novelle

1
Menno springt uit bed voordat de alarm afgaat. Hij heeft goede zin, het wordt een bijzondere dag. Vanavond presenteert hij als bureauredacteur voor de eerste keer hun actualiteiten programma. Het heeft even geduurd maar zijn geduld wordt beloond.
De ochtendkrant steekt uit de postbox. Hij slaat hem open en ziet de kop Grote fraude ontdekt bij een waterbouwkundig bedrijf. Vluchtig leest hij de tekst, zoekt naar de naam. Wanneer hij de lokatie ziet laat hij de krant langzaam zakken.
Dit is het bedrijf waar zijn broer werkt.
Op de provinciale weg van Amsterdam naar Hilversum is het in deze vakantietijd rustig. Het nieuwsbericht heeft zich stevig in zijn hoofd genesteld, het debuut van vanavond verdrongen. Zijn broer zit in de problemen. Hun achternamen verschillen, niemand op de redactie weet dat Richard als halfbroer van hem directeur is van dat bedrijf.
De laatste keer dat hij hem zag was op de begrafenis van hun moeder. Zijn afscheidswoorden klonken zakelijk. Het leek wel een toespraak voor aandeelhouders. Moeder noemde hij een domme vrouw. De lafaard.
Daarna heeft hij hem niet meer gezien. Aan contact geen behoefte. Wat heb je aan een broer die tien jaar ouder is, je vroeger pestte en gebruikte als slaaf? Die sadistisch gedrag kon botvieren. Hij moet hebben genoten van mijn doodsangst.
Voor een rood licht laat Menno stoppen. Hij trommelt met zijn vingers op het stuur.
Om die fraude kunnen we niet heen. Jammer dat ik uitgerekend vanavond presenteer. Hij troost zich met de gedachte dat een directeur zelf zelden of nooit komt opdraven voor een interview voor de televisie. Zeker bij een verdediging wijst hij iemand aan.
Menno kijkt naar het vredige landschap, naar de koeien in de wei. Vreemd, in zijn hele leven heeft hij nooit een gesprek met hem gevoerd. Zou het leeftijdsverschil een rol hebben gespeeld?
Het licht springt op groen. Achter hem klinkt een claxon.
Tijdens de redactievergadering staat het onderwerp bovenaan het lijstje. In deze komkommertijd is de fraude een aangenaam geschenk. De eindredacteur tempert de opwinding, benadrukt vooral het locale karakter ervan.
‘Klein houden. Geen reden deze affaire onnodig op te blazen.’
De afspraak is dat een collega van Menno contact opneemt met het bedrijf en een woordvoerder in de studio uitnodigt. Een korte film met historische beelden zal aan het gesprek voorafgaan. Een bureauredacteur monteert deze filmische inleiding met stock materiaal.
Achter zijn bureau denkt Menno aan wat de chef zei. Het klonk bijna gecontroleerd kritisch. Zou hij in dat bedrijf vriendjes hebben? Aandelen? Richard kennen? Politieke opdracht? Misschien wil hij bescherming, ons land is een groot dorp, je komt elkaar al snel ergens tegen.
De manier waarop zij deze zaak journalistiek behandelen is mogelijk een testcase voor de toekomst bij grotere misstanden. Hoe kapsel je vuile was in wanneer belangen groot zijn?
Hoe dan ook, hij wil duidelijk dat de kijkers het spel met smeergelden zo snel mogelijk vergeten door het onderwerp te behandelen als een storm in een glas water. Ik ben benieuwd naar het vragenlijstje van hem. Zeker lokaal niet koppelen aan nationaal, laat staan internationaal.
2
Vandaag ga ik de wereld afmaken. Menno legt zijn pen neer, gaat rechtop zitten en doet zijn armen over elkaar. Niet meer schrijven anders verklapt hij zijn geheim.
Een streep zonlicht loopt dwars over zijn schrift. In het klaslokaal zijn de gordijnen dichtgeschoven maar niet gesloten. Kan dat wel, een opstel schrijven dat bestaat uit zes woorden. Dat heeft nog nooit iemand in de klas gedaan. Maar de meester zei dat je vandaag mag schrijven wat je wilt. Zelfs een titel bedenken…..oei, ik ben een titel vergeten. Hij kijkt om zich heen, sommigen hebben hun pen in de hand of in hun mond. De meesten schrijven.
Zijn blik zoekt de meester die naar de rij bij de deur loopt. Een titel moet ik nog…… Boven de zin? Daar is geen ruimte, dat ziet er slordig uit. Hij pakt zijn pen, hoort de meester af en toe zacht praten.
Hij doet of hij nadenkt en pakt zijn pen weer op. Schuin achter zich klinkt het geluid van krakende schoenen. Hij buigt voorover, bijt op de pen. Het is weer stil. Plotseling verschijnt het hoofd van de meester vlak naast hem en fluistert:
‘Wat een lange titel Menno.’
‘Mmnn….’
Niets zeggen anders komen meer vragen. Rustig wachten tot het hoofd verdwijnt. De pen trekt hij zijn mond en drukt de lippen stijf op elkaar.
‘Klinkt spannend.’
Hij popelt iets te over het geheim te beginnen, over de moeilijke puzzel die bijna af is. Gelukkig. Het hoofd verdwijnt, de meester loopt verder. Opgelucht draait hij zijn hoofd naar het raam, ziet de gordijnen bewegen.
Zodra Menno op straat is rent hij naar huis. De zon schijnt iets minder fel als in de ochtend, het is een beetje benauwd. Een paar keer houdt hij in om op adem te komen en veegt het zweet van zijn gezicht, de laatste keer op de top van een steil oplopende brug. Zijn hemd plakt aan het lichaam. Hij snuift kort onder zijn oksel en kijkt naar het water van de gracht. Het is donkerrood, dat betekent dat ze vandaag in de wolfabriek de dekens rood verven. Richard heeft over de stank in de krant geschreven.
Hij holt de brug af. Trilt wanneer hij de huissleutel uit zijn zak haalt. In de gang ziet hij de deur van de huiskamer op een kier staan.
‘Ik ben nog even op mijn kamer, kom straks eten!’
Voor mamma is dat nooit een probleem. Later liggen boterhammen klaar met een glas melk. Of alles staat in de keuken.
Boven in de badkamer schopt hij de schoenen uit, pakt een handdoek van een stapel en wrijft zich vluchtig af. Met een sleutel opent hij de kast naast het bed. Daar komt een doos uit waarop omgekeerd een deksel ligt. De wereldkaart!
Elke dag wist hij een paar stukken te vinden die op hun plaats gingen. De oceaan met al dat blauw was het moeilijks. Mamma zal versteld staan!
In de verte klinkt gerommel in de lucht. Hij hoort door het openstaande raam naar de tuin het gekraak van takken en geruis van bladeren.
‘Menno, wil je beneden komen, het eten staat op tafel?!’, klinkt de stem van zijn moeder in de verte.
