Paniek

een novelle

1

Anders dan op andere dagen springt Menno zijn bed uit. Een spannende dag. Vanavond presenteert hij voor de eerste keer op de televisie het programma waar hij als redacteur werkt. Na toilet bezoek loopt hij naar de buitendeur waar de krant uit de brievenbus steekt. Omvangrijke fraude ontdekt bij grote groep scholen in de Randstad. Hij schrikt van namen en laat de krant langzaam zakken.

Op de provinciale weg van Amsterdam naar Hilversum is het in de vakantieperiode redelijk rustig. Het bericht uit de krant heeft zich stevig in zijn hoofd genesteld en heeft daarmee het debuut van vanavond geheel verdrongen. Zijn broer zit in de problemen. Op de redactie weet niemand dat hij een halfbroer heeft. Hij haalt wat onhandig een sigaret uit het pakje en steekt hem in de mond. De laatste keer dat ze elkaar hadden gezien was op de begrafenis van hun moeder. Zijn afscheidswoorden bij de kist herinnert Menno zich nog. Zakelijk, als een toespraak voor aandeelhouders. Hij noemde hun moeder een domme vrouw. Rood licht laat Menno stoppen waarna hij naar naar weilanden kijkt zonder iets te zien. Daarna hadden ze elkaar nooit meer gezien. Net als daarvoor trouwens. Hij trommelt met zijn vingers op het stuur.

Op de redactie komen opmerkingen en grappen over zijn in beeld verschijnen vandaag. Naar de kapper is geweest? Iets tegen zenuwen geslikt? Gelukkig hebben Richard en ik verschillende achternamen denkt hij.
De eindredacteur merkt in de vergadering op dat ze om de fraude met die duizenden scripties niet heen kunnen. Afgesproken wordt dat iemand contact opneemt met het bedrijf en een woordvoerder in de studio uitnodigt. Een korte film met wat historie zal als opmaat aan het interview voorafgaan. Een van de redacteuren monteert deze introductie met behulp van stock materiaal. Menno spreekt de tekst in.
Menno kijkt naar het scherm op zijn bureau maar wat er staat dringt niet tot hem door. Waarom kan hij zich niet concentreren? Hij kalmeert zichzelf met de gedachte dat een directeur zelden zelf naar de studio komt. Dat het allemaal lang geleden was.

2

Vandaag ga ik de wereld afmaken. Menno legt zijn pen neer, gaat rechtop zitten en doet zijn armen over elkaar. Niet meer schrijven anders verklapt hij zijn geheim.
Een streep zonlicht loopt dwars over zijn schrift. In het klaslokaal zijn de gordijnen dichtgeschoven maar niet gesloten. Kan dat wel, een opstel schrijven dat bestaat uit zes woorden? Dat heeft nog nooit iemand in de klas gedaan. De meester zei dat je vandaag mag schrijven wat je wilt. Zelfs een titel bedenken…..oei, ik ben een titel vergeten. Hij kijkt om zich heen, sommigen hebben hun pen in de hand of in de mond, de meesten schrijven. 
Zijn blik zoekt de meester die richting bij de deur loopt. Een titel …… boven deze zin? Daar is geen ruimte voor, dat ziet er slordig uit. Hij hoort de meester af en toe iets fluisteren.
De pen steekt hij half in de mond en doet net of hij nadenkt. Achter hem klinkt het geluid van krakende schoenen. Hij buigt voorover, bijt op de pen. Gelukkig, het is weer stil. Plotseling verschijnt het hoofd van de meester vlak naast hem.
‘Vandaag de wereld… afmaken? Wat een lange titel Menno.’
‘Mmnn….’ 
Ik hou mijn mond anders komen er meer vragen. Nu niets verklappen. Wachten tot het hoofd van de meester verdwijnt. De pen trekt hij uit de mond en drukt de lippen stijf op elkaar.
‘Klinkt wel spannend.’
Hij popelt om over het geheim iets te zeggen. Over de grote moeilijke puzzel die op zijn kamer thuis bijna af is. Hoe lang hij daaraan gewerkt heeft! De meester loopt verder. Opgelucht draait hij zijn hoofd naar het raam, de gordijnen bewegen licht.

