Bekend

een avontuur

Na screentest en welkom-telegram is het zover. De personeelsfunctionaris van de Vara zegt: je maakt een sprong, van speldocent naar tv presentator! Voor mij voelt het als een spannend avontuur.

Hoe Bestaat Het. Naar That’s life van de BBC, een soort satirisch consumentenprogramma. Samen met Hans Emmering en Ati Dijkmeester die net als ik in een Volvo Amazone rijden en in juli jarig zijn, vormen we het presentatieteam. De leden van de Vara krijgen de kans hun oordeel uit te spreken over de pilot. Men is enthousiast.
Vanaf nu start het proces een bekende Nederlander te worden. Les geven en programma’s maken voor de radio blijf ik gewoon doen. Alleen verruil ik het theater voor televisie. Ga ik naast mijn schoenen lopen? Ik hou niet van kapsones.
Op de redactie komt aanvulling met Violet Valkenburg en Marga van Praag.

Het eerste wat opvalt is de kilte in de studio. Publiek op afstand dat applaus geeft op commando. De regisseur houdt zich alleen met de techniek bezig. In het theater ben ik gewend aan opmerkingen, verbeteringen, stimulerende woorden van een regisseur. Niets van dit alles.
Een presentator is een autoriteit waar tegenop wordt gekeken. Een regisseur die behoort bij een technische crew heet een uitdraaier. Vaak is de presentator ook een redacteur en inhoudelijk verantwoordelijk zoals in mijn geval.

Opvallend is dat bij de Vara op mijn verschijning in beeld niemand iets rechtstreeks iets zegt. Dus hoor ik indirect iets over opmerkingen, fantasie, kritiek. Alles achter mijn rug.
In de kantine merk ik dat na het passeren van een tafel het stil wordt. Dan hoor ik op fluistertoon praten. Ik heb de neiging me abrupt om te draaien en iedereen met grote ogen aan te kijken. Hoe gedraag je je in de Gooise matrassen fabriek? Kan ik iemand vertrouwen?
Vrij snel krijg ik de gaten hoe het Gooise spel werkt. Meedoen met veren in iemands reet steken, zeggen ik vind jou heel goed, hoe vind je mij? Meedoen met de roddelcircuits? Het past niet bij mijn karakter.
De enige persoon in wie ik een vertrouwelijk contact krijg is producer Anneke van der Linden, de dochter van Dolf van het Metropool orkest. Zij vindt na enige tijd dat ik op de stoel van Ati moet zitten en de meer leading rol vervul. Zij kan geen vuist maken want de kijkcijfers spreken: Ati valt in de smaak bij veel mannen.

Op een nacht, behoorlijk aangeschoten word ik aangehouden door twee agenten. Zij merken dat direct omdat ik verstrikt raak in het uitspreken van b‘s: binnen, buiten en bebouwde kom. Ik ben bang mijn rijbewijs kwijt te raken.
Als uit de hemel merkt een van de twee op: die Ati is best aantrekkelijk. Direct zie ik een mogelijkheid voor ontsnapping. In werkelijkheid is ze nog veel aantrekkelijker. Beide: Oh ja?
Doorrijden.

Ons programma valt in de smaak bij veel kijkers gezien cijfers en reacties. De waardering is altijd goed ook al vinden wij soms zelf een aflevering wat minder geslaagd. Onzichtbaar vormen zich supporters. Mijn bekendheid in het openbaar groeit.
Steeds meer mensen kijken in mijn richting. In een cafe krijg ik gratis pilsjes en als vanzelfsprekend word ik in een winkel voor mijn beurt geholpen.
Om mij heen doen mensen alsof ze mij al jaren kennen. Ik begin gemeengoed te worden. Daarvan kan ik niet genieten. Integendeel, het stoort mij steeds vaker.

Intussen heb ik wel plezier bij het werk van presenteren. Ik voel mij als een vis in het water. Aan de ruimte voor de camera’s tussen ons en de tribune raak ik gewend. De lens waarin ik kijk geeft een aangenaam concentratiepunt, het zorgt voor houvast. Ontspannen lees ik van het scherm voor de camera de tekst zoals die ook in het draaiboek staat. Zitten achter een desk in het volle licht van de spots geeft een kick en ondanks de hitte werkt het verslavend.
Het hele tv-wereldje moet op afstand blijven. Mijn leven met vrienden speelt zich niet in Hilversum af.

