kille rilling
Andy ziet in haar ogen dat ze denkt: weer geen bloemen. Sinds de opmerking op een dag na mijn dood heeft het geen zin meer krijgt hij telkens bij de bloemenstal op weg naar zijn moeder een weerzin te stoppen.

In de flat zit hij aan tafel en kijkt naar een familiefoto waarop zijn moeder met man en twee kinderen staan. Toen was ik gelukkig zegt ze altijd. Na het overlijden van deze glimlachende man kwam zijn vader in beeld.
Zoals bij elk bezoek wil hij zo snel mogelijk weg. Ze vraagt wat hij wil drinken. Hij pakt de bovenste van een stapel kranten. Het bladeren geeft hem iets te doen. Leidt af van nieuwe verhalen over de familie. Wat hij leest dringt nauwelijks tot hem door.
Een vraag over zijn leven heeft ze nog nooit gesteld. Zoals verschijnt ineens een kop thee in zijn buurt.
‘Ik doe mee aan een bijzonder project.’
Rustig loopt ze naar haar stoel.
‘James, een vroegere toneelleraar heeft subsidie gekregen om een environment in een oude leegstaande melkfabriek op te zetten. Hij heeft mij gevraagd mee te doen. Leuk he?’
Ze gaat zitten zonder hem aan te kijken.
‘Met voorstellingen en films. Hij is leider van een toneelgroep. Onderwerp: de dood.’
‘De dood?’
Ineens heeft ze belangstelling.
‘Een toneelstuk?’
‘Ja, nee; ja, dat ook. Van alles in die oude fabriek. Toneel in een zaal, maar ook een levend dodenspel, films, een begraafplaats en een zelfmoord ruimte.’
Haar ogen worden groter.
‘En dagelijks een verse dodenkrant waarin bezoekers kunnen schrijven. Ervaringen, gedachten, noem maar op. James gaf mij twee plekken om in te richten, een crematorium en een lijkenboetiek.’
‘Een wat……?’
‘Niet schrikken, allemaal speels bedoeld. Theater.’
Ze draait haar hoofd weg.
‘Hij wil het taboe rond de dood en de angst daarvoor doorbreken. Liever geen bloemen gaat het heten.’
Ze doet haar best niet in zijn richting te kijken. Dan, kalmer en half mompelend:
‘Speels over de dood zeg je?’
‘Ja.’
Hij merkt dat zijn ogen de foto van zijn moeder met man en kinderen weer opzoeken en automatisch draait zijn hoofd door naar het raam.
Samen met James loopt Andy in het centrum van de stad langs het water van een gracht. Het is een bewolkte dag aan het eind van de zomer. De fabriek achter de schouwburg staat al jaren leeg, is rijp voor de sloop. Een maand zal het environment plaatsvinden.
Voor de ophaalbrug staan ze stil, kijken naar de troosteloze grauwe gevel, naar de graffiti op de muur en de vele ingegooide ruitjes. De gemeente heeft nog steeds geen bestemming gevonden.
James stapt als eerste de brug op waar hij verroeste fietsen die de toegang blokkeren opzij zet. Andy denkt aan zijn moeder. Aan een uitnodiging. Komt ze? Hoe zal ze reageren? Bang? Thuis werden nooit gesprekken gevoerd laat staan over dood en doodgaan gesproken.
Met een hoop geknars beweegt een van de twee metalen deuren een tiental centimeters, om daarna in een keer door te schieten. Ze tuimelen naar binnen. Een grote stilte overvalt hen. Vreemd in het drukke centrum van de stad. Als bij de binnenkomst in een grote kerk.
Zwijgend, onder de indruk van de ruimte kijken ze rond. Scherven glas, flarden papier, hier en daar stukken stenen, kapotte deuren tegen een muur. Duidelijk al jaren vervallen, precies wat James zich voorstelde, waarop de gemeente blij was en graag subsidie verleende.
In de verte vallen Andy verkleurde en geschilderde tegels op, naast deels afgebrokkelde muren.
‘Het lijkt alsof het gebouw ervoor gemaakt is’, fluistert James.
Een week voor de opening slapen Andy bij hem. Stoned liggen ze te fantaseren.
‘Ik zie de happening voor me op de slotavond, een groots afscheid van liever geen bloemen. Een geweldige happening. Als in een grote kathedraal…….’