Om twaalf uur, na het uitgaan rent Menno naar huis. De zon schijnt iets minder en het is een beetje benauwd. Een paar keer houdt hij in om op adem te komen en veegt het zweet van zijn gezicht, de laatste keer op de top van een steil oplopende brug. Zijn hemd plakt aan het lichaam. Kort snuift hij onder zijn oksel en kijkt naar de kleur van het water in de gracht.
Hij holt de brug af. Zijn handen trillen wanneer hij de huissleutel uit de zak haalt. In de gang staat de deur van de huiskamer op een kier. 
‘Ik ben nog even op mijn kamer, kom straks eten!’
Dat is nooit een probleem voor mamma. Boterhammen met een glas melk kunnen best even wachten. 
Boven in de badkamer schopt hij de schoenen uit, pakt een handdoek van een stapel en wrijft zich vluchtig af. De kast in zijn kamer opent hij snel en haalt een grote doos tevoorschijn waarop omgekeerd een deksel ligt: de wereld in puzzelstukken is bijna af. De oceaan met al dat blauw was het moeilijkst. Mamma zal opkijken! 

In de verte klinkt gerommel in de lucht, gekraak van takken en geruis van bladeren.
‘Menno, wil je beneden komen, het eten staat op tafel?!’, klinkt de stem van zijn moeder in de verte. 
Ze moet geduld hebben. Ze is allang vergeten dat hij die puzzel heeft gekregen voor zijn verjaardag.
Opnieuw klinkt zijn naam en hij schrikt …het is de stem van Richard! Hij haalt een keer diep adem. Dat kan niet, die studeert vandaag, die is niet thuis. Opeens ziet hij in een aansluiting.
‘Bijna!!!’, brult hij enthousiast. 
Zijn lichaam maakt schokkende bewegingen. Hij draait en schuift een van de laatste stukken in de opening. Op dat moment verschijnen twee handen langs zijn lichaam en tillen hem omhoog.
‘Nee, nee, niet doen, ik kom, ik kom …!’
Alles draait ineens om hem heen. Zijn voeten slepen over de grond naar het trapgat. Wild schopt hij naar alle kanten tegen muur en trapleuning. Hij weet wat gaat gebeuren.

3

Menno staart naar het scherm voor hem. Herinneringen met Richard dringen zich telkens op. Als plaatsvervangende vader gedroeg hij zich sadistisch, genoot van zijn autoriteit met 10 jaar leeftijdverschil. Veronderstel dat de eindredacteur connecties heeft met dat bedrij? Of dat hij Richard kent? Onzin.
Onrustig draait hij op zijn stoel en kijkt terloops naar collega’s achter hun beeldschermen. De meesten zijn getrouwd, hebben kinderen, een huis met een flinke hypotheek. Ze stemmen tegenwoordig soepel in met bijna alles wat de eindredacteur wil of naar voren schuift terwijl dat gedrag niet past bij een journalist. Vanaf vandaag de studio in, als presentator ben ik een autoriteit met macht. Hij glimlacht.

De regisseur loopt het vertrek binnen en loopt direct naar Menno toe.
‘Al nerveus jongen?’
‘Jaja. Ik sterf van de zenuwen!’
Menno glimlacht en doet zijn best kalm te luisteren naar een technisch verhaal over automatische camera’s in de studio en hoe dat verschilt met vroeger. Het interesseert hem totaal niet. Geen menselijke bediening, geen mens aanwezigheid meer in de studio.
‘Jaja, mij bekend. Betekent dat nog iets ….. speciaals voor mij straks?’
‘Voor jou? Wennen aan je eenzaamheid.’
‘Oh, fantastisch! Intiem met een gast!’
‘Jij hoopt zeker dat de directeur van die scholengroep een vrouw is.’
Ze lachen hartelijk.