Ze moet even geduld hebben. Zo lang duurt het niet meer. Later trek ik de handdoek in een keer van de deksel. Kort rilt hij bij het vooruitzicht. Ze is natuurlijk vergeten dat hij die puzzel heeft gekregen voor zijn verjaardag.
Opnieuw hoort hij zijn naam roepen, maar …dat is Richards stem! Dat kan niet, die studeert, die is niet thuis. Opeens ziet hij in het gat een aansluiting.
‘Bijna!!!’, brult hij enthousiast.
Zijn lichaam maakt schokkende bewegingen. Hij draait en schuift een van de laatste stukken in de opening, wil dit vastdrukken maar dat lukt niet. Twee handen verschijnen en tillen hem omhoog.
‘Nee, nee, niet doen, ik kom, ik kom heus wel!’
Alles begint om hem heen te draaien. Zijn voeten glijden over de drempel van zijn kamer, slepen naar het trapgat. Wild schopt hij naar alle kanten tegen muur en trapleuning. Hij weet wat gaat gebeuren.
3
Achter zijn bureau kan Menno zich moeilijk concentreren. Telkens dwalen zijn gedachten af en komen herinneringen naar boven met zijn broer. Goddank, niemand in zijn buurt zal daarover een vraag stellen. Daarbij is het uitgesloten dat hij als directeur zelf naar de studio komt. Dus waar maakt hij zich druk over?
Misschien is het interessant om uit te zoeken of de eindredacteur connecties heeft met dat bedrijf. Hoewel …. waarom al die moeite? Niet overal iets achter zoeken. Denk aan jezelf, aan vanavond, je eerste verschijning op televisie.
Hij draait zijn stoel een kwartslag en kijkt naar collega’s achter hun beeldschermen. De meesten zijn getrouwd, hebben kinderen en een huis met een flinke hypotheek. Ze stemmen de laatste tijd soepel in met bijna alles wat de eindredacteur wil of wat hij naar voren schuift. Terwijl dat gedrag niet past bij een journalist. Die hoort kritisch te zijn zoals hij heeft geleerd. Vaak staat hij alleen. Maar als presentator krijgt hij vanaf vandaag meer macht. Tijdens een live uitzending een kritische vraag stellen!
De regisseur komt het vertrek binnen en loopt direct op Menno af.
‘Nerveus?’
Hij glimlacht.
‘Hoe kom je daarbij!’
Hij doet zijn best rustig naar de man te luisteren die praat over automatische camera’s in de studio en hoe dat verschilt met vroeger. Dat menselijke aanwezigheid in de studio niet meer nodig is.
‘Ja, dat is mij bekend. Wat betekent dat nog iets speciaals voor mij?’
‘Voor jou? Wennen aan eenzaamheid in stilte achter de desk.’
‘Fantastisch. Eindelijk intiem met een gast.’
Samen lachen ze hartelijk.
4
De taxi vanaf het vliegveld rijdt door een droog gebied met eucalyptusbomen en stopt later in de stad voor een groen talud. Samen met Jane de kerstdagen doorbrengen, ver van huis. Eindelijk meer informatie horen over zijn vader. In een donkergrijze muur ziet Menno een poort. Zowel hor- als huisdeur zijn dicht maar niet op slot.
Hij roept een paar keer de naam van zijn nicht en wandelt intussen naar binnen. Een half overdekt zwembad verschijnt. Aan de overkant klimt een slanke vrouw uit het water. Ze wuift licht, droogt zich vluchtig af en loopt direct naar hem toe.
‘Welkom in Melbourne! Neef uit de oude wereld!’
Ze omhelst hem terwijl ze de handdoek wat onhandig tussen hen ophoudt.
‘Jij bent het ….echt …ja precies nog de foto… Jane!’
‘Sure! Wil je soms ook?’
Uitnodigend wijst ze naar het licht golvende water, hemelsblauw door de kleur van de betegeling. Direct schudt hij het hoofd.
‘Het is niet echt diep dus…. als je maar niet duikt!’
‘Nee, nee! Misschien zitten er gevaarlijke vissen in. Haaien?’
Ze lacht uitbundig, vertelt dat haar man dit bad heeft ontworpen als onderdeel van het hele huis. Na een knipoog loopt ze weg. Roept hem na:
‘Zoek voor jezelf alvast een kamer Menno!’
Met een fles bier in de hand kijkt hij vanaf het besloten terras de tuin in en bewondert de prachtig gesnoeide struiken en kleurrijke bloemen. Dunne wolken met lange strepen kondigen de zonsondergang aan. Het is warm en windstil.
Vanuit de kamer hoort hij geluiden. Jane dekt de tafel, zet daarop diverse schalen rond kandelaars waarin lange witte kaarsen prijken.
‘Prachtig Jane! Wat een assortiment. Een Australische rijsttafel op kerstdag.. Wat een ontvangst!’
Hij blijft in de deuropening staan. Jane glimlacht dankbaar.
Niet veel later zitten ze schuin tegenover elkaar aan de ronde tafel, beide met uitzicht op de tuin. Jane draait een vinger over de rand van haar wijnglas, op zoek naar een toon.
‘Dat deden we vroeger altijd op kerstmis en oudjaar.’
‘Ja! Grappig, wij ook.’
Ze proosten. Zij op zijn komst, hij op haar ontvangst.
Jane vertelt over de mis op kerstavond.
‘Een tjokvolle kerk. De preek is elk jaar ongeveer hetzelfde moet ik eerlijk zeggen.’
‘Samengevat?’
‘Liefde. Alleen liefde kan mensen tot elkaar brengen.’
Menno glimlacht.
‘Een open deur als mis. Jij bent een diep gelovig mens Jane, jij brengt die liefde als zodanig dagelijks in de praktijk.’
Ze knikt licht terwijl ze lucifers zoekt om de kaarsen aan te steken.
’Hoe ga jij Menno…. als ongelovige dacht ik…. met liefde om?’
Ze overvalt hem. Hij had zich voorgenomen de conversatie tijdens het diner licht te houden en kiest voor zwijgen.
Wanneer de kaarsen branden beweegt Jane opnieuw een vinger over de rand van haar glas.
‘Nou…..?’
‘Jane, je bent een geweldige gastvrouw. Het ziet er zo heerlijk feestelijk uit!’
Ze dringt niet aan, geeft enthousiast een korte uitleg bij elke schaal.
Tijdens het eten zegt ze ineens:
‘Begrijp me niet verkeerd, maar ik vermoed dat jij niet van mensen houdt….’
Verbaasd kijkt Menno haar aan, zoekt zijn glas en maakt zijn mond leeg.
‘Hoe kom je ……dat ik niet van mensen hou?’
‘Sorry’, ze schudt het hoofd, richt haar aandacht volledig op de kaarsen.
Een fractie van een seconde hadden ze oogcontact, zag hij haar grote blauwe ogen. Ze leken wel vroeg vuurwerk. Alsof ze zei: als ongelovige heb je geen hart voor andere mensen. Of…?
‘Jammer dat je zo snel weer vertrekt.’