‘Bedoel je ……zoals …..?’
‘Als een rups zie ik een processie voor me; slingert door het hele gebouw. Brandende kaarsen, koorzang. De kist uit de lijkkoets gaat jouw crematorium in……’
‘Oh, dat… dat gaat mooi worden. Wat je zegt klinkt heel katholiek. Mijn gereformeerde vader draait zich om in zijn graf als hij dat hoort. Zijn zoon, toch geen vriendschap met een roomse man? En….slapen bij hem…..Een huwelijk van katholiek theater en gereformeerd hoorspel.’
Een slappe lach volgt. Nahikkend draait Andy zich op zijn zij, kijkt tegen een rug aan. Hij wil een arm om hem heen slaan. Aarzelt. Doet het niet.
Een dag na de opening belt Andy zijn moeder. Vertelt over zijn bijdrage aan de lijkenboetiek. Over opengeknipte armen en benen van gips die hij uit een container bij het ziekenhuis had gevist.
‘Die lichaamsdelen zorgen voor decoratie, lichten op door het black light.’
‘Oh. Ja. Het is jouw leven.’
Hij vindt het vreemd dat ze hem niets vraagt.
‘Dat crematorium is best lastig. Een hele constructie. Kom kijken als het klaar is!’
Een uur voor de afgesproken tijd zit Andy met Het Tibetaanse boek van leven en sterven bij de ingang naast een geparkeerde lijkkoets. Wat hij leest dringt niet tot hem door. Waarom denkt hij zo ontspannen over de dood? Door zijn mislukte poging ooit? Zijn broer die alle aandacht kreeg?
Zacht, onafgebroken klinkt op de achtergrond een dodenmars uit de lijkkist midden in het rijtuig. Regen is voorspeld op deze winderige herfstdag. De beide grote deuren van de oude fabriek staan wijd open. Bladeren fladderen nu en dan naar binnen.
Plotseling ziet hij zijn moeder aankomen. Ze is alleen. Hij zwaait, zet de stoel aan de kant. Hardop leest ze de tekst boven de ingang:
Het leven is de buitenkant van de dood.
‘Nu ga ik de binnenkant in’, zegt ze geforceerd vrolijk, ‘zonder bloemen.’
‘Bang?’, zegt Menno glimlachend en denkt aan zijn voorbereiding van dit bezoek. Eindelijk krijgt hij de gelegenheid haar vragen te stellen.
Samen passeren ze de lijkkoets.
In een korte galerij waar schilderijen hangen merkt Any op dat dit taferelen zijn waarin de dood op een of andere manier te zien is. Hij gaat haar voor langs het kerkhof. Op de grond liggen als grafstenen oude deuren.
Ze houdt in, buigt zich voorover om een tekst te lezen. Andy helpt:
‘Hier ligt Poot, hij is dood.’
Inplaats van een glimlach kijkt ze serieus.
‘Je vader……heb jij dat verzonnen?’
‘Nee, heeft niets met mijn vader te maken. Dit is een korte tekst van de dichter die hij tijdens zijn leven schreef, voor zijn eigen graf.’
Ze is al doorgelopen. Andy krijgt ineens een vermoeden over zijn vader.
‘Twee mannen heb ik overleefd’, mompelt ze. Haar mijmering verrast Andy en hij besluit de eerste van een serie voorgenomen vragen te stellen.
‘Waar ik al lang moeite mee heb ……. dat is … dat je niet op de begrafenis van mijn vader bent geweest…. waarom niet?’
Zonder te reageren loopt ze door.
Ineens ziet Andy zichzelf lopen, netjes achter zijn moeder en krijgt een rilling. Deze vrouw is voor hem een vreemde, een alledaagse bezoeker! Terwijl het zijn moeder is. Maar…hij voelt niets, geen band, geen verbondenheid, ….niets. Zou hij in het ziekenhuis verwisseld zijn? Hoewel…. aan een vreemde vrouw zou hij toch zonder problemen elke vraag kunnen stellen. Waarom heeft hij bij zijn eigen moeder daar zoveel moeite mee? Alsof hij een hoge horde moet springen.
‘Wat is dat daar?’, ze wijst schuin omhoog.
‘Dat is de lijkenboetiek!’