4

De taxi vanaf het vliegveld van Melbourne rijdt door een droog gebied met uitsluitend eucalyptusbomen en stopt niet veel later aan de rand van de city voor een groen talud. Menno brengt de kerstdagen bij nicht Jane door.
In een donkergrijze muur is zowel de hor- als huisdeur dicht maar niet op slot. Hij roept een paar keer de naam van zijn nicht en wandelt intussen rustig een gang door. Een half overdekt zwembad duikt plotseling op. Aan de overkant klimt een slanke vrouw het water uit. Ze wuift licht, droogt zich vluchtig af terwijl ze naar hem toeloopt.
‘Welkom Menno! Neef ……uit de oude wereld!’
Ze omhelzen elkaar terwijl zij de handdoek wat onhandig tussen hen ophoudt.
‘Jane, jij bent het ….echt …ja nog precies … als op de foto…met Richard!’
‘Sure! Wil je soms ook?’
Uitnodigend wijst ze naar het licht golvende water, hemelsblauw door de kleur van de tegels. Direct schudt hij het hoofd.
‘Het is niet echt diep dus…. als je maar niet duikt!’

Later zitten ze schuin tegenover elkaar aan de ronde tafel waar witte lange kaarsen tussen de vele schotels prijken. Jane draait een vinger over de rand van haar wijnglas, op zoek naar een toon.
‘Dat deden we vroeger altijd op kerstmis en oudjaar.’
‘Ja, grappig, wij ook.’
Ze proosten. Zij op zijn komst, hij op haar ontvangst.
Jane begint over de mis gisteren, op kerstavond.
‘Een tjokvolle kerk. De preek is elk jaar ongeveer hetzelfde moet ik eerlijk zeggen.’
‘Kun je hem samenvatten?’
‘Liefde. Alleen liefde kan mensen tot elkaar brengen.’
Menno glimlacht.
‘Jij hebt het geluk broederliefde te kennen. Hoe verwerk jij die liefde in je werk, je leven zeg maar.’
Menno zwijgt. Wanneer de kaarsen branden beweegt Jane opnieuw een vinger over de rand van haar glas.
‘Nou…..?’
‘Jane, je bent een geweldige gastvrouw. Zo feestelijk het kerstdiner! Waarmee wil je dat ik begin?’
Bij elke schaal krijgt hij een korte uitleg.
‘Vertel Menno: hoe gaat het eigenlijk met Richard?’

5

Te vroeg arriveert Menno bij de edit suite waar de collega nog bezig is het filmpje te monteren. De telefoon rinkelt, de hoorn krijgt hij aangereikt.
‘Aan de balie staat een man die naar Menno vraagt’, zegt de telefoniste.
‘Hoe …… alleen een voornaam…. Chris…..?’
De naam zegt hem niets.
‘Jaja, ik kom direct!’
Chris……Richard’s boezemvriend. Snel loopt hij naar de hal. Op afstand herkent hij vaag de Chris van vroeger. Op zijn voorstel lopen ze naar buiten, zijn auto lijkt een veilige plek.
Binnen is het snikheet. Hij start de motor en zet de airco aan.
‘Je zult verbaasd zijn, na zo’n lange tijd. Zo onverwacht.’
‘Nogal ja.’
‘Fijn dat je tijd hebt. Vlak voor een uitzending is het natuurlijk druk bij jullie. Ik las dat jij de nieuwe presentator gaat worden van de nieuwsshow.’
Menno knikt en glimlacht geforceerd.
‘Aan jou, presentator van vanavond wil ik iets vragen.’
‘Ga je gang.’

Chris begint over een moeilijke periode van zijn vriend. Menno doet zijn best met een half oor te luisteren. Het verhaal begint hem snel te irriteren.
‘Je vraag Chris …..?’
‘Wil je vanavond daarmee rekening houden?!’
Menno schrikt.
‘Het zal zijn zorgvuldig opgebouwde leven verwoesten wanneer hij niet goed uit dat interview komt over de problemen met die scholen.’
Menno draait het hoofd weg. Waar heeft die man het over? Hoe weet hij dat ik vanavond……….
Zijn hart klopt sneller. Richard heeft gelezen…. Als het voor hem zeker is dat ik vanavond interview… en die zekerheid gaat Chris hem nu geven!
‘Onzin van mij Menno om jou op te zoeken. Als oudere broer is hij jou altijd de baas. Ook al heeft hij een fout gemaakt, hij is en blijft de sterkere van jullie twee. Straks de winnaar. Wees verstandig jongen, denk aan je toekomst.’
Het portier slaat dicht.
Menno blijft verbijsterd achter. Een slim opgezette val…..met als cadeau een portie intimidatie! Met beide vuisten slaat hij op het stuur. Dan, ineens onbeweeglijk en voor zich uit starend.
‘Uitgerekend vanavond!! Nee……. ‘

