bizarre reactie
Eindelijk. Nu kan ik de wereld afmaken!
Bijna de hele weg van school heeft Menno gerend. Hijgend staat hij op de hoge brug. Het is benauwd, de zon is verdwenen. Het hemd plakt op zijn borst.
Hij holt de brug af en opent met trillende hand de huisdeur.
‘Ik ben nog even op mijn kamer, straks kom ik wel eten!’

Op zijn kamer trekt hij een bord van karton onder het bed uit waarop staat LEVENSGEVAARLIJK met daaronder: dus niet storen. Wanneer het aan de buitenkant van de deur hangt haalt hij een doos uit de kast waarop omgekeerd een deksel ligt. Vanochtend voordat hij naar school ging was het net niet gelukt. De oceaan was het laatst, dat was ook moeilijk door al dat blauw. Nu is het gat bijna dicht en dan is de wereldkaart af.
Met bevende hand draait hij een puzzelstuk rond boven de oceaan op zoek naar de juiste aansluiting.
‘Kom je beneden, het eten staat op tafel?!’, klinkt het van beneden.
Ze moet even geduld hebben. Ik heb toch gezegd dat ik eraan kom? Opnieuw wordt hij geroepen. Maar….dat is de stem van Richard. Is hij nu al thuis vandaag? Wacht, ik zie het, zo moet hij erin passen.
Voordat hij de kans krijgt het laatste blauwe stuk vast te drukken voelt hij iets onder zijn oksels. Het zijn de handen van zijn broer die hem de kamer uit sleuren.
‘Nee, nee, niet doen, ik kom, ik kom heus wel!
Alles draait ineens om hem heen. Zijn voeten glijden over de grond. Tijdens de afdaling probeert hij zich los te rukken, schopt met de voeten naar alle kanten, ze knallen tegen muur en leuning.
‘Help!!!!!….. !!nee!…….NEE!’
Spartelen en gillen hebben geen effect. In de keuken klinkt uit de gootsteen een krachtige straal water.
‘Niet weer, nee, neeeeee!!!!’
Het volgende moment spuit water in zijn oor. Hij probeert onder de straal uit te komen maar telkens wordt zijn hoofd verder naar beneden gedrukt. Water vult beide neusgaten. Hij gilt en hapt naar lucht.
‘Ik stik!……..nee!!!’, klinkt het gesmoord door de straal heen, ‘ik stik……stik!!!!!
Beide ogen knijpt hij stijf dicht. Lucht!……snel……..meer lucht, LUCHT!!!
Hijgend als een gek staat Menno tegen het aanrecht gedrukt. Die kraan….. nooit meer water ..in zijn neus….nooit meer!…niet stikken nee…
‘Wat zei je moeder ook alweer?’, klinkt de stem van zijn broer uit de gang.
Langzaam komt Menno op adem.
Mamma was erbij, dat weet ik zeker. Niks heeft ze gedaan. Ze liet hem …het water …….en ze vond het goed. Ze willen mij verdrinken.
Waggelend loopt hij de tuin in op weg naar de schommel achterin.
Een zwarte kater rent hem achterna.
‘Tijger, waar kom jij vandaan? Blijf je bij mij? Dat gerommel in de lucht is onweer, dat weet je toch?’
Menno tikt uitnodigend op zijn schoot.
‘Spring maar. Kijk, de takken lijken elastiek. Hoor je het kraken van takken door de wind?’
Hij aait zijn kat. Zijn ademhaling komt tot rust.
‘Dit keer ben ik bijna gestikt Tijger. Ze willen me dood hebben.’
Grote broer mag het van haar doen. Zij durft alleen jonge katjes te verdrinken.
‘Ik loop weg. Ga je mee? Kan elke dag.’
De kater spint hevig. Hij strijkt onder zijn kop. Dan over zijn rug en brengt zijn gezicht dicht bij hem.
Vanachter de schutting klinkt een bekend geluid.
‘Oe-ei-weit.’
‘Hoor je dat? Kees roept.’
‘Oe-ei-weit’
Waarom kan ik niet….? Het lijkt wel of zijn keel dicht zit.
‘Oe-ei-weit!’, klinkt het voor de derde keer.
‘Sorry Tijger.’
Hij pakt een trap die op de grond ligt en klapt hem uit tegen de schutting. Even later zien de twee jongens elkaar. Ze zitten beide boven op hun eigen trap.
‘Weet je hoe ze in China vroeger mensen dood maakten?’ vraagt Kees.
‘Nee…. hoe dan?’ klinkt het zacht en schor uit Menno’s mond.
‘Met kleine pijltjes. Mijn vader vertelde over moorden die een rechter oplost, lang geleden, voordat Jesus werd geboren. Dat heeft hij uit een boek.’