‘O ja, daar vertelde jij over. Van jou.’
Binnen geeft hij haar een ketting, waaraan een doodskopje bungelt.
‘Alsjeblieft. Als een herinnering aan… vandaag.’
Ze aarzelt. Dan zwaait ze er luchtig mee en stopt hem snel in haar handtas.
‘Leuk cadeau voor een van de kleinkinderen.’
Nog steeds denkt ze alleen maar over het leven van zijn broer.
Ze wandelen de zelfmoordruimte in, ooit kleedkamer voor het personeel. De rijen lockers staan op hun oude plaats, met kastjes vol deuken en roestplekken.
‘Is dit de garderobe?’
‘Nou nee, dit is de kamer van James. Alles naar zijn idee.’
‘Oh. Die heeft ….zelfmoord gepleegd of….?’
‘Nee, nee, deze ruimte heeft hij ingericht!’ Misschien vind ze het jammer dat mijn poging mislukte.
‘Achter elke deur bevindt zich een suggestie voor zelfdoding. Een foto, soms een miniatuur op de bovenste plank.
Ze verstart een moment.
‘Om iemand op een idee te brengen?’
Ze trekt met moeite een deur open die akelig knarst.
‘Nee.. ja, ik bedoel, het laat mogelijkheden zien…. wanneer je bij voorbeeld ….’
‘Nee maar! Dat is de locomotief van jouw broer!’
Andy drukt zich tegen haar aan om samen naar binnen te kijken. Ze doet direct een stap opzij.
‘Nee, nee. Dat is een speelgoedtrein van James, uit zijn jeugd.’
Een andere deur trekt Menno open en na een uitnodigend gebaar kijkt ze voorzichtig naar binnen. De hele achterwand is bedekt met een grote foto van de zee. Nu, denkt hij.
‘Herinner je je nog die keer in de keuken? Het bloed dat de spoelbak instroomde……..’
‘Nee’, klinkt het, een mes snijdt zijn praten af.
Ze draait weg van de kastenwand en kijkt naar de plek waar bezoekers iets kunnen schrijven voor de volgende Dodenkrant die de volgende dag wordt uitgebracht.
‘Ik bedank voor nog meer suggesties. Is hier ook ergens iets te drinken?’
Zwijgend knikt Andy richting theehuis door James melkweg gedoopt. Hij pakt een krant en neemt zich voor beter te letten op de timing bij een vraag. Ze mag hem geen kans geven de mond te snoeren of een vraag ontwijken zoals gewoonlijk.
‘Je …hebt zo vaak gezegd dat ik op mijn vader lijk. Altijd klinkt dat negatief. Wat was hij nou? Een vrouwenhater? Een moordenaar? Een pooier? Hield hij van mannen?’
Geforceerd vriendelijk hoort hij zichzelf de vragen stellen.
‘Hoe ..kom.. je daar nu ineens bij?’
Hij weet niet zo snel te reageren. Zwijgend lopen ze de melkweg binnen.
Tegenover elkaar in grote kussens, bedekt met Perzische tapijten is het wachten op thee. Andy glimlacht. Het is moeilijk uit de grote zachte kussens op te staan. Hij kan blijven zwijgen en net zo lang wachten tot ze fatsoenlijk antwoord geeft op een vraag.
Zonder begin of eind vult de gamelan muziek de ruimte. Kalm vertelt hij over de Dodenkrant van de vorige dag en legt er een op haar schoot.
‘Neem mee. Mensen schrijven van alles. Een bezoeker heeft als kind een moeder gehad die hem liever niet had zien komen……..’
‘Die thee smaakt lekker.’
‘Ja. Ik heb in dit nummer ook iets geschreven. Verlangen heet het.’
Na een korte pauze vervolgt hij, ‘over de dood van mijn vader……dat mijn moeder niet op zijn begrafenis is geweest….dat ik dat niet begrijp en nog steeds niet weet waarom niet.’
Zwijgend kijkt ze rond en heeft ineens veel belangstelling voor nieuwe bezoekers. Andy denkt aan een van de weinige foto’s van zijn vader. In vrouwenkleren op een feestje. Of…. zou dat zijn vader niet zijn geweest? Eigenlijk weet ik niets van hem.
‘Jij hebt meegeholpen aan de inrichting van deze theetuin?’