6

‘Nee, niet doen, ik kom…. ik kom heus wel!
Losrukken lukt niet. In wilde paniek schokt hij alle kanten op. 
‘Help, help!!!!!….. !!nee!…….NEE!’ 
Zijn geschreeuw en gespartel hebben totaal geen effect. Menno hoort een krachtige straal water in de gootsteen spuiten. Ze zijn in de keuken.
‘Niet weer, nee, neeeeee!!!!’
Het volgende moment voelt hij het water in zijn gezicht…het spuit in zijn oor. Hij rukt en trekt maar komt niet onder de straal uit; telkens wordt zijn hoofd verder naar beneden gedrukt. Water vult de neusgaten, het smoort soms even zijn schreeuwen. Hij hapt naar lucht, gilt, krijst. 
‘Ik STIK!……..nee!!.……ik….!!!!! 
Beide ogen knijpt hij stijf dicht.

Even later staat hij hijgend tegen het aanrecht. 
Langzaam komt hij op adem.
Mamma was erbij, dat weet ik zeker. Niks heeft ze gedaan. Ze vond het goed. Ze willen mij verdrinken.

7

De deur van de auto slaat hij dicht en loopt overdreven langzaam terug naar de edit suite. Zijn lichaam voelt stijf. In zijn hoofd gebeurt van alles. Wat nu? Zich ziek melden? Onzin. Richard straks vrij zijn gang laten gaan? Kan hij iets bedenken? De tijd is kort.
De film is gemonteerd. Voor het inspreken van de tekst stapt Menno de spreekcel in. Op de monitor voor hem verschijnen beelden van verschillende scholen die betrokken zijn bij de fraude. Gespannen wacht hij op de startcue. Ik moet iets bedenken gonst het voortdurend in zijn hoofd. Ben ik bang? Ja. Om vanavond door Richard ingepakt te worden. Met grote inspanning leest hij de aangereikte tekst zo beheerst mogelijk voor. Ik moet iets verzinnen, ik moet boven elk patroon van vroeger uitstijgen. Een afleiding zou werken, iets waarop hij zich sterk moet concentreren. Maar wat?
Door de ruit van de suite ziet Menno het teken van de technicus dat het werk erop zit. Deze editor schakelt vanavond ook hun uitzending in de studio. Een studio waar hij alleen met de gast…Hij wacht tot zijn collega vertrokken is en drukt de interknop in.
‘Het is toch zo dat niemand, maar dan ook echt niemand ziet wat er tijdens het interview vanavond op de desk gebeurt?’
De editor kijkt hem verbaasd aan.
‘Hoezo?, zegt hij grinnikend, ‘ heb je nu al de zenuwen voor straks?’
In de suite vraagt Menno:
‘Laat ik het anders zeggen. Gewoon, zeg maar een minuut… alleen close ups op de monitors in de regiekamer.’
‘Dat is ongebruikelijk. Afspraak is dat ik een close up schakel voor belangrijke vragen en antwoorden. Altijd een totaalshot als overzicht en voor de zekerheid.’
‘Ja natuurlijk. Sorry nee, mijn vraag is …… natuurlijk.’
‘Vooraf kunnen we wel iets afspreken. Het beste is dat kort te sluiten met de eindredacteur.’
‘Ja ja.’
Terug op de redactie loopt hij langs het bureau van de eindredacteur en vraagt of inmiddels bekend is wie van het bedrijf naar de studio komt.
‘Oh, verrassend! Mogelijk de directeur zelf!’
‘Zo’, reageert Menno, ‘is die nog niet gearresteerd?’
Verbaasde ogen kijken hem aan.
‘Grapje. Het filmitem is af.’
Het idee dat hij kreeg voor een actie in de studio vanavond geeft hem energie. Daarvoor is een geschikte foto nodig.