Kees begint zachter te praten alsof hij een geheim vertelt.
‘Die pijltjes schieten ze door lange dunne buisjes die ze eerst op mensen richten.’
‘Zoals ……. onze plastic buizen?’
‘Nee, veel dunner.’
Duim en wijsvinger brengt hij heel dicht bij elkaar.
‘Zo….. wat voor pijlen zijn dat?’
‘Niet van papier, maar uit hout gesneden, heel sterk……en met een scherpe punt.’
‘Jeetje. Zo’n klein pijltje …. kan iemand doodmaken?’
‘Ja, want ze deden gif op die punt en als die dan een lichaam in wordt geschoten…. kijk zo ….. dan gaat iemand heel langzaam dood; niet direct.’
’Oh. Zie je niet zo gauw, zo’n klein pijltje.’
’Nee, en je hoort ook geen knal zoals uit een pistool.’
‘Geen bloed …. van een mes of een dolk……….’
Kees knikt. Menno ziet het voor zich.
‘Goed he? In dat boek lost een rechter alle moorden op; gewone mensen komen daar nooit achter. De vrouw van een Chinees deed het stiekem met andere mannen zie je.’
‘Ik heb nog nooit zo’n dun buisje gezien, jij?’
‘Nee, maar ik heb er ook nooit naar gezocht.’
‘Nee, … ik ook niet.’
Een zusje van Kees komt vanuit het huis de tuin inrennen. Ze stopt bij de trap en eist dat haar oudere broertje naar beneden komt en meegaat naar binnen. Ze grijpt zich vast aan de trap.
Kees zegt niets meer. Zijn ogen bewegen naar de donkere wolken. Ineens haalt hij zijn schouders op en doet wat van hem gevraagd wordt.
Menno haalt ook de trap weg. Hij loopt langs de schommel en mompelt een Chinees buisje……..
Op een uitgeklapte ligstoel op het grasveld laat hij zich neerploffen.
In de lucht rommelt het opnieuw. Menno ziet dat Tijger op het dak van de keuken sluipt, het lijf naar beneden gedrukt. Hij ziet natuurlijk een vogel in de grote boom naast de schuur.
Menno stelt zich voor dat zijn kat in de tuin van de buren springt.
Wacht eens even. Ineens gaat hij rechtop zitten. De wc!
De schuur grenst aan de wc….aan de bovenkant zit een raampje, vlak onder de rand van het dak, precies aan de kant van de buren.
Zijn ogen worden groter.
Als grote broer poept …. kan ik vanaf het dak voorover buigen ...
De pijl richten op zijn nek! Wel oppassen, hij zal onder de bladeren moeten duiken zodat niemand van de buren hem ziet. En niet vergeten gif op de punt te doen…..
Welk gif? Kees zei dat niet … maar dat staat natuurlijk ook in dat boek. Vraagt hij later wel.
Onder die boom is hij veilig. Van daaruit simpel het pijltje schieten. Jeetje, zo kan hij dat gewoon doen! Snel voordat zijn broer hem vermoordt.
Hij kijkt omhoog en ziet dat het steeds donkerder wordt.
Haha. Natuurlijk denkt niemand aan mij, dat ik dat gedaan heb. Een kind vermoordt niet, dat doen alleen volwassen mensen.
Zijn benen beginnen vanzelf te bewegen.
Een dun buisje, ik moet een dun buisje hebben en een houten pijltje en gif. Hij knikt en begint het voor zich te zien. Bang hoeft hij niet te zijn want niemand leest boeken over het oude China.
Het begint te regenen, de stoel moet de schuur in.
Na het vermoorden steek ik de tuin van de buren over en klim over het hek naar de kade; ga op straat spelen.
‘Oei, het gaat gieten!’
Maar wacht. Er klopt iets niet. Hoe weet ik wanneer Richard naar de wc gaat?
‘Tijger, blijf zitten! Ik kom direct naar mijn kamer om je binnen te laten!!’
Ineens begint het hard te regenen. Menno staat op, wil de stoel opvouwen maar blijft nog even naar Tijger staren.
Natuurlijk, dat is de oplossing! Vanuit mijn kamer het dak op!
Het stortregent nu in de tuin. Hij rent het huis in.
Door de keuken. Niemand. Snel de trap op, badkamer natte kleren uit. De deur van zijn kamer open.
Menno blijft stokstijf staan. Op de plaats waar de puzzel lag te wachten op het dichten van het laatste gat in de oceaan ligt nu een rommelige hoop puzzelstukken.

mei 2020
uit:
Stil
binnen de familie

Ontdek meer van joopbrussee.com
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.