5
Veel te vroeg komt Menno aan bij de edit suite waar de collega het filmpje monteert. Hij besluit alvast de tekst voor te bereiden die hij later onder de beelden zal inspreken.
Plotseling rinkelt de telefoon. De hoorn wordt hem direct aangereikt. Aan de balie staat een man die naar Menno vraagt.
‘Hoe zeg je… Chris?’
Een lampje gaat niet direct branden. Dan, ineens krijgt hij een vermoeden.
‘Jaja, ik kom direct!’
Chris, de boezemvriend van Richard! Ik moet er niet aan denken…..
Terwijl hij naar de hal loopt is hij ervan overtuigd dat dit geen toeval is. Op afstand herkent hem hem. Menno stel voor naar buiten te gaan en besluit op een veilige plek met hem te praten.
Binnen in zijn auto is het snikheet. Hij start de motor en zet de airco aan.
‘Je zult verbaasd zijn, na zo’n lange tijd. Zo onverwacht.’
‘Nogal ja.’
Hij doet zijn best deze plotselinge verschijning te plaatsen.
‘Fijn dat je tijd hebt. Vlak voor een uitzending is het natuurlijk druk bij jullie. Ik las dat jij de nieuwe presentator wordt van de nieuwsshow.’
Menno knikt en glimlacht krampachtig.
‘Aan jou, de presentator van vanavond wil ik iets vragen.’
‘Ga je gang.’
Chris wijdt uit over Richard’s leven. Over een moeilijke periode van zijn vriend. Menno voelt zich ongemakkelijk. Hij wordt gedwongen te luisteren naar een verhaal dat hem totaal niet interesseert.
‘Je vraag …..?’
‘Wil je vanavond daarmee rekening houden?!’
Rekening houden….ik? Zijn hart begint sneller te kloppen. Chris vervolgt kalm:
‘Het zal zijn zorgvuldig opgebouwde leven verwoesten wanneer hij niet goed uit dat interview komt…’
Even is Menno volledig in de war. Hij draait het hoofd weg.
Waar heeft die man het over? En hoe komt hij erbij dat grote broer vanavond in de studio zit?
Dan begint zijn hart nog sneller te kloppen. Richard zal … nee…. hoewel… als het voor hem zeker is dat ik het gesprek voer….. Richard gaat ervan uit dat hij optimale controle heeft vanwege een patroon van vroeger. Ik zal nooit durven door te vragen……..
‘Onzin van mij Menno om hier naartoe te komen…. je weet net zo goed als ik dat hij jou als oudere broer e baas is. De sterkere. De winnaar. Wees verstandig jongen, denk aan je toekomst.’
Het portier slaat dicht.
Ik tap in een slim opgezette val….krijg een portie intimidatie cadeau!
Met beide vuisten slaat hij hard op het stuur.
6
‘Nee, nee, niet doen, ik kom, ik kom heus wel!
Losrukken lukt niet.
‘Help!!!!!….. !!nee!…….NEE!’
Zijn gespartel en gegil hebben totaal geen effect. In de keuken hoort Menno een krachtige straal water in de gootsteen spuiten.
‘Niet weer, nee, neeeeee!!!!’
Het volgende moment voelt hij water in zijn gezicht, zijn oor. Hij rukt en trekt om onder de straal uit te komen maar telkens wordt zijn hoofd verder naar beneden gedrukt. Water vult de neusgaten. Zijn schreeuwen smoort en hij hapt naar lucht.
‘Ik stik!……..nee!!….ik stik……st….!!!!!
Beide ogen knijpt hij stijf dicht. Lucht!…… LUCHT!!!
Hijgend als een gek staat Menno tegen het aanrecht gedrukt.
Langzaam komt hij op adem.
Mamma was erbij, dat weet ik zeker. Niks heeft ze gedaan. Ze liet hem ………. ze vond het goed. Ze willen mij verdrinken.
Waggelend loopt hij de tuin in op weg naar zijn schommel.
Vanachter de schutting klinkt een bekend geluid.
‘Oe-ei-weit.’
Hij schrikt. Kees!’
‘Oe-ei-weit’
Waarom kan ik niet….? Het lijkt of zijn keel dicht zit.
‘Oe-ei-weit!’, klinkt het voor de derde keer.
Snel pakt hij de trap van de grond, klapt hem uit en zet hem tegen de schutting.
Even later zien de twee jongens elkaar over de rand.
‘Weet je hoe ze in China vroeger mensen dood maakten?’ vraagt Kees.
‘Nee…. hoe dan?’ klinkt het zacht en schor uit Menno’s mond.
‘Met kleine pijltjes. Mijn vader vertelde over moorden die een rechter oplost, lang geleden, voordat Jesus werd geboren. Dat heeft hij uit een boek.’
Kees begint zachter te praten alsof hij een geheim vertelt.
‘Die pijltjes schieten ze door lange dunne buisjes die ze eerst op mensen richten.’
‘Zoals ……. plastic buizen?’
‘Nee, veel dunner.’
Duim en wijsvinger brengt hij heel dicht bij elkaar.
‘Zo….. wat voor pijlen zijn dat?’
‘Niet van papier, maar uit hout gesneden, heel sterk……en met een scherpe punt.’
‘Jeetje. Zo’n klein pijltje …. kan dat iemand doodmaken?’
‘Ja, want ze deden gif op die punt en als die dan een lichaam ingaat…. kijk zo ….. dan gaat iemand heel langzaam dood; niet direct.’
’Oh. Zie je niet zo gauw, zo’n klein pijltje.’
’Nee, en je hoort ook geen knal zoals uit een pistool.’
‘Geen bloed …. van een mes of een dolk……….’
Kees knikt. Menno ziet het voor zich.
‘Ik heb nog nooit zo’n dun buisje gezien, jij?’
‘Nee, maar ik heb er ook nooit naar gezocht.’
‘Nee, … ik ook niet.’
Een zusje van Kees komt vanuit het huis de tuin inrennen. Ze stopt bij de trap en eist dat haar oudere broertje naar beneden komt en meegaat naar binnen. Ze grijpt zich vast aan de trap.
Kees zegt niets meer. Zijn ogen bewegen naar de donkere wolken. Ineens haalt hij zijn schouders op en doet wat van hem gevraagd wordt.
Menno haalt de trap weg. Hij loopt langs de schommel, mompelt een Chinees buisje……..
Op een uitgeklapte ligstoel op het grasveld laat hij zich neerploffen.
In de lucht rommelt het opnieuw. Menno ziet dat zijn kat op het dak van de keuken sluip en verdwijnt onder de grote boom. Hij stelt zich voor dat het dier in de tuin van de buren springt.
Wacht eens even……. Ineens gaat hij rechtop zitten. De wc! De schuur grenst aan de wc en heeft aan de bovenkant een raampje, vlak onder de rand van het dak, aan de kant van de buren. Hij gaat rechtop zitten.
Als grote broer poept …. kan ik vanaf het dak voorover buigen….Richt de pijl op zijn nek! Niemand mag hem ziet. Niet vergeten gif op de punt …. Welk gif? Kees zei dat niet … maar dat staat natuurlijk in dat boek.