8

In de flat van zijn moeder zit hij aan tafel en kijkt naar een familiefoto waarop zij met man en kleine Richard staat. Na het overlijden van deze glimlachende man kwam zijn vader in beeld.
Menno bladert in een krant, lezen doet hij niet.
‘Ik doe mee aan een bijzonder project.’
‘Oh.’
Zijn moeder gaat in haar comfortabele stoel zitten.
‘Een vroegere toneelleraar heeft subsidie gekregen om een environment in een oude leegstaande melkfabriek op te zetten. Hij heeft mij als student gevraagd mee te doen. Leuk he?’
Zonder dat ze elkaar aankijken vervolgt hij:
‘Met voorstellingen en films. Hij is leider van een toneelgroep. De dood is het onderwerp.
‘Kom een keer kijken.’

Een uur voor de afgesproken tijd ziet hij zijn moeder over de ophaalbrug komen aanlopen. Samen passeren ze de lijkkoets. Ze wandelen de ruimte in die ooit de kleedkamer was voor het personeel van de fabriek. De rijen lockers staan nog op hun oude plaats, met kastjes vol deuken en roest.
‘Is dit de garderobe?’
‘Nou nee, dit is de moordruimte.’
Ze schrikt. Om een deur open te doen drukt hij zich tegen haar aan. Ze doet direct een stap opzij.
‘Dat is de locomotief van Richard!’
‘Nee, nee. Die is van mij. Van vroeger. weet je dat niet meer?’
Een volgende deur trekt Menno open die piept en knarst. Na een uitnodigend gebaar kijkt ze voorzichtig naar binnen. De hele achterwand is bedekt met een grote foto van de zee. Nu, denkt hij.
‘Herinner je je nog die keer in de keuken? Het water spoot de spoelbak in en..’
‘Nee!’
Ze draait weg van de kastenwand en wandelt verder.

Wanneer ze na de rondleiding de lijkkoets komen zien ze dat het buiten is gaan regenen. Hij maakt een uitnodigend gebaar op de bok.
Boven trekt ze haar rok naar zich toe en schuift iets opzij.
Hij ziet de foto op de muur weer voor zich met Richard op de arm en schraapt zijn keel.
‘Wat ik je al lang….….’
Zijn stem wordt schor en zijn keel lijkt dicht te zitten. Na een paar keer slikken en een diepe zucht, klinkt het zacht:
‘Ik wil ..vragen …. was je blij dat ik geboren werd?’
Een lange stilte volgt. blokkeert in zijn keel. Hij wil verder praten maar iets blokkeert in zijn keel.
Ze staren naast elkaar naar buiten, naar een gordijn van regen.

9

Het gaspedaal trapt Menno flink in op weg naar huis. Hij mag zeker vandaag niet ontbreken bij het diner van vanavond. In de huiskamer haalt hij uit de kast een doos met familie foto’s en stort die uit over de tafel. Hij schuift, graait, draait en ziet plotseling een grote pasfoto van Richard die ook te zien was in het toilet van Jane.

Alle wanden zijn behangen met ansichtkaarten, bidprentjes, cartoons, familiefoto’s en weiwater bakjes in allerlei vormen en maten. Hij ziet ineens.een foto van Richard en daarnaast naast een iets grotere foto waar Jane met zijn broer danst op een feest, als een verliefd stelletje. Die twee hadden toen een stevige verhouding.
In de huiskamer van de bungalow floepen lampjes in de kerstboom aan. Hij kijkt naar een groot schilderij dat een laatste streep daglicht opvangt. Een opgeblazen vrouwenpop, een Nana in gescheurd ondergoed met de benen wijd ligt half uitgestrekt op een sofa. Ze leunt met een arm tegen een tafeltje. Ready to go is de titel. Menno glimlacht. Grote schaamlippen nodigen uit tot een bezoek. Hij draait een halve slag en kijkt naar een ander schilderij, precies even groot dat hem eerder was opgevallen. Met minder licht krijgt het iets spannends. Het stelt een point of view voor vanuit Nana’s vagina: kleine Nana-tjes buitelen in het rond, in een mallotig absurde kermis: Looking for love.
‘Je moet vooral ons zwembad niet vergeten.’
Menno draait zich om en schuift aan op Jane’s uitnodigend gebaar.
‘Kijk Jane, zodra water in mijn neus komt raak ik in paniek. Ik denk vanzelf geen adem meer te kunnen halen.’
‘Je gaat niet zeggen dat je nooit zwemt?’
‘Jouw lieve vriendje van vroeger was zo vriendelijk mijn hoofd onder de kraan te drukken wanneer ik lastig was…… lastig in zijn ogen of in die van onze moeder. ’
Ze kijkt hem met grote ogen aan. Nodigt hem uit iets te eten.
‘De waterstraal spoot mijn neus in … mijn oren, ik dacht dat ik stikte.’
Haar ogen worden groter.
‘Je herinnert je dat misschien nog wel. Proost.’
De blik van Jane beweegt onrustig over tafel. Ze schenkt wijn bij.
‘Wat je ….. Menno, ik ….nee..’, ze schudt het hoofd, ‘..dat verzin je. Richard zou dat nooit doen. Weet ik zeker. Dat .… komt ergens anders vandaan … heb je gedroomd of …. misschien een excuus omdat je niet kunt zwemmen?’
Opnieuw draait ze met haar vinger over de rand van het glas, dit keer sneller en een geluid blijft uit.

