vertelling
ER WAS EENS een keizer.
Zijn rijk strekte zich uit over een groot deel van de aardbol. De vele voorschriften en regels waren opgesteld door vooral de koningin. Velen waren onzinnig, zoals het voorschrift hoe een onderdaan moest lopen. Een activiteit als zitten in de zon was verboden.

Op een dag stapt de keizer de straat op voor een wandeling om weer eens te genieten van het keurige gedrag van zijn onderdanen. Hij snuift tevreden de frisse lucht op die uitsluitend rond het paleis hangt. Voldaan ziet hij hoe de mensen zich gedragen zoals hij zich samen met de keizerin dagelijks voorstelt.
Maar plotseling wordt hij in dit koninklijk genieten wreed gestoord. Op de hoek van de straat verschijnt een tol die op de weg ongrijpbaar rondtolt. Hij houdt zijn pas in en volgt het verassende, nogal ongewone verschijnsel van het speelgoedding, zoals hij de tol noemt.
Kort daarna verschijnt om de hoek een gedaante. Hij schrikt maar herstelt zich snel wanneer hij een jongentje ziet. Op zijn beurt schrikt de jongen van de keizer. Beide kijken elkaar recht in de ogen aan tot het geluid van de tol stopt. De jongen grijpt onmiddellijk zijn speelgoed en verdwijnt razendsnel weer om de hoek.
Geruime tijd staat de keizer aan de grond genageld en staart naar de plek waar zojuist de tol als een razende rond tolde. Daarna beweegt zijn hoofd langzaam omhoog. Van binnen is het beeld verschenen van hem als kleine jongen die vrij en blij aan het spelen was.
Verdwaasd loopt hij terug naar het kasteel. Wat is er tussen toen en nu allemaal wel niet gebeurt? Het duizelt hem. Hij voelt de wereld van vroeger weer, zonder voorschriften en regelgeving. Hoe verkrampt is het leven voor zijn onderdanen geworden door jarenlange acties van hem, aangestuurd door zijn gemalin. Hij komt tot het inzicht dat het leven tegenwoordig van gewone mensen zich afspeelt in een gevangenis!
Waar is het echte leven gebleven?
Hij neemt impulsief een besluit en loopt met grote passen rechtstreeks naar het verblijf van de keizerin, deelt haar mede dat direct een streep gaat door alle voorschriften en regels voor het volk. De keizerin luistert onbewogen naar zijn emotionele uitbarsting en geeft aan een kamerheer de opdracht de sleutel te brengen van een koninklijke kistje.
Op het aanhoren van dit bevel verkrampt de keizer. Hij was vergeten dat ze lang geleden samen een document hadden opgesteld waarin staat dat wanneer de keizer de koninklijke wet van voorschriften en regels afschaft, dit het einde van zijn keizerschap betekent. Trillend beseft hij wat er gaat gebeuren. Zij actie was veel te snel geweest. Na langer nadenken heft hij ineens het hoofd fier op: het is goed dat ik dit heb gedaan want dit is wat ik wil.
Niet veel later laat de keizerin in het diepste geheim haar gemaal onthoofden. Aan de onderdanen wordt meegedeeld dat de koning zijn hoofd had verloren. Iedereen begreep wat dat inhoudt. Vanaf nu komt de keizerin aan het hoofd van het keizerrijk.
Wat er zal veranderen weet niemand maar men vreest de toekomst. Over deze vorstin doen zich al jaren de wildste verhalen de ronde. En inderdaad, het leven voor de elite en hun onderdanen verandert. Maar… dat is een ander verhaal.
december 25

uit: Eens
vreemde vertellingen

Ontdek meer van joopbrussee.com
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.