Via de tuin van de buren snel weg. Nog voordat zijn broer hem vermoordt kan hj het doen. Hij kijkt omhoog en ziet dat de hele lucht donker is. Niemand denkt aan mij, dat ik dat gedaan heb. Een kind vermoordt niet, dat doen alleen volwassen mensen.
Bang hoeft hij echt niet te zijn want niemand leest boeken over het oude China. Maar wacht even…moeder stond ook in de keuken!
7
Voor het inspreken van een tekst bij de film stapt hij de spreekcel in. Voor hem verschijnen beelden van Richard’s bedrijf. Gespannen wacht hij op de begintijd voor hem Ik weet zeker dat Richard komt nu hij de informatie van Chris krijgt gonst in zijn hoofd. Hij zal iets moeten bedenken waardoor hij boven dat patroon van vroeger weet uit te stijgen. Zijn hoofd is vreemd warm. Maar wat…..?
Wanneer het filmpje klaar is ziet Menno door de ruit van de suite de redacteur afscheid nemen waarna de technicus alle apparatuur uitzet. Deze editor schakelt vanavond ook hun uitzending. Menno herinnert zich het gesprek met de regisseur.
‘Het is toch zo dat niemand, maar dan ook echt niemand ziet wat er tijdens het interview op de tafel gebeurt?’
De editor kijkt hem verbaasd aan.
‘Hoezo?, zegt hij grinnikend, ‘ heb je nu al de zenuwen voor vanavond?’
‘Laat ik het anders zeggen. Gewoon, zeg maar een minuut alleen maar close ups op de monitors in de regiekamer?’
‘Dat is heel ongebruikelijk, dat weet je toch. Afspraak is dat ik altijd close ups klaarzet voor belangrijke vragen en antwoorden en een totaalshot stand by voor de zekerheid als overzicht.’
‘Ja natuurlijk. Sorry nee, mijn vraag is …… natuurlijk.’
‘Vooraf kunnen we wel iets afspreken. Het beste is dat kort te sluiten met de eindredacteur.’
‘Ja ja.’
Terug op de redactie loopt hij langs zijn bureau en vraagt of inmiddels bekend is wie van het bedrijf in de studio komt.
‘Oh, mogelijk de directeur.’
‘Zo’, reageert Menno, ‘is die nog niet gearresteerd?’
Verbaasde ogen kijken naar hem op.
‘Grapje. Het filmitem is af.’
Hij heeft een vaag idee voor een actie vanavond en dat ontspant hem. Iets met een foto……
8
In de flat van zijn moeder zit hij aan tafel en kijkt naar een familiefoto waarop zij met man en kind staat. Na het overlijden van deze glimlachende man kwam zijn vader in beeld.
Menno bladert in een krant die hij niet leest.
‘Ik doe mee aan een bijzonder project.’
‘Oh.’
Zijn moeder gaat tegenover hem zitten.
‘James, een vroegere toneelleraar heeft subsidie gekregen om een environment in een oude leegstaande melkfabriek op te zetten. Hij heeft mij als student gevraagd mee te doen. Leuk he?’
Zonder dat ze elkaar aankijken vervolgt hij:
‘Met voorstellingen en films. Hij is leider van een toneelgroep. De dood is het onderwerp. Dagelijks wordt een verse dodenkrant uitgebracht waarin bezoekers kunnen schrijven. Ervaringen, gedachten, noem maar op. James gaf mij twee plekken om in te richten, een crematorium en een lijkenboetiek.’
Ze fronst haar wenkbrouwen.
‘Allemaal speels bedoeld hoor. Theater. Liever geen bloemen gaat het heten.’
Hij merkt dat zijn ogen de foto van zijn moeder met man en kind op haar arm opnieuw zoeken en draait krachtig hij zijn hoofd door naar het raam.
‘Kom een keer kijken.’
Een uur voor de afgesproken tijd zit hij met Het Tibetaanse boek van leven en sterven voor de ingang naast een geparkeerde lijkkoets. Wat hij leest dringt niet echt tot hem door. Waarom interesseert doodzijn hem eigenlijk niet? Door zijn mislukte poging ooit? Omdat alle aandacht en liefde naar Richard ging?
Plotseling ziet hij haar lopen op de brug. Alleen. Hij zet de stoel aan de kant. Hardop leest ze de tekst boven de ingang:
Het leven is de buitenkant van de dood.
‘Nu ga ik dus de binnenkant in’, zegt ze geforceerd vrolijk, ‘maar wel zonder bloemen.’
‘Bang?’, vraagt Menno glimlachend en denkt aan de vragen die hij tijdens dit bezoek zal stellen. Samen passeren ze de lijkkoets. Zij loopt voorop.
Ineens ziet Menno zichzelf lopen, netjes achter zijn moeder en krijgt een rilling. Deze vrouw is een alledaagse bezoeker, terwijl het toch zijn moeder is. Maar…hij voelt niets, geen band, geen ….niets. Zou hij in het ziekenhuis verwisseld zijn? Daarover hoor je weleens vertellen. Hoewel…. aan een vreemde vrouw zou hij zonder problemen elke vraag durven stellen.
‘Wat is dat daar?’, ze wijst schuin omhoog.
‘Dat is de lijkenboetiek!’
‘O ja, daar vertelde jij over.’
Ze wandelen de zelfmoordruimte in, ooit was dit kleedkamer voor het personeel van de fabriek. De rijen lockers staan nog op hun oude plaats, met kastjes vol deuken en roestplekken.
‘Is dit de garderobe?’
‘Nou nee, dit is de kamer van James. Alles naar zijn idee.’
‘Oh. Die heeft ….zelfmoord gepleegd of….?’
‘Nee, nee, deze ruimte heeft hij ingericht! Achter elke deur bevindt zich een suggestie voor zelfdoding. Een foto, soms een miniatuur op de bovenste plank.
Ze verstart een moment.
‘Om iemand op een idee te brengen?’
Zou ze denken aan het moment dat ik een einde aan mijn leven wilde maken? Met moeite trekt ze een deur open die akelig knarst.
‘Nee.. ja, ik bedoel, het laat mogelijkheden zien…. wanneer je ….’
‘Nee maar! Dat is de locomotief van Richard!’
Hij drukt zich tegen haar aan om naar binnen te kijken. Ze doet direct een stap opzij.
‘Nee, nee. Dat is een speelgoedtrein van James, uit zijn jeugd.’
Een volgende deur trekt Menno open en na een uitnodigend gebaar kijkt ze voorzichtig naar binnen. De hele achterwand is bedekt met een grote foto van de zee. Nu, denkt hij.
‘Herinner je je nog die keer in de keuken? Het water dat de spoelbak inspoot en……..’
‘Nee!’, klinkt het, alsof zij hem een klap tegen de mond geeft.
Ze draait weg van de kastenwand en kijkt naar de plek waar bezoekers iets kunnen schrijven voor de Dodenkrant van de volgende dag.
‘Is hier ook ergens iets te drinken?’