10

‘Ja hebbes. Deze foto ga ik vanavond gebruiken.‘
De foto met beeldvullend het gezicht van zijn broer houdt hij omhoog. Natuurlijk ontkende Jane dat ze samen iets hadden. En ….ach, wat maakt het eigenlijk uit. Achteraf had hij op die kerstavond inplaats van eindeloos leuteren over zichzelf en dronken worden beter belangrijke vragen aan haar kunnen stellen. Over zijn vader bij voorbeeld.

Menno zit in een fauteuil en drinkt whiskey. Voor zijn neus verschijnt een plankje met kaasblokjes. Zijn ogen kijken in de spleet tussen haar borsten. Er hangt daar een kleine groene steen aan een zilveren ketting.
‘Prachtig he? Deze edelsteen gaf Richard me cadeau bij ons vertrek.’
Hij kijkt weg naar een Nanna op het schilderij. In zijn fantasie rukt hij de halsband van Jane’s nek en slingert die de tuin in. Het irriteert hem dat in de kerstboom teveel ballen hangen. En de piek op de top staat scheef.
‘Het is me opgevallen dat jullie kunstminnaars zijn’, zegt hij beheerst.
‘Die twee schilderijen kochten we lang geleden op een tentoonstelling. Prachtig die barende vrouw die zichzelf op het andere doek ter wereld brengt? In veelvoud zelfs. Ze horen echt bij elkaar vind je niet?’
‘Binnen blijven‘, mijn titel.’
Na een korte stilte schieten beide in de lach. Hij krijgt zin de handen om haar nek te leggen en alles wat zij weet over vroeger, over zijn vader uit haar te knijpen. Zij bevrijdt zich waarna ze samen al worstelend tegen de kerstboom vallen en zij haar jurk scheurt. Boom valt om, plof…. op de prikkende stekels.
‘Volgens mij Menno draait alles bij jou om een spanningsveld van verbondenheid. Kort gezegd: je hebt een verbroken verbinding met jezelf.’
Hij grijpt met enige moeite naar zijn glas.
‘Laat me het uitleggen. Verbroken betekent dat je gevoel is afgesloten van binnen uit. Dat merk je zelf niet op. Het komt door de ontstane verharding zie je. Je leeft als het ware voortdurend vanuit de wil van iemand anders. Jij moet oude kettingen loslaten en verbindingen opnieuw opstarten want ……’
Het duizelt hem. Aantekeningen maken? Verbonden, verbroken verbindingen, opnieuw verbinden, ketting…..…opstarten?
‘Transformeren is het beste woord.’
Ze vindt zich een autoriteit in oncontroleerbare zaken. Maar de wil van een ander ………..dat klinkt vertrouwd. Praat ik soms nu vanuit haar wil: je moet dit…. oh ja? …moet ik dat? Hij ziet haar onderzoekende blik. Nu iets verkeerds over Richard zeggen en ze gaat mij ketenen. Onder haar jurk bungelen als kerstklokjes, de handboeien. Hij staart naar de scheve piek. Waarom kreeg hij die niet recht? Telkens zakt de punt scheef in een andere richting.
Hij hoort de ketting op de salontafel.
‘Kijk es hoe prachtig die steen is.’
Onafgebroken is zijn blik ineens gericht op het snoer met de steen op de tafel.
Die ketting wil hij naar buiten slingeren onder luid geschreeuw en de eerste de beste automobilist vragen over halsband en steen te rijden. Gruis maken! Rustig. Vrede en welbehagen. Beeldvullend verschijnt de jurk van Jane in een keer voor hem.
‘Als het het waar is wat je zegt…….ik kan het nog steeds niet geloven maar….als het echt waar is…dan….moet Richard heel diep in jou zitten. Op heel vreselijke manier bewaar je hem. Al heel lang.
Hij draait zijn hoofd weg en kijkt naar het schilderij waar de Nana’s de kamer in komen zweven.
‘Schudt hem van je af Menno. Zorg dat je uit de slachtofferrol komt.’