Op een avond na een slopende repetitiedag valt vlak voor de opname een camera uit. Dat komt voor mij beroerd uit: de nacht ervoor had ik nauwelijks geslapen en voor de opname had ik opgepept.
Het publiek moest terug naar de kantine. Uiteindelijk een uur vertraging. Door de onderliggende vermoeidheid blijf ik steken in het uitspreken van een zin. De articulatie bij een woord wil niet lukken. Ik stop en begin de zin opnieuw. De montage lost zoiets op. Spontaan applaus volgt. Het applaus is groter wanneer ik weer blijf steken.
Tot overmaat van ramp gebeurt het voor de derde keer. Ik vraag aan de opnameleider mag ik het nog een keer proberen? Nu volgt een ovatie van de tribune. Ik realiseer mij ineens supporters te hebben.

De goodwill in mijn omgeving en in het land begint me op te vallen. Tegelijk ook met jaloezie bij zowel kijkers als collega’s. En ook agressie: iemand in een cafe zegt jullie hebben mij failliet gemaakt. Een dreiging zelfs voor ruiten ingooien op een dag: ik weet jullie te vinden.
Bekend zijn betekent nu dat wildvreemde mensen doen alsof ze mij al jaren kennen. Van de onhandigheid op zo’n moment blijf ik last houden, kan zoals Ati daarvan nog steeds niet genieten. Het gevolg is dat ik steeds meer mensen op afstand houd. Dat ik geen zin heb in opmerkingen, in het afhouden van opdringerigheid. Voortdurend moet reageren.

Ongewild dreig ik toch in het wereldje terecht te komen waarin je omgang zoekt met gelijkgestemden zoals collega’s, presentatoren of andere bekende landgenoten. Voor veilig voelen en ontspanning. Tijdens een omroepfeestje raak ik in gesprek met een wat oudere vrouw. Ze zegt: Goh joh. Hoe hou jij het uit in deze slangenkuil?
Het werk houd ik gescheiden van het leven met vrienden. Anneke vormt een uitzondering. Als vriendin geeft ze als intermediair van alles uit het wereldje door.

Van echte samenwerking met collega’s op de redactie is nauwelijks sprake. Ati giebelt bijna overal om; Hans ontpopt zich als een verkrampt grinnikende cynicus; Marga belt veel met familie en spreekt veel te luid; een altijd zoet glimlachende Violet hangt aan de lippen van Hans. Met al deze mensen krijg ik geen echt contact. De sfeer is voor mij totaal niet stimulerend.
Zo kort mogelijk ben ik altijd op de redactie. Bombardeer mezelf op een dag tot filmredacteur en maak voortaan korte films die zorgen voor een lach.

Ik heb last van een groeiende onzekerheid. Krijg meer en meer weerstand bij nieuwe contacten in mijn omgeving. Onzeker: praat iemand met mij omdat ik bekend ben?
Vrienden merken geen veranderingen op. Familieleden pronken met mij naar anderen hoor ik, laten nooit iets van zich horen. In het dagelijks leven voel ik druk van het stempel van ons leuke programma. Meer en meer trek ik me uit het sociale leven terug.
Minder restaurant bezoek, theater, zelfs een voetbalwedstrijd in een stadion op de tribune vermijd ik. Vermommingen zoals een zonnebril helpen niet. In de buurt waar ik woon noemt men mij die man van de Vara.

Tot vervelends toe hoor ik jullie zullen wel veel plezier hebben met elkaar. Ik grijns meestal op zo’n moment. Ik verlang naar een creatieve werksfeer. De formule van het programma is heilig, van vernieuwing of verbetering is geen sprake.
Na drie jaar vind ik het genoeg geweest. Alsof het geregisseerd is kom ik plotseling in het trappenhuis van een omroepgebouw oud buurjongen Cees Hagenbeek tegen. Hij is directeur van het facilitair bedrijf. Vanaf mijn zestiende heb ik hem niet meer gezien. Ik vertel van plan te zijn te stoppen. Niet doen zegt hij direct, je bent zo weer vergeten man.