Menno knikt richting theehuis, door James melkweg gedoopt. Hij pakt een krant.
‘Je …hebt zo vaak gezegd dat ik op mijn vader lijk. Klinkt altijd negatief. Waarom was je eigenlijk niet op de begrafenis van hem?’
Geforceerd vriendelijk hoort hij zichzelf de vraag stellen.
‘Hoe ..kom je daar zo ineens bij?’ zegt ze krachtig.
Hij weet zo snel niet op haar vraag te reageren. Zwijgend lopen ze de melkweg binnen.
Tegenover elkaar in grote kussens, bedekt met Perzische tapijten is het wachten op de bestelde thee. Menno glimlacht. Het is moeilijk uit de grote zachte kussens op te staan. Hij kan rustig blijven zwijgen en net zo lang wachten tot ze fatsoenlijk antwoord geeft op een vraag van hem.
Zonder begin of eind vult gamelan muziek de ruimte. Hij vertelt over de Dodenkrant van de vorige dag en legt intussen een op haar schoot.
‘Neem mee. Mensen schrijven van alles. Een bezoeker vertelt als kind een moeder gehad te hebben die hem liever niet had zien komen……..’
‘Mmm. Die thee smaakt lekker.’
‘Ja. Ik heb in dit nummer ook iets geschreven. Verlangen heet het.’
‘Jij hebt ook meegeholpen aan de inrichting van deze theetuin?’
‘Met suggesties. Ik had het druk met die lijkenboetiek en dat crematorium.’
Ze knikt en blaast in de thee.
‘Gisteren schreef iemand over gebrek aan moederliefde. Over een moeder die nogal onmenselijk een kind opvoedt zonder het aan te raken waardoor ……….’
Ze onderbreekt hem en zegt voldoende meegemaakt te hebben in dit dodenhuis. De krant legt ze op de tafel en staat zonder hulp van Menno op.
Teleurgesteld loopt hij naast haar, richting uitgang. Bij de lijkkoets zien ze dat het buiten is gaan regenen. Hij maakt een uitnodigend gebaar op de bok. Boven trekt ze haar rok naar zich toe en schuift iets opzij.
Hij ziet de foto op de muur voor zich van haar eerste man en Richard op de arm. Hij schraapt zijn keel.
‘Wat ik je al lang….….’
Zijn stem wordt schor en zijn keel lijkt dicht. Uit een ooghoek ziet hij dat ze grabbelt in haar tas. Na een paar keer slikken en een diepe zucht, klinkt het zacht:
‘Ik wil ..vragen …. was je blij dat ik geboren werd?’
Een lange stilte volgt. Beide kijken recht vooruit.
‘Is het daarom ……. dat je me nooit …….. ?’
Hij wil over liefde beginnen, over zijn verlangen geknuffeld te worden. Maar iets blokkeert het geluid uit zijn keel.
In stilte staren ze naar buiten, naar een gordijn van regen.
Twee meisjes verschijnen op de brug. Door de wind klapt de paraplu tussen hen in omhoog. Binnen passeren ze giebelend de koets terwijl buiten
haar transport verschijnt. Hij wil helpen, springt van de bok.
‘Doe geen moeite, ik red me.’
In de deuropening haalt ze uit haar tas een paraplu.
Nu denkt Menno, nu…… vooruit! Durf jongen!
‘Het is …..het is wachten op jouw dood……’
Zonder het hoofd naar hem toe te draaien klinkt het losjes uit haar mond:
‘Mijn dood? Denk je dat zoiets werkelijk verandering brengt?’
Ze duikt onder de uitgeklapte paraplu.
9
Het gaspedaal trapt Menno flink in op weg naar Amsterdam. Het volledige programmateam dineert traditiegetrouw samen en hij mag daarbij vandaag zeker niet ontbreken.
Thuis haalt hij uit de kast een doos met familie foto’s en stort die uit over de tafel. Hij schuift, graait, zoekt en na verloop van tijd ontdekt hij met een glimlach een oude zwart wit foto: het beeldvullend gezicht van Richard, die hem recht in het gezicht aankijkt. Het is de foto die hij meegenomen heeft uit het toilet bij Jane in Melbourne.
Alle wanden zijn behangen met ansichtkaarten, bidprentjes, cartoons, familiefoto’s en weiwater bakjes in allerlei vormen en maten. Een speurtocht naar een foto van zijn vader levert niets op.
Veel toiletten in Nederland zagen er vergelijkbaar uit in de tijd dat Jane emigreerde. Ze nam de trend mee en heeft die bewaard.
Ongewild bewegen zijn ogen telkens naar een foto naast de spiegel. Jane danst samen met Richard op een schoolfeest, als een verliefd stelletje. Die twee hadden ook een soort verhouding, daar ben ik van overtuigd.
In de huiskamer die uitzicht biedt op een grote tuin gaan de lampjes in de kerstboom en voor het raam in een keer aan. Hij kijkt naar een groot schilderij dat nog een laatste streep daglicht opvangt. Een opgeblazen vrouwenpop, een Nana in gescheurd ondergoed met de benen wijd ligt half op een sofa. Ze leunt met een arm tegen een tafeltje. Ready to go is de titel. Menno glimlacht, de grote schaamlippen nodigen overduidelijk uit tot een bezoek.
Hij draait een halve slag en kijkt naar een ander schilderij, precies even groot dat hem eerder was opgevallen. Met minder licht krijgt het iets spannends. Het stelt een point of view voor vanuit Nana’s vagina: kleine Nana’s buitelen in het rond, in een mallotig absurde kermis: Looking for love.
‘Je moet vooral ons zwembad niet vergeten.’
Menno draait zich om en terwijl hij aanschuift aan de eettafel zegt hij:
‘Kijk Jane, zodra water in mijn neus komt raak ik in paniek. Ik heb dan het gevoel geen adem meer te kunnen halen.’
‘Je gaat niet zeggen dat je nooit zwemt?’
‘Jouw lieve vriendje van vroeger was zo vriendelijk mijn hoofd onder de kraan te houden wanneer ik lastig was…… lastig in zijn ogen of in die van mijn moeder. Hij voerde in ieder geval de actie uit.’
Ze kijkt hem met grote ogen aan.
‘Afkoelen zei hij dan. De waterstraal spoot mijn neus in … mijn oren, ik dacht dat ik stikte.’
Haar ogen worden nog groter.
‘Je herinnert je dat misschien nog wel. Gebeurde altijd voor straf. Proost.’
De blik van Jane beweegt onrustig over de tafel. Ze schenkt wijn bij.
‘Wat je ….. Menno, ik ….nee..’, schudt het hoofd, ‘..dat verzin je. Dat zou hij nooit doen. Weet ik zeker. Dat .… komt ergens anders vandaan … heb je gedroomd of …. misschien een excuus omdat je niet kunt zwemmen?’
Opnieuw draait ze met haar vinger over de rand van het glas, dit keer sneller. Het geluid van het glas blijft uit.
Ze staat op en loopt naar een hoek van de kamer.
