een avontuur
Louis Velleman, buitenland correspondent en journalist Ben Elkerbout doen de selectie voor een nieuwe satirisch consumentenprogramma voor de Vara: Hoe Bestaat Het.
Na screentest en welkom-telegram is het zover. De personeelsfunctionaris van de Vara zegt: je maakt een sprong, van speldocent naar tv presentator! Voor mij begin ik gewoon met een spannend avontuur.

Hoe Bestaat Het heeft een formule naar That’s life van de BBC, een vrolijk consumentenprogramma. Samen met Hans Emmering en Ati Dijkmeester die net als ik in een Volvo Amazone rijden en in juli jarig zijn, vormen we het presentatieteam. Als oude man die commentaar geeft vanuit een luie stoel wordt acteur Bob de Lange aangetrokken.
De leden van de Vara krijgen de kans hun oordeel uit te spreken over de pilot. Men is enthousiast. Op de redactie krijgen we assistentie van Violet Valkenburg en Marga van Praag.

Bij het eerste interview ben ik door al die crewleden om mij heen behoorlijk nerveus als radiomaker. Ik ben gewend alleen op pad te gaan met een bandrecorder en microfoon, monteer daarna met alleen een geluidstechnicus het materiaal. De samenwerking verloopt anders dan in het theater. Mensen gaan minder warm met elkaar om.
Filmen gebeurt op 16 mm. De 8 mm filmcamera die ik 12 jaar geleden van zakgeld kocht is de kast ingegaan toen ik bij de radio begon.
Naast onderwerp die aangedragen worden door kijkers begin ik filmpjes te maken op basis van absurde borden, regels en situaties in openbare ruimtes.
In de redactie selecteren we onderwerpen die aansluiten bij het nieuws zoals de opening van de transfer markt voor voetballers. Hans en ik laten in sportkleding zien hoe goed topspelers de vuile trucjes beheersen op de grasmat van het Olympisch Stadion waar mijn idool Johan Cruyff regelmatig voetbalt. Topscheidsrechter Frans Derks met stevig ingevette dijen fluit voor elke knappe of geniepige overtreding die gemaakt wordt zoals het trekken aan haren en broekje, spugen enz.
Vanaf de eerste uitzending in 1974 start voor mij het proces van bekende Nederlander worden. Les geven en programma’s maken voor de radio blijf ik daarnaast doen. Het theater verruil ik voor de televisie. Zal ik binnenkort naast mijn schoenen lopen? Ach, ik hou niet van mensen met kapsones.
In de studio is het killer dan in het theater. Door de plaats van de camera’s bevindt het publiek zich op behoorlijke afstand en geeft altijd op commando een applaus. De regisseur houdt zich met de techniek bezig. Ik voel me aan mijn lot overgeleverd. In het theater ben ik gewend aan opmerkingen, verbeteringen, stimulerende woorden van een regisseur. Niets van dit alles.
Tegen een presentator bij televisie wordt opgekeken, als autoriteit. Een regisseur hoort bij de technische crew en wordt denigrerend een uitdraaier genoemd. Soms is een presentator ook een redacteur en dus mede inhoudelijk verantwoordelijk zoals in mijn geval.
Opvallend is dat bij de Vara op mijn verschijning in beeld niemand iets rechtstreeks zegt over mijn presentatie. In de kantine merk ik dat tijdens het passeren van een tafel het stil is. Op fluistertoon klinkt daarna het praten. De neiging krijg ik me abrupt om te draaien en iedereen met grote ogen aan te kijken en zoiets te vragen als: hoe gedraag ik mij in de Gooise matrassen fabriek? Dat doe ik niet, inplaats daarvan vraag ik me af wie ik kan vertrouwen.
Hoe zou het Gooise spel werken? Iemand veren in de reet steken? Of zeggen: ik vind jou heel goed, hoe vind je mij? Moet je verplicht meedoen in roddelcircuits? Dit soort activiteiten past niet bij mij.
De enige persoon met wie ik een beetje vertrouwelijk omga is producer Anneke, de dochter van Dolf van der Linden, dirigent van het Metropool orkest. Zij vindt na enige tijd dat ik op de stoel van Ati moet zitten en meer een leading rol moet vervullen. Maar zij kan geen vuist maken, we zijn goed gecast en bij veel kijkende mannen Valt Ati goed in de smaak. De kijkcijfers zijn altijd goed ondanks verschil in kwaliteit bij afleveringen.
Op een nacht, behoorlijk aangeschoten word ik aangehouden door twee agenten. Zij herkennen me direct. Ik raak verstrikt in het uitspreken van b’s na een vraag over mijn claxons: binnen, buiten en bebouwde kom. Ik ben bang mijn rijbewijs kwijt te raken. Maar als uit de hemel merkt een van de twee op: die Ati ziet er best aantrekkelijk uit. Direct zeg ik: in werkelijkheid is ze nog veel aantrekkelijker. Beide gretig: Oh ja? Doorrijden.