Zijn woorden zetten mij aan het denken. Wat is mijn ambitie? Het programma De leugen regeert trekt mij aan, maar dat is van de Nos.
Ik besluit dat het verstandiger is mijn bekendheid te gebruiken inplaats van te snel op te geven. Presenteren is een doodlopende weg waren de woorden van Ben die mij drie jaar geleden aannam. Regisseren lijkt me wel wat. In de schaduw werken.

Ik die tijd lees ik een uitspraak van Henri Miller: als je bekend bent kun je niet meer in de straat pissen. Het is precies dat gevoel waar ik last van heb.
Bij een bezoek aan mijn moeder in haar flat valt me op dat zij de cover van een Vara gids op de muur heeft geplakt. Ik staar naar mijn portret en denk: presenteer ik voor haar? Om te laten zien wat ik kan? Om haar een plezier te doen zodat zij tegen een bezoeker trots kan zeggen: dat is mijn zoon!?
Vergelijkbaar met een goocheloptreden op mijn 17e jaar toen ze tussen het publiek zat en iedereen om haar heen moest weten dat zij mijn moeder was. Het interesseert haar niet of ik het naar mijn zin heb.

Voor Improvisaties, een serie zomerprogramma’s bij de Vara vraagt Ellen Blazer mij voor de presentatie. Omdat het programma aansluit op mijn verleden als speldocent reageer ik positief. Na een proef in een gymzaal met acteurs is zij tevreden. Soms moet ik aan Berend Boudewijn denken, zegt zij. Hij was de bedenker en jarenlang presentator van het programma.
Met deze opmerking ben ik niet blij. Ik wil nog wel presenteren maar op mijn manier en niet een oude presentator opvolgen en nadoen. Een groot gevaar want het programma was vroeger een succes.
Ellen gaat vlak voor de opnamen op vakantie. Ze laat mij aan mijn lot over. Zenuwen verschijnen en die krijg ik niet voldoende onder controle. De voor mij vreemde regisseur Rinus Spoor geeft mij geen houvast.
Onder een interne hoogspanning denk ik zo moet het voelen bij topsport. Alleen bij mij ontbreekt op dit moment volledig de ondersteuning van een technische staf. Geen overleg. Anneke is op vakantie.
De vier programma’s waren achteraf best grappig wordt mij verteld, mijn optreden kwam zelfs ontspannen over. Maar ik ben totaal niet tevreden. De opgelegde druk vanuit mezelf beviel me niet.

Het fantaseren over afkicken van het bekend zijn begint. Zal ik het missen? De voordelen die het opleverde? De bijzondere momenten?
Een wildvreemd iemand die even in de metro springt om mij aan te raken? Het altijd gedwongen leuk doen omdat Hoe Bestaat Het een leuk programma is?
Zelfs in het buitenland spreken mensen mij aan zoals in Lissabon op vakantie mijn vader werkt ook bij de Vara of in het Central park in New York zomaar een voorbijganger ben jij hier om te filmen?
Een warm moment in de provincie Zeeland zal blijven koesteren. Naast de cameraman in zijn auto reden we achter een bus met schoolkinderen. Ineens verscheen op de achterruit een groot papier: HALLO BRUSSEE.

Op een dag in de make up ruimte zag Sjef van Oekel mij zitten voor de spiegel. Ah, u bent van dat leuke programma? Ik moest glimlachen zitten en reageerde oh, maar ik vind uw programma ook heel leuk. Waarop Sjef direct zei oh, maar daar zeg ik het niet voor!!
In de kantine vieren we met champagne na vijf succesvolle seizoenen het einde van een redelijk populair programma. Ik haal opgelucht adem, weet niet of deze jaren mij veranderd hebben. Wel veel geleerd. De beginselen van het filmen bijvoorbeeld.
Ik heb geen idee of kijkers waaronder vele supporters het programma met onze presentatie zullen missen. Die kijkers en ons team hebben elkaar nooit leren kennen.

januari 2022


Ontdek meer van joopbrussee.com

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.