Kampen

Opa, vraagt de jongen,
in welk kamp zit jij?

De man kijkt naar links, kijkt naar rechts.
Kijkt in de verte.

Hij staart.

Broer 1 of broer 2.
Moeder zus of broeder nee.
Kleur warm of kleur blauw.
Ik haat je, ik hou van jou.

Lusten of lasten.
Gulzig of vasten.
Happy of lijden.
Alleen of toch beide.

Stap in of stap uit.
Naar achter, of toch vooruit.
Sullende lullen of kijvende wijven.