‘Herinneringen geven zelden het volledige verhaal. Wat je vertelt … jouw lezing is vervormd. Door veranderingen in je leven.’
Zacht, op de achtergrond klinkt een kerstkoor.
‘Onzin. Misschien schrik je omdat je mede schuldig bent. Je kwam vaak op bezoek.’
Weer aan tafel heeft ze zich hersteld.
‘Bedoel je echt dat ik schuldig ben? Meen je dat echt? Hoe kan ik volgens jou iets gemerkt hebben?’
Hij drukt zijn lippen op elkaar. Vanuit een ooghoek ziet hij dat ze naar hem kijkt.
‘Je gaat te ver. Denk je dat ik ook maar iets geweten heb van ….. en stel dat…? Ik ging, ik ga nog steeds uit van …jullie sterke band als broers ondanks, nee… dankzij dat leeftijdsverschil.’
‘Een katholiek komt altijd op geen schuld uit’, zegt hij losjes tussen twee happen door.
Opnieuw verdwijnt Jane naar de hoek. De muziek klinkt iets luider.
‘Het is toch niet zo dat je een verre reis maakt om vervelende dingen te komen zeggen? Mij beschuldigen omdat ik geen informatie over je vader kan geven.’
‘Sorry Jane, sorry ….ik …..’
Ze loopt de kamer uit. Menno vult de glazen. Hoe krijgt hij de sfeer van het begin terug? Hij wrijft over zijn gezicht. Een van de drie kaarsen is scheef gezakt en hij zet hem voorzichtig recht.
Iets aardigs zeggen nu, doet er niet toe wat. Aanbieden helpen de tafel af te ruimen…nee, dan geeft hij de opmaat voor een gesprek over rolpatronen.
Hij staart in een brandende kaars. Een andere kaars ziet hij uit zijn ooghoek weer scheef zakken. Kaarsvet helpt niet.
Met de frisheid van eerder die avond verschijnt Jane plotseling in de deuropening. Ze loopt wiegend als een ouvreuse in de pauze van een film met een houten kaasplateau naar de tafel. Zijn ogen bewegen vanzelf naar de spleet tussen haar borsten. Aan een zilveren ketting hangt een kleine groene steen.
‘Prachtig he? Je weet dat niet vermoed ik, maar deze edelsteen gaf jouw broer me cadeau bij ons vertrek.’
Hij neemt een slok wijn, staat op en pakt een blokje kaas met een rood wit blauw vlaggetje aan de prikker, loopt daarna naar de kerstboom.
In zijn fantasie rukt hij de halsband van haar nek en slingert die de tuin in. In de kerstboom hangen veel teveel ballen. En de piek op de top staat scheef.
‘Het is me opgevallen dat jullie kunstminnaars zijn’, zegt hij kalm.
Jane staat ineens naast hem.
‘Die twee schilderijen? Kochten we lang geleden op een tentoonstelling in Sydney. Prachtig die barende vrouw die zichzelf op het andere doek vanuit haar vagina ter wereld brengt. In veelvoud. Ze horen echt bij elkaar vind je niet?’
‘Binnen blijven‘, mijn titel.’
Na een korte stilte schieten beide in de lach. Hij steekt zijn hand uit om haar te helpen met de derde kaars die maar niet wil branden. Ze schudt haar hoofd en begint het lontje los te pulken met een nagel.
‘Wil je soms iets sterkers drinken?’
‘Graag. Whiskey alsjeblieft.’
Hij krijgt zin de handen om haar nek te leggen en dwingend alles wat zij weet over zijn ader uit haar te knijpen. Ze wil zich natuurlijk bevrijden waarna ze al worstelend tegen de kerstboom vallen. Zij scheurt haar jurk. Boom valt om, samen ploffen ze op prikkende stekels ……
Achter hem klinken voetstappen. Een tekening schuift voor zijn gezicht. Met het papier in de hand zoekt hij een stoel. Whiskey staat te wachten.
‘Dit is de sterrenhemel op het moment van jouw geboorte.’
‘Ah zo! Knap zeg. Het lijkt wel een kunstwerk. Jij weet nu alles van mij, begrijp ik dat ….goed?’
‘Ach’, zegt ze lachend, ‘gezien de plaats van Venus moet jij voortdurend problemen met het andere geslacht hebben.’
‘Haal je die informatie uit de tekening?’, vraagt Menno na geruime tijd het papier bestudeerd te hebben zonder te begrijpen wat alles betekent.
‘Een kwestie van combineren. Kijk. Volgens jouw horoscoop draait bij jou alles om een spanningsveld van verbondenheid. Of kort gezegd: een verbroken verbinding met jezelf. Heftig, en gezien jouw jeugd zonder vader en met een moeder die…..’
Menno krijgt moeite zich te concentreren.
‘Laat me het uitleggen. Verbroken betekent dat je gevoel is afgesloten van binnen uit. Dat merk je zelf niet op; komt door de ontstane verharding zie je. Je leeft als het ware voortdurend vanuit de wil van iemand anders. Jij moet oude kettingen loslaten en verbindingen opnieuw opstarten want ……’
Haar woorden beginnen hem te duizelen. Aantekeningen maken? Verbonden, verbroken verbindingen, opnieuw verbinden, haar ketting…..…opstarten?
‘Transformeren is het beste woord. Dat proces past trouwens goed in dit Waterman tijdperk.’
Ze vindt zichzelf een autoriteit in oncontroleerbare zaken! Tijd voor meer drank. De wil van een ander ………..dat klinkt vertrouwd. Op dit moment praat ik vanuit haar wil ….. je moet dit…. oh ja? …moet ik dat?
Hij ziet haar onderzoekende blik. Bereidt ze een aanval voor? Omdat hij iets in de gaten heeft over haar jeugdliefde? Niets verkeerds over Richard, pas op! Ik ga straks geketend worden. Onder haar jurk bungelen als kerstklokjes, de handboeien.
Hij staart naar een bal in de boom. De piek staat nog steeds scheef. Daar moet iets aan gedaan worden. Na een paar gevaarlijke pogingen geeft hij het op: telkens wijst de punt in een andere richting.
Het is duidelijk. Via de horoscoop heeft zij hem leren kennen. Hij knikt en wandelt met zijn glas whiskey de tuin in.
Die glimlach van haar….ze laat voortdurend haar macht zien als kenner van een spiritueel universum. Hij kijkt naar de sterrenhemel, laat zich voorzichtig in een tuinstoel zakken.
Volkomen onverwacht voelt hij handen rond zijn nek. Duimen drukken flink in zijn huid gevolgd door knijpen en kneden. Op zich vind ik dit wel lekker. Hij sluit de ogen.
‘Geniet van de massage. Ik zal proberen wat stijve spieren los te maken.’
Het knijpen stopt en hij hoort het geluid van de ketting die op tafel wordt gelegd. Daarna zetten de handen het werk voort. Ze drukt zijn hoofd naar voren en Menno opent de ogen. Halssnoer en steen lijken opeens heel groot.
‘Auw!’