‘Met suggesties. Ik had het druk met die lijkenboetiek en dat crematorium.’
Ze blaast in de thee.
‘Gisteren schreef iemand over gebrek aan moederliefde. Over een moeder die nogal onmenselijk een kind opvoedt zonder het aan te raken waardoor ……….’
‘Ik begreep niets van je vader. Dat heb ik je zo vaak verteld.’
‘Is dat echt alles…..? Was hij misschien een travestiet?’
‘Nee, het was …. een man die….nou ja ……moeilijk.’
‘Dus als ik een vraag stel ben ik ook moeilijk?’
Ze grabbelt in haar handtas.
‘Dat crematorium is hier vlak bij?’
‘Ja.’
Hij vertelt graag over de totstandkoming en denkt: wanneer ze daar binnen is komte ze tot rust. Dan de belangrijkste vraag.
Zodra ze op de plank ligt sluit ze de ogen. Andy schuift haar door het gat in de muur en rent daarna snel om een muur naar de achterzijde. De assistent die bezoekers in een ruimte in rood licht opwacht knikt. Andy neemt het over.
Zijn moeder stapt glimlachend van de plank.
‘Even schrikken, maar ik moet zeggen: heerlijk warm! O,h…. dat komt door die twee straalkachels!’
De opgestoken hand om haar bij het opstaan te helpen wimpelt ze weg, schudt met het hoofd. Voor de folders aan de muur over crematie heeft ze geen belangstelling. Geen interesse ook voor andere ruimten. Ze zegt voldoende meegemaakt te hebben.
Teleurgesteld loopt Andy naast haar richting uitgang. Bij de lijkkoets zien ze dat het buiten is gaan regenen.
Hij nodigt haar uit op de bok. Boven trekt ze haar rok naar zich toe en schuift iets opzij.
In een flits ziet hij weer de foto op de muur van haar met de eerste man en zijn broer. Hij schraapt zijn keel.
‘Wat ik je al lang….….’
Zijn stem wordt schor en zijn keel lijkt dicht. Uit een ooghoek ziet hij dat ze weer eens grabbelt in haar tas. Na een paar keer slikken en een diepe zucht, klinkt het zacht:
‘Ik wil ..vragen …. was je blij dat ik geboren werd?’
Ze kijken beide recht vooruit. Er valt een lange stilte.
‘Is het daarom ……. dat je me nooit …….. ?’
Hij wil over liefde beginnen, over zijn verlangen geknuffeld te worden. Alsof hij melaats was. Over zijn vader die hem als jongetje een keer liefdevol aanraakte en hij zijn hoofd tegen zijn borst drukte. Maar iets blokkert geluid uit zijn keel.
In stilte staren ze naar buiten, naar een gordijn van regen.
Twee meisjes verschijnen op de brug. Door de wind klapt de paraplu tussen hen in omhoog. Binnen passeren ze giebelend de koets.
Andy ziet zijn moeder vriendelijk knikken alsof ze als actrice onderdeel is van dit dodenhuis.
Buiten verschijnt haar transport. Hij wil helpen, springt van de bok.
‘Doe geen moeite, ik red me wel.’
In de deuropening haalt ze uit haar tas een paraplu.
‘Zal ik….’
‘Niet nodig. Die brug kom ik alleen wel over.’
Nu denkt Andy, nu…… vooruit! Durven!
‘Het is …..het is wachten op jouw dood……’
Zonder het hoofd naar hem toe te draaien klinkt het losjes:
‘Mijn dood? Denk je dat zoiets werkelijk verandering brengt?’
Ze duikt onder de uitgeklapte paraplu.
Verbijsterd staart Andy haar na. Ze was zelfs niet verrast. Waar ……. haar gevoel? Ze lijkt…..heeft ze?
Hij loopt langzaam richting lijkwagen, waar James staat.
‘Jouw moeder…?’
Andy knikt, staart naar de Dodenkrant die ongeopend op de bok ligt.
‘Oh. Is ze die vergeten? Ze kan niet ver zijn!’
Even aarzelt Andy. Dan schudt hij zijn hoofd. Steeds heftiger terwijl tranen vanzelf een weg naar buiten zoeken.

mei 2020
uit:
Lef
roerselen

Ontdek meer van joopbrussee.com
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.