van een boek. Als eerste op de Johan Huizinga school in west waar het hoofd Ed Spruit enthousiast is.
Om mezelf verder te ontwikkelen volg ik een cursus verbale en dramatische expressie bij de stichting Ons Leekenspel. Een gastdocent die voor de Kro radio werkt vindt mijn korte klankbeeld over Opstaan heel grappig. Stoutmoedig bel ik hem op en hij zorgt voor contacten bij de radio.
Van Ton Smits, een vriendelijke man met een baard krijg ik de opdracht een serie hoorspelen te schrijven voor schoolradio waaronder Luister naar de wind. Op de radio hoor ik Donald de Marcas als stem van de wind.
De huur van onze kamer wordt opgezegd waardoor we op zoek moeten naar nieuwe woonruimte. We vinden een souterrain aan de Lijnbaansgracht, naast Wim Sonneveld die we dagelijks zien wandelen naar de schouwburg.
Onze verhouding wankelt wanneer ik afspraken maak met andere dansers en stopt na een schoolvoorstelling van Scapino, waar ik een jongen zie dansen. Smoorverliefd op Harmen Tromp.
Mijn ambitie voor acteur stokt na de afwijzing, speel met de gedachte het acteur zijn op te geven en inplaats daarvan de opleiding tot speldocent te volgen op de Akademie voor Expressie door Woord en Gebaar in Utrecht. Toelating vormt geen probleem.
Bij de radio leer ik vrij snel een vriendenclubje kennen: Theo Stokkink, Jose Kersten en Frans Kilian. Theo is disc-jockey en maakt populaire muziek programma’s; Jose werkt op de filmafdeling bij de televisie en Frans is presentator van een actualiteitenprogramma bij de radio. We zien elkaar meestal bij Jose in de jordaan.
Wanneer Harmen als talentvol danser afstudeert en vertrekt naar het Nederlands Dans Theater in Den Haag gaan we als vrienden op een zolder wonen. Bijna dagelijks rijd ik in mijn tweedehands Fiat 850 naar Utrecht. Het is de tijd van flower power, de Beatles en vaak stoned zijn.
De woonzolder ligt in de schilders wijk. Op de trap ben ik altijd bang een neger tegen het lijf te lopen, de potige pooier van de hoer onder ons.
In de hal van het centraal station in Amsterdam leer ik na een korte vakantietrip naar London met een vriend van Harmen een bijna altijd lachende Stephen Miles kennen. Hij is geboren in Australia, studeert voor leraar Engelse literatuur in Oxfort. Een sympathieke jongen die zijn studie verdient met reclame voor tandpasta. We worden vrij snel vrienden zonder sex. Hij is als een broer die ik graag had willen hebben.
Met Theo en Jose brengen Harmen en ik een korte vakantie door in Parijs. We vieren mijn verjaardag in een visrestaurant in de Hallen. Zodra het 12 uur is zetten Harmen en Jose het ene na het andere cadeau voor mij op tafel. Spullen vergaard die dag bij het proletarisch winkelen.
Met Harmen loopt de korte verhouding ten einde wanneer hij vreemd gaat tijdens een homofeest. Met zijn versierder Charles krijg ik vervolgens een stevige vriendschapsband. Samen met zijn vaste vriend Adri luisteren we stoned veel naar muziek waaronder Blind Faith. ’s Nachts in het weekend gaan we naar een homo disco, een feest of een popconcert. Als drietal op reis in hun volkswagen bus naar Denemarken en Engeland.
Vlakbij de Academie vind ik boven een kledingzaak een paar kamers bij een vriendelijk oud vrouwtje. Bijna alles bij de opleiding tot speldocent valt tegen: de leerstof, de docenten, de medestudenten. Alleen aan de opmerking er is een disconnectie tussen je boven- en benedenlichaam heb ik echt wat. De oefeningen die ik daarvoor krijg lijken te helpen. Het magere bovenlichaam lijkt op dat van mijn vader terwijl het stevige onderstuk veel van moeder wegheeft maar ondanks die zwaarte is mijn lopen altijd een beetje wankel.
Op een avond zie ik in Amsterdam een bewegingsdocent zijn auto aan de gracht parkeren. Ik groet hem, schudt een hand. Ineens volgt een geweldige ontlading van huilen. Zomaar. Geen idee waarom.
Jan Postma, een jongen uit de klas op wie ik een beetje verliefd raak warmt zich ’s avonds bij mij op om vervolgens de nacht bij een meisje door te brengen. Haar vriendin Leonoor vertelt mij met grote verontwaardiging over wat zij waarneemt. Ze veroordeelt het gedrag van Jan naar mij toe.
Wanneer ik hoor dat Harmen trouwt met een danseres denk ik: ben ik gedoemd telkens op een een hetero verliefd te worden?
De academie, het radiowerk en vele vriendschappen in Amsterdam en Londen waar inmiddels Stephen woont geven een nieuwe dynamische invulling aan mijn leven. Geen moment mis ik het verleden in Leiden.