Na ongeveer een minuut schat hij, geeft ze een paar slagen op de rug. Zegt dat de spieren moeilijk los zijn te krijgen en stelt voor naar binnen te gaan.
Ze dropt de ketting op de salontafel. In een fauteuil blijft zijn blik onafgebroken gericht op het snoer, de halsband.
‘Praat je soms makkelijker wanneer ik hem weer om hang?’
Dit is een krankzinnige vraag! Ketting en steen moeten onder luid geschreeuw naar buiten geslingerd worden en de eerste de beste automobilist kan daar overheen rijden. Gruis ervan maken! Rustig. Vrede en welbehagen, kerstmis is nog niet ten einde.
Hij glimlacht wanneer Jane het glas voorziet van een nieuwe bodem.
Die vervloekte ketting. Het begint licht te draaien in het hoofd. Met moeite komt hij uit de lage stoel om een stuk kaas met vlag te pakken. Hij schuift de bak met ijs zodanig dat haar afscheidscadeau daarachter verdwijnt.
‘Jouw moeder…. hoe zal ik het zeggen… gaf zij soms de opdracht…….…….…’
‘Tot mishandeling’, mompelt hij en zet het glas met een klap op tafel. Hij heeft behoefte aan frisse lucht maar beeldvullend verschijnt plotseling de jurk van Jane.
Vermanend klinkt het
‘Heb je in je leven wel eens stilgestaan bij wat Richard als oudere broer voor jou gedaan heeft? Met welke zware verantwoordelijkheid tante hem als plaatsvervangend vader heeft belast? Je wentelt je in een slachtofferschap neef …..uit de oude wereld!’
Stijf drukt hij de lippen op elkaar. Dit is een scherpe aanval.
‘Denk aan wat ik eerder zei over herstellen van een verstoorde verbinding’, klinkt het op vriendelijke toon.
Voor Menno begint de kamer lichtjes te bewegen.
‘Ga op zoek naar je gevoel ……. dat mis je..tante heeft jou…..je lijkt wel een lege huls!’
De twee laatste woorden pingpongen in zijn hoofd. Hij stoot tegen de schaal bij een poging het glas op te pakken. Ketting met steen kletteren op de plavuizen vloer.
‘Lege …. huls……?’, fluistert hij, ‘jouw tante greep niet in toen jouw vriendje mij liet stikken onder de kraan … begrijp je dat, verre nicht ….. een moeder die niet ingrijpt….!’
In een keer leegt Menno zijn glas. Straks zegt ze dat hij dat trauma zelf heeft gekozen voor zijn geboorte in een vorig leven. Dat het zijn schuld is dat hij geboren werd uit die vrouw…!
De rubberen Nana’s verschijnen plotseling overal in de kamer. Hij wil erin knijpen. Piepen moeten ze, piepen van pijn. En Jane op een stoel, vastgebonden met slingers en kerstlinten. Zo zal ze naar hem luisteren. Met twee schilderijen door haar hoofd, haar polsen vast met de ketting, een brandende kaars uit de mond, kerstballen aan de oren, piek in het haar. In die uitdossing van verbonden missionaris met verbindende liefde kan ze als katholieke verschijning zich verbonden voelen met de hemel!
Nadat Menno zich heeft opgedrukt grabbelt hij de ketting van de vloer. Over haar hoofd moet die ketting! Zwaar ademend pakt hij haar beet en drukt het lichaam zo stevig als het kan tegen het zijne.
Hij hapt in het vlees van haar hals, zonder te bijten. Ze slaakt een kreet waarna hij de plek driftig likt en zoent. Dan stoot hij haar in een keer van zich af. Ze wankelt, valt op een stoel.
‘Ik wil niet dat ik je pijn heb gedaan Jane…maar …. jouw lieve tante vermoordde als voorstelling net geboren katjes… als show……… maar, maak je over mij geen zorgen als …… lege huls. ….nee, blijf zitten!’
Met moeite loopt Menno de kamer uit, richting zwembad. Hij hoort Jane zijn naam roepen. Hij mompelt dat hij de lege huls gaat vullen.
Bij de rand van het bad hapt hij naar lucht en knijpt de neus dicht. Daarna sluit hij de ogen. Voordat hij een voet naar voren kan steken voelt hij armen om zijn middel.
‘Ik snap het, ik voel het’, klinkt het zacht in zijn oor.
10
Een half uur voor de uitzending loopt Menno in de gang van het omroepcomplex richting kantine. Hij voelt zich stevig in zijn schoenen staan. De verdwijntruc voor vanavond heeft hij in de kleedkamer voor de spiegel goed kunnen repeteren. Aan een tafeltje, achter een kop koffie ziet hij Richard zitten. Ze kijken elkaar van ver een kort moment aan waarna de bekende grijns op zijn gezicht van zijn broer verschijnt.
Met een draaiboek in de hand loopt hij losjes naar hem toe.
‘Grappig dat Chris vanmiddag langskwam.’
‘Oh. Hee. Hij is dus toch…… grappig ja.’
Menno buigt zich voorover en fluistert:
‘We zien elkaar vanavond voor het eerst. O.k.?’
‘Oh. Ja. Verstandig, ja ja.’
Bij de make-up neemt hij in gedachten de afspraak met de editor nog een keer door. De man deed niet moeilijk over het omzeilen van de eindredacteur.
Hij ziet in de spiegel de regisseur kordaat de kamer inlopen en op zijn kleding wijzen.
‘Jullie dragen allebei een licht colbert. Trek jij iets donkers aan Menno anders contrasteer je in beeld niet voldoende met je gast. Verder wens ik je succes bij je eerste optreden.’
In de kleedkamer bij het aantrekken van een ander colbert denkt hij glimlachend aan de truc die hij in zijn tienertijd in de tuin uitvoerde.
Richard zat op zondagochtend te studeren met zijn voeten op de tafel. Het was mooi weer. Niemand thuis. Zorgvuldig had hij een eenvoudige goocheltruc ingestudeerd die niet fout kon gaan. Die verkoper had gelijk toen hij deze goochelact een magisch wonder noemde. Wat was dat een vreemde kerel.
‘Wat zoek je?’, vroeg hij.
Zijn stem was zacht, hij lachte geheimzinnig. Het doel, het gek maken van zijn broer had hij deze duistere figuur niet verteld, dat ging niemand wat aan. Als een jong broekie met een truc wraak nemen, wie snapt dat?
Indrukwekkend de vitrines met bekers, ballen, touw, munten, ringen. Tekeningen met strepen en kreten, uitpuilende ogen. Een vinger in een guillotine, veel bloed spatte in het rond. Helaas ernaast was de vinger weer heel. Allemaal niet wat hij zocht. Uiteindelijk werd het een simpele truc met kaarten, enveloppen en blinddoek.
Verstandig was het geweest geen vriend erbij te vragen. Grote broer zou direct denken aan een afspraak of een samenzwering. Precies op de vier verschillend gekleurde kaarten liep een streep zonlicht. Hij schraapte zijn keel. Richard keek verbaasd naar de uitstalling.