Onzichtbaar krijg ik supporters. Mijn bekendheid in het openbaar groeit.
Steeds meer mensen kijken in mijn richting. In een cafe krijg ik gratis pilsjes en als vanzelfsprekend word ik in een winkel voor mijn beurt geholpen. Om mij heen doen mensen alsof ze mij al jaren kennen. Ik begin langzaam gemeengoed te worden. Maar genieten kan ik er niet van. Integendeel, het begint mij steeds vaker te storen. En het maakt me onzeker in contact met zowel bekende als onbekende mensen.
Presenteren blijf ik leuk vinden en voel mij als een vis in het water. De casting van Louis en Ben was heel goed. Naast pin-up Ati, cynische Hans ben ik de man die zich voortdurend verwondert.
Als opwarming van het publiek doe ik een periode goochelacts. Stop ermee wanneer ik daar nerveuzer voor ben dat voor de camera. De lens waarin ik kijk en de tekst lees geeft een aangenaam concentratiepunt, zorgt voor houvast. Nooit kan ik me een voorstelling maken van die miljoenen kijkers. Ontspannen achter een desk in de hitte van vol licht van de spots met reagerend publiek geeft een kick en werkt verslavend merk ik.
Het tv-wereldje moet op afstand blijven. Mijn leven met vrienden speelt zich niet in Hilversum af.
Op een avond na een slopende dag van repeteren valt vlak voor de opname een camera uit. Dat komt beroerd uit: de nacht ervoor had ik nauwelijks geslapen. Het publiek moet terug naar de kantine. Een uur vertraging. Oververmoeid moet ik mij opnieuw opladen. En wat gebeurt: voor het eerst blijf ik steken in het uitspreken van een woord. De articulatie wil niet lukken. Ik stop en begin de zin opnieuw. De afspraak is dat zoiets in de montage opgelost wordt. Vanaf de tribune volgt spontaan applaus. Nog groter wanneer ik weer blijf steken. Tot overmaat van ramp gebeurt het voor de derde keer. Ik vraag aan de opnameleider mag ik het nog een keer proberen? Nu volgt een ovatie van het publiek. Later vertelt iemand dat iedereen dacht dat ik het express deed. Voor het eerst ervaar ik wat het betekent supporters te hebben.
Goodwill in mijn omgeving en in het land begint me op te vallen. Tegelijk ook de jaloezie bij zowel kijkers als collega’s. En agressie: iemand in een cafe zegt jullie hebben mij failliet gemaakt. Een dreiging op een dag voor ruiten ingooien: ik weet jullie te vinden.
Bekend zijn betekent na verloop van tijd dat wildvreemde mensen doen alsof ze mij al jaren kennen. Op zo’n moment weet ik meestal daar niet goed mee om te gaan. Het begint me ook te storen die vrolijkheid naar mij. Het jullie zullen wel veel plezier hebben. Steeds meer ga ik mensen op afstand houden. Weinig zin op altijd weer op vragen en opmerkingen in te gaan. Vermoeiend altijd weer die opdringerigheid.
Ongewild dreig ik in het wereldje terecht te komen waarin je omgang zoekt met gelijkgestemden zoals collega’s, presentatoren of andere bekende landgenoten. Dat snap ik nu. Voor het veilig voelen en voor ontspanning maar wil dat beperkte en gedwongen leven niet.
Tijdens een omroepfeestje raak ik in gesprek met een wat oudere vrouw. Ze zegt: Goh joh. Hoe hou jij het uit in deze slangenkuil? Bewust houdt ik werk gescheiden van de rest van mijn leven. Anneke vormt een uitzondering. Als vriendin geeft ze als een intermediair allerlei informatie door vanuit het wereldje.
Van echte samenwerking met collega’s op de redactie is nauwelijks sprake. Ati giebelt bijna overal om; Hans ontpopt zich als een verkrampt grinnikende mopperaar; Marga belt altijd met familie met luide stem; een altijd zoet glimlachende Violet hangt aan de lippen van Hans. Met al deze mensen krijg ik geen echt contact. De los zand sfeer op de redactie is voor mij totaal niet stimulerend of creatief. Ik blijf altijd zo kort mogelijk. Bombardeer mezelf op een dag tot filmredacteur en maak zelfstandig korte films die zorgen voor een lach. Mijn opleiding als kleine zelfstandige. Cameraman Jan Kloek vindt mij eerst een arrogante nicht, later draait hij geheel om.
Ik begin steeds meer last te krijgen van groeiende onzekerheid. Meer en meer wantrouw ik mensen, nieuwe contacten. Praat iemand met mij of met een bekende Nederlander? Vrienden merken veranderingen niet op. Familieleden pronken met mij. In het dagelijks leven voel ik de druk van een stempel: een leuk bedoeld programma. Uit het sociale leven trek ik me terug. Minder restaurant bezoek en theater, niet meer naar voetbal in het stadion op een tribune. Vermommingen zoals een zonnebril helpen niet. In de buurt waar ik woon noemt men mij die man van de Vara.
