Opa, vraagt de jongen, waarom vloek je soms? De man fronst zijn wenkbrauwen, knippert met de ogen. Hij peinst. Inhouden, behouden, beloven, geloven, Amen en omen.Hee daar, bedaar! Hij haalt zijn neus op. Kerken als kooien, bidden en biechten. Stiekem dat koekje! Graag buiten het boekje. Hij glimlacht. Vroom en vredig vooral. Je zult enMeer lezen over “Vloek”