‘Ik doe een goocheltruc ……. speciaal voor jou. Het duurt niet lang.’
Zijn stem klonk een beetje schor en onnatuurlijk hoog.
‘Een goocheltruc? Goochel jij? O ja, jij goochelt tegenwoordig.’
Direct was hij van slag. Hoe wist hij iets over goochelen? Hij zal toch niet op mijn kamer zijn geweest? Alle spullen onderzocht? Met nee, nee, onzin maande hij zich tot kalmte. De reden was natuurlijk dat nooit iemand mocht denken dat hij iets niet zou weten! En als slaaf van hem helemaal niet.
‘Als het inderdaad niet lang duurt, o.k. dan.’
Met de blinddoek om draaide Richard hem op zijn verzoek een paar keer rond en trok de doek nog strakker aan. Hij wilde het uitschreeuwen van pijn maar hield de kaken stijf op elkaar.
‘Doe je hemd uit dan kan ik zien of je iets aan de armen of op het lichaam verbergt.’
‘Zal ik mijn broek ook uittrekken?’
‘Nee, dat is niet nodig, ik kom er zo wel achter’, de stem klonk krachtig en zelfverzekerd.
Op het moment dat het tijd was de kleur van de gekozen kaart te noemen trilden zijn benen onnatuurlijk heftig.
‘Geel!’
In een keer rukte hij de blinddoek van het hoofd en zag de gele kaart uit de envelop komen. In een flits ving hij een glimp van het stomverbaasde gezicht van zijn broer op. Het leek een van de tekeningen in de studio.
Na een lange stilte volgde een commando.
‘Nog een keer!’
Hij dacht razendsnel na: de truc was eindeloos herhaalbaar, precies zoals die goochelverkoper had gezegd. Maar in het voorwoord van het boek stond dat het nooit verstandig is een nummer direct opnieuw te vertonen. Zo snel mogelijk moest hij weg, terug naar zijn kamer. De pen op tafel bracht hem op een idee.
‘Zet voor de zekerheid je handtekening op de kaart die je kiest.’
Het was even stil. Dan klinkt het:
‘Nee nee, wacht even…..niet opnieuw. Eigenlijk is dit hele gedoe nogal flauw.’
Menno kreeg blinddoek, mapjes en kaarten in zijn handen gedrukt.
‘Ik weet iets beters. Je gaat me vertellen hoe het werkt.’
Met deze dreiging had Menno geen rekening gehouden.
‘Vertel. Vertel op!!’
Wat hij ook doet, al martelt hij me tot ik dood ben, ik vertel het geheim niet, nooit never!! Met alle spullen rende hij naar zijn kamer. Onderweg gleden kaarten en mapjes uit de doek. Binnen draaide hij bevend de sleutel om.
Na een harde bons op de deur was het geruime tijd stil. Op de overloop klonken geluiden die hij niet kon thuisbrengen.
‘Als echte goochelaar kun je kapotte dingen natuurlijk heel maken. Leg je oor maar tegen de deur.’
Met tegenzin volgde Menno dit commando op. Met de blinddoek veegde hij het zweet van zijn voorhoofd. Even later opende hij voorzichtig de deur en zag snippers van verscheurde enveloppen en kaarten, verspreid over de grond.
Menno verlaat de kleedkamer en loopt naar de studio. Hij ziet zichzelf nog voor het raam in zijn kamer staan. Nog steeds weet hij niet of die poging tot wraak echt gelukt was. Hij zag hem daarna gewoon weer verder studeren alsof er niets was gebeurd. Hoe diep zou ik hem toen hebben geraakt?
11
De fraude is het laatste onderwerp in de live uitzending. Zwijgend kijken ze naar de beelden op de monitor. Menno stelt rustig de eerste vraag van het lijstje van de eindredacteur.
‘Hoe heeft het zover kunnen komen?’
Precies volgens verwachting rolt het antwoord van zijn broer gladjes de mond uit. Hem onderbreken doet Menno niet, knikt alleen nu en dan. Hij vervolgt rustig met de opgedragen vragen terwijl hij de studioklok in de gaten houdt.
Zodra de afgesproken tijd met de editor aanbreekt begint hij met de uitvoering van zijn plan.
‘Voelt u zich door al deze interne corruptie en frauduleuze handelingen schuldig?’
De directeur aarzelt. Voor de kijkers is duidelijk te zien dat de directeur verrast is door deze vraag. Menno laat intussen de pasfoto aan Richard zien. in de palm van zijn hand. Daarna verscheurt hij de foto terwijl hij de vraag kort herhaalt en zijn broer onafgebroken blijft aankijken. De snippers propt hij in een vuist, waarna hij de handen samenbrengt en beide langzaam opent. Alles is verdwenen. In zijn oor klinkt de stem van de eindreacteur die aandringt zich aan de vragenlijst te houden.
‘Schuldig?’
Met kleine onderbrekingen blijft de directeur om de vraag heen draaien.
‘Dus niet schuldig!?
In zijn oor hoort Menno voor de tweede keer de eindredacteur. Op het gezicht van Richard verschijnt ineens een grijns en vriendelijk antwoordt hij:
‘We zijn allemaal op zijn tijd schuldig. Zowel iemand die een ander misleidt als de ander die zich laat misleiden. Zowel leugenaars als goedgelovigen. Zowel directeuren als journalisten. Van fouten leren wij. Of niet natuurlijk.’
Het commando het gesprek af te ronden hoort Menno. Slotmuziek klinkt. Spots dimmen, het werklicht in de studio floept aan.
Zonder iets te zeggen staat Richard op, drukt zich vreemd tegen Menno aan en sist:
‘Kijk je zakken na. Je moet niet denken dat jij de enige bent die trucjes uithaalt’, waarna hij zich omdraait en de eindredacteur tegemoet loopt. Het tweetal schudt de handen en verlaat de studio.
Menno blijft alleen achter en onderzoekt grondig alle zakken maar vindt niets.
In de auto naar huis volgt een ontlading. Ondanks de vermanende woorden van de eindredacteur heeft hij een tevreden gevoel, blij dat niemand iets gezien heeft. Hoezo zakken nakijken? Als directeur wil hij net als vroeger het laatste woord! Restje van een oud patroon.
Het zou leuk zijn wanneer hij nu zijn hoofd pijnigt hoe ik zijn foto liet verdwijnen. Dat hij zich afvraagt: waar is mijn hoofd toch gebleven? Hoewel…..Zou hij na het verlaten van de studio nog ooit nadenken over het waarom van zijn actie? Voor zover Menno zich kan herinneren heeft hij nog nooit een moment over iets van hem nagedacht.
Thuis voor de kast met kleren controleert hij ook het andere jasje. Verrassend komt een envelop uit een zijzak. Na het openscheuren iziet hij iets blauws zitten. Verbaasd haalt hij een puzzelstuk tevoorschijn samen met een velletje papier. De opdracht kwam van moeder. Ik deed het met tegenzin. Sorry.
Joop Brussee
april 2026

Ontdek meer van joopbrussee.com
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.