Jullie zullen wel veel plezier hebben met elkaar komt me de strot uit. Ik heb behoefte aan een creatieve werksfeer. De formule van het programma is heilig, vernieuwing is geen optie.
Na drie jaar vind ik het genoeg geweest. Dan kom ik plotseling in het trappenhuis van een omroepgebouw oud buurjongen Cees Hagenbeek tegen. Hij is directeur van het facilitair bedrijf. Vanaf mijn zestiende heb ik hem niet meer gezien. Ik vertel van plan te zijn te stoppen. Niet doen zegt hij direct, je bent zo weer vergeten man.
Zijn woorden zetten mij aan het denken. Wat is mijn ambitie? Het programma De leugen regeert trekt mij, maar dat is van de NOS. Ik besluit dat het verstandiger is mijn bekendheid te gebruiken inplaats van op te geven. Presenteren is een doodlopende weg waren de woorden van Ben die mij drie jaar geleden aannam. Regisseren zie ik wel zitten. In de schaduw werken ligt mij meer. Dat zal me mijn vrije gevoel teruggeven.
Henri Miller. Van deze schrijver lees ik een uitspraak: Als je bekend bent kun je niet meer in de straat pissen. Het is precies dat gevoel waar ik dagelijks last van begin te krijgen. En ik vraag me af waarom ik bekend wilde worden.
Bij een bezoek aan mijn moeder in haar flat valt me op dat zij de cover van een Vara gids op de muur heeft geplakt. Ik staar naar mijn portret en denk: presenteer ik eigenlijk voor haar? Om te laten zien wat ik kan? Om haar een plezier te doen zodat zij tegen een bezoeker trots kan zeggen: dat is mijn zoon!?
Vergelijkbaar met een goocheloptreden op mijn 17e jaar toen ze tussen het publiek zat en iedereen om haar heen moest weten dat zij mijn moeder was. Het interesseert haar totaal niet of ik al dan niet met plezier werk.
Voor Improvisaties, een serie zomerprogramma’s bij de Vara vraagt Ellen Blazer mij voor de presentatie. Omdat het programma aansluit op mijn verleden als speldocent zie ik dat wel zitten. Na een proef in een gymzaal met acteurs is zij tevreden. Soms moet ik aan Berend Boudewijn denken, zegt zij. Hij was de bedenker en jarenlang presentator.
Met deze opmerking ben ik helemaal niet blij. Ik wil de vier programma’s best presenteren maar dat op mijn manier doen en niet een oude presentator opvolgen en nadoen. Een groot gevaar, ik zag het programma vroeger.
Ellen gaat vlak voor de opnamen op vakantie. Ze laat mij aan mijn lot over. Zenuwen komen op en die krijg ik niet echt onder controle. De voor mij vreemde regisseur Rinus Spoor geeft mij totaal geen houvast.
Onder interne hoogspanning denk ik zo moet het voelen bij topsport. Alleen bij mij ontbreekt volledig de ondersteuning van een technische staf. Geen enkel overleg is mogelijk. Anneke is op vakantie.
De vier programma’s waren achteraf best grappig wordt mij verteld, mijn optreden kwam zelfs ontspannen over. Maar zelf ben ik heel ontevreden. Het kostte em teveel energie. De opgelegde druk vanuit mezelf beviel me niet.
Ik fantaseer over afkicken van het bekend zijn. Zal ik het missen? Leverde het eigenlijk wel voordelen op? Hilarische momenten zoals een wildvreemd iemand die even in de metro springt om mij aan te raken? Het altijd gedwongen leuk doen omdat Hoe Bestaat Het een leuk programma is?
Zelfs in het buitenland spraken mensen mij aan zoals in Lissabon op vakantie mijn vader werkt ook bij de Vara of in het Central park in New York zomaar een voorbijganger ben jij hier om te filmen?
Een warm moment in de provincie Zeeland zal ik blijven koesteren. Naast cameraman Jan in zijn auto reden we achter een bus met schoolkinderen. Ineens verscheen op de achterruit een groot papier: HALLO BRUSSEE.
Op een dag in de make up ruimte ziet Sjef van Oekel mij voor de spiegel. Ah, u bent van dat leuke programma? Ik moet direct glimlachen en reageer oh, maar ik vind uw programma ook heel leuk. Waarop Sjef zegt oh, maar daar zeg ik het niet voor!! Ach, leuke herinnering.
In de kantine vieren we met champagne na vijf succesvolle seizoenen het einde van een redelijk populair programma dat nooit een prijs won. Ik haal opgelucht adem, weet niet of deze jaren mij veranderd hebben. Wel heb ik veel geleerd. De beginselen van het filmen bijvoorbeeld en het journalistiek werken.
Geen idee of supporters het programma met onze presentatie zullen missen. Die vele kijkers en ons team hebben elkaar nooit leren kennen.

januari 2022
uit:
Enz
in de rugzak

Ontdek meer van joopbrussee.com
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.