11

Een half uur voor de uitzending loopt Menno in de gang van het omroepcomplex richting kantine. Hij voelt zich stevig in zijn schoenen staan. Die oude hobby komt goed van pas. De truc voor vanavond heeft hij in de kleedkamer voor de spiegel kunnen repeteren.
Aan een tafeltje, achter een kop koffie zit Richard. Ze kijken elkaar op afstand een kort moment aan. De bekende grijns op het gezicht van zijn broer verschijnt. Met een draaiboek in de hand loopt hij losjes naar hem toe.
‘Grappig dat Chris vanmiddag langskwam.’
‘Oh. Hee. Hij is dus toch…… grappig ja.’
Menno buigt zich voorover en fluistert:
‘We zien elkaar vanavond voor het eerst. O.k.?’
‘Oh. Ja. Verstandig, ja ja.’
Bij de make-up neemt hij in gedachten de afspraak met de editor nog een keer door. De man deed niet moeilijk over het omzeilen van de eindredacteur. In de spiegel ziet hij de regisseur kordaat de kamer inlopen en op hem wijzen.
‘Jullie dragen allebei een licht colbert. Trek jij iets donkers aan Menno anders contrasteer je in beeld niet voldoende met je gast. Verder wens ik je succes bij je eerste optreden.’
In de kleedkamer trekt hij het reserve colbert aan zoals de producer hem was verzocht mee te nemen. Altijd reservekleding bij elke voorstelling.


Hij schraapt zijn keel voor de show. Zondagochtend in de tuin. Mooi weer. Niemand verder thuis. Richard kijkt verbaasd naar de uitstalling.
‘Ik doe een goocheltruc ……. speciaal voor jou. Het duurt niet lang.’
Zijn stem klinkt een schor en onnatuurlijk hoog.
‘Een goocheltruc? Als het niet lang duurt, o.k.’
Met de blinddoek om draait Richard hem op zijn verzoek een paar keer rond en trekt de doek nog strakker aan. Menno wil het uitschreeuwen van pijn maar houdt de kaken stijf op elkaar.
‘Doe je hemd uit dan kan ik zien of je iets aan de armen of op het lichaam verbergt.’
‘Zal ik mijn broek ook uittrekken?’
‘Nee, dat is niet nodig, ik kom er zo wel achter’, klinkt het zelfverzekerd.
Op het moment dat het tijd is de kleur van de gekozen kaart te noemen trillen Menno’s benen onnatuurlijk hevig.
‘Geel!’
In een keer rukt hij de blinddoek van het hoofd en ziet de gele kaart uit de envelop komen. In een flits vangt hij een glimp van het stomverbaasde gezicht van zijn broer op.
Na een lange stilte volgt het commando:
‘Nog een keer!’
Hij denkt razendsnel na. De truc is eindeloos herhaalbaar maar het is nooit verstandig een nummer direct opnieuw te vertonen. Op tafel brengt de pen hem op een idee.
‘O.k. Nog een keer. Zet voor de zekerheid je handtekening op de kaart die je kiest.’
Het is even stil.
‘Nee nee, wacht even…..niet opnieuw. Eigenlijk is dit hele gedoe nogal flauw.’
Menno krijgt blinddoek, mapjes en kaarten in zijn handen gedrukt.
‘Ik weet iets beters. Je gaat me vertellen hoe het werkt.’
Met deze dreiging heeft hij geen rekening gehouden.
‘Vertel. Vertel op!!’
Wat hij ook doet, al martelt hij me tot ik dood ben, ik vertel het geheim niet, nooit, never!! Met alle spullen rent hij naar zijn kamer. Vlak voor zijn kamerdeur glijden kaarten en mapjes uit de doek. Binnen draait hij bevend de sleutel om.
‘Als echte goochelaar kun je kapotte dingen natuurlijk heel maken.’
Met de blinddoek veegt hij het zweet van zijn voorhoofd. Even later opent hij voorzichtig de deur en ziet snippers van verscheurde enveloppen en kaarten, verspreid over de grond.