De ouwe krijgt een beroerte en sterft op het toilet. Hij wordt 77 jaar. Een paar keer hebben Sam en ik hem opgezocht in een tehuis voor oude van dagen van de kerk, op de Hooigracht. Ik wist nooit goed wat tegen hem te zeggen. Sam deed het woord.
De begrafenis is op 5 december. Mijn moeder verschijnt niet op de begrafenis. Daar begrijp ik niets van. Bij de kist huil ik, weet niet goed waarom. De man heb ik niet gekend. Tijdens het vieren van Sinterklaas die avond wordt met geen woord over hem gesproken.
Na anderhalf jaar academie in Utrecht krijg ik door ziekte van Ton de kans tijdelijk zijn plaats in te nemen bij de radio. Dat betekent programma’s maken.
Ik stop direct met de studie. Steeds meer kreeg ik het gevoel op die school in een soort sekte te zitten. Als afsluiting speel ik een zelfgeschreven eenakter Joops eerste band, vrij naar Samuel Becket’s eenakter Krapps laatste band waarin ik een vergelijking maak tussen de dominante directrice, mevrouw Wanda Reumer en mevrouw Ooievaar uit de populaire Fabeltjeskrant. Na afloop is mevrouw Reumer in tranen.
Later vraagt Fons Eickholt, een van de docenten of ik zin heb te spelen in DAT, zijn documentaire theatergroep. Lang hoef ik niet na te denken. Acteren, zonder opleiding!
Ik merk vrij snel dat ik Fons in een vaderrol wil stoppen. Net als ik heeft hij een extreem dominante moeder die hij dagelijks trouw belt. Dat is een verschil tussen ons: geen haar op het hoofd die daarover denkt.
Theo neemt mij ’s avonds mee naar het Vondelpark om achter de bosjes de stallen te inspecteren. Verscholen staan op verschillende plaatsen jongens die sex willen. Op zijn aandringen grijp ik nerveus in iemands kruis om te voelen of iemand goed in de broek zit. Hevig slikken, de spanning stijgt me letterlijk naar de strot.
Bij Jose ben ik getuige hoe Theo zijn verdriet over een mislukte relatie met Antoine Boudart uitstort. Als alcoholist speelt ze enthousiast voor homo moeder, lokt gay’s naar haar woning. Ik drink nooit veel, voel me daar snel niet prettig bij. Soms zijn we verenigd op een feest bij Bibi, een vriendin van Jose die in een molen aan het gein woont. Het voelt in een Hollywood film wanneer we op de weg naar Hilversum naast elkaar in onze lelijke eenden rijden met open ramen en elkaars handen proberen aan te raken.
Ik ga regelmatig naar London, in die dagen de plaats waar HET allemaal gebeurt en logeer dan bij Stephen. Hij woont op een toplocatie in South Kensington, en begint met lesgeven. We drinken op vrijdag namiddag buiten bier voor een van de vele homo pubs waar het druk is. We genieten van elkaars aanwezigheid in de gay gemeenschap.
Hij adviseert een kapper op King’s Road te nemen, een straat die iets hoger staat aangeschreven dan Carnaby Street, een echte toeristische plaats.
In de zomermaanden haal ik de achterbank uit mijn lelijke eend en ga alleen op vakantie. Slaap in de auto. Met open dak toer ik door Frankrijk, Italia en langs de kust tot Dubrovnek. Op zoek naar jongens die ik zelden ontmoet.
Bij het verlaten van de Academie voor Expressie heeft de hospita mijn kamers in de Biltstraat opgezegd. Ik breng spullen onder bij vrienden waaronder Jose. De achterbank van de auto dient voor klerenkast. Op een dag voor de deur bij Theo zijn alle kleren weg door een inbraak.
Bij een bezoek aan mijn moeder hoor ik dat zigeunerbloed in de familie zit. Misschien is het omdat we afstammen van de Hugenoten dat ik vaak een verlangen voel naar Frankrijk. Hoewel. Het zuiden is bij veel mensen populair. Het lijkt me heerlijk daar een huis te hebben en later te gaan wonen. Zodra ik Nederland bij de grens verlaat krijg ik een opgelucht gevoel van vrijheid.
Ik koop het boek Opnieuw Beginnen. Met Bert Vrijns, een mooie hippie met lange haren die studeert op de Rietveld Academie ga ik in een voorjaarsvakantie op zoek in de Provence. We slapen stoned in een tent in de Ardeche waar het ’s nachts ineens ijskoud is. ’s Morgens na het openritsen van de tent zien we een volledig witte wereld: onverwacht kamperen we in de sneeuw, en dat nog wel in het warme zuiden! Een huis vinden we niet.
uit:
autobiografie

Zevende Hoofdstuk
Naakt

Ontdek meer van joopbrussee.com
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.