Indringend

mobiele ogen

Met een kater van de vorige avond loopt Rino zijn schilders atelier in. Hij had zich voorgenomen vandaag op te ruimen. Veel zin heeft hij niet.

Zijn ogen dwalen door de ruimte en blijven rusten op een van de zogenaamde kunstwerken van een gepensioneerd tandarts die aan zee woont in een appartementen complex en van aangespoelde spullen allerlei collages en objecten fabriceert. Dit kunstwerk, volgens eigen zeggen van de knutselaar werd aan hem opgedrongen. En hij had niet geweigerd. Op een of andere manier fascineerde het hem.

De twee ogen aan de muur staren dagelijks de ruimte in. Het zijn zwarte stippen op de rollers van deodorant sticks. Ze kunnen dus bewegen. Dat moet de reden zijn geweest: aan de ogen te draaien. Vond hij grappig. Tijdens het rondlopen in het atelier had hij vaak het gevoel dat ze hem voortdurend bleven volgen, dat ze hem altijd aankeken.

Rino blijft vlak voor de collage staan. Best leuk gevonden: die uiteinden van rollers onder twee halve delen van een omgekeerd kopje, die als wenkbrauwen dienen.
Hij draait de ogen, laat ze verschillende kanten opkijken. Het afgelopen jaar kreeg hij ineens een hekel aan die tanden man aan zee. Wel jammer, want bij hun ontmoeting had hij het gevoel dat een mogelijke vriendschap zich aandiende.

Het wordt tijd om dit kunstig gemaakte frutsel weg te doen vindt Rino. Zolang deze ogen aan de muur hangen zal hij aan hem herinnerd worden. Beter het contact af te snijden, de ingeslagen weg van geleden te stoppen, mails niet meer te sturen. Altijd weer die storende fouten in de spelling van hem: sorry, ik ben dyslectisch. Een makkelijk excuus van de mondkijker. Nee, nee. Ineens had hij er geen zin meer in.

Meteen ook verlost van die schaterlach waarbij een volmaakt wit gebit te zien was. Mensen moeten mij nemen zoals ik ben, was zijn slogan. Jaja. Dat heeft hij ongetwijfeld meegenomen uit zijn werk als tandarts. Slachtoffers in de stoel dienden zich over te geven aan hem, anders ophoepelen uit de praktijk.
Toen Rino hem bij het zwembad voor het eerst zag kreeg hij een uitnodiging zijn appartement met werkplaats op de topflat te bezoeken. Achteraf voelde dat als naar de tandarts gaan.

Het eerste wat die gepensioneerde brugbouwer zei: ik heb zeven auto’s. Dat moest hij als bezoeker wel even weten. En: ik ben een vermogend man.
Rino heeft nooit interesse gehad voor status of vermogen. Zolang iemand daar niet mee te koop loopt kan hij het met iedereen vinden. Wie het breed heeft, laat het breed hangen, was zijn spontane reactie op dat moment.
Voor de grap had hij gezegd toen hij een paar auto’s van de vuller beneden zag staan het lijkt wel of jij eigenaar bent van dit oord aan zee. De witte tanden man pikte dat serieus op, lachte hard en genoot van de veer die Rino in zijn reet stopte: O ja? Dat doet me goed. Zo voelt het ook wel ja.

In eerste instantie had Rino hem het voordeel van de twijfel gegeven. Hij herinnerde zich dat vroeger thuis niet vriendelijk over tandartsen gesproken werd. Money makers volgens z’n broer. Rijk geworden door onwetende mensen van alles in hun mond aan te smeren. Kassa. Mogelijk deze man ook. Zijn rijkdom moet ergens vandaan komen.
Onzin! Dat weet ik niet en het interesseert me niet. Het heeft geen zin daarover te denken. Misschien is hij een uitzondering en komt het geld gewoon van zijn familie. En vermogend? Zoiets is moeilijk te controleren. De mondreparateur moet je op zijn woord geloven. Was hij wel tandarts en niet een acteur voor een of andere tandpasta reclame?

De bollen draait hij zo dat de ogen naar beneden wijzen. Hij herinnert zich het restaurant waar Rino hem had uitgenodigd.
Het is prijzig, kun je dat wel betalen? zei die idioot.
Ze zaten tegenover elkaar en Rino wenkte de ober. De mondkunstenmaker zat rechtop, staarde met een vreemde blik in Rino’s portemonnee alsof zijn ogen daarin wilden kruipen. Onbehaaglijk had hij op de rekening gekeken en in een gespannen stilte voelde hij dat al zijn handelingen werden gevolgd. Nooit had hij zich zo benauwd gevoeld bij het afrekenen.

Met beide handen draait hij de ogen naar boven, pakt een stoel en gaat voor het kunstgezicht zitten. De afwerking op de achtergrond van stevig karton is slordig uitgevoerd. En die ogen …. die ogen ….die zijn….
Ineens komt het verstikkende gevoel in zijn keel terug. Die ogen lijken … de ogen van de maker zelf.
‘Verdomd, het is een zelfportret!!’ roept Rino luid door het atelier.
In dat slaapkamertje in zijn huis waar het hing lieten de ogen zien dat de maker in de buurt was. Big brother in de vorm van deze mondkijker. Natuurlijk had die knutselaar geen probleem met het weggeven van dit prul. Graag zelfs. Want nu zou Rino voortdurend aan hem herinnerd worden.

De ogen op de rollers lijken ineens dwars door hem heen te kijken. Hij staat op en draait het ene oog naar boven, het andere naar beneden.
Dan haalt hij het karton van de muur en loopt ermee naar de prullenmand. Hij wil alles lostrekken maar bedenkt zich op het laatste moment. Weggooien kan altijd nog.
Hij kijkt rond en loopt naar de buitendeur van zijn studio. Het zeewaardig kunstwerk zet hij voor het plantje op de vensterbank naast de deur. De rollers draait hij zo dat ze iemand aankijken die voor de deur staat. Buiten op de stoep controleert hij de kijkrichting van de ogen.
Bedankt mondgodheid, voor je gratis camera!

december 2023


Ontdek meer van joopbrussee.com

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.