In de kleedkamer hoort Menno de oproep voor de studio. Hij kijkt in de spiegel en denkt aan dat moment in de tuin, toen Richard er verslagen bijstond. Die wraakneming was gelukt maar hoe diep had het hem geraakt?.

12

De fraude met de scripties op de vele scholen is het laatste onderwerp in de live uitzending. Zwijgend kijken ze naar de beelden op de monitor. Menno stelt rustig de eerste vraag van het lijstje dat de eindredacteur hem heeft gegeven.
‘Hoe heeft het zover kunnen komen?’
Precies volgens verwachting rollen gladde voorspelbare antwoorden uit de mond van zijn broer alsof hij de vragenlijst van te voren van de eindredacteur had gekregen. Hem onderbreken doet Menno niet, knikt nu en dan terwijl hij de studioklok in de gaten houdt. Richard moet zich weer superieur voelen.
Zodra de afgesproken tijd met de editor aanbreekt begint hij met de uitvoering van zijn plan.
‘Hoe voelt dat schuldig te zijn door al deze interne corruptie en frauduleuze handelingen? U bent verantwoordelijk.’
De directeur is voor alle kijkers duidelijk verrast door de vraag. Menno laat de pasfoto zien in de palm van een hand. Daarna verscheurt hij de foto terwijl hij de vraag over schuld kort herhaalt en zijn broer onafgebroken in de ogen blijft kijken. De snippers propt hij in een vuist, brengt de handen samen en opent beide. Ze zijn leeg. In zijn oor klinkt de stem van de eindredacteur die aandringt dat hij zich aan de vragenlijst houdt.
‘Hebt u op dit moment een schuldgevoel?’
‘Schuld? Nu nog?’
In zijn oor hoort Menno voor de derde keer de eindredacteur hem dwingend toespreken. Op het gezicht van Richard verschijnt plotseling een grijns.
‘We zijn allemaal op zijn tijd schuldig. Zowel iemand die een ander misleidt als de ander die zich laat misleiden. Zowel leugenaars als goedgelovigen. Zowel directeuren als journalisten. Van fouten leren wij. Of niet natuurlijk.’
Menno knikt licht, bedankt hem voor het interview. Slotmuziek klinkt. Spots dimmen, het werklicht in de studio floept aan.
Zonder iets te zeggen staat Richard op, drukt zich tegen Menno aan en sist:
‘Kijk je zakken na. Je moet niet denken dat jij de enige bent die trucjes uithaalt’, waarna hij zich omdraait en de eindredacteur tegemoet loopt. Het tweetal schudt de handen en verlaat de studio.
Menno blijft alleen achter en onderzoekt grondig alle zakken maar vindt niets.
In de auto naar huis volgt de ontlading. Ondanks de kritiek van de eindredacteur heeft hij een tevreden gevoel over zijn eerste optreden, blij dat niemand iets gezien heeft van zijn manipulatie. Hoezo zakken nakijken?
Het zou leuk zijn wanneer hij in de auto en thuis zijn hoofd pijnigt, hoe ik zijn foto liet verdwijnen. Dat hij zich afvraagt: waar is mijn hoofd gebleven? Haha. Het zou de eerste keer zijn dat hij misschien over hem nadenkt.
Thuis voor de kast met kleren voelt hij in de zakken van het lichte colbertje. Verrassend verschijnt een envelop. Hij scheurt hem open en ziet iets blauws. Verbaasd haalt hij een puzzelstuk en een velletje papier tevoorschijn. De opdracht kwam van moeder. Ik deed het met tegenzin. Sorry.

Joop Brussee

april 2026

OVERZICHT


Ontdek meer van joopbrussee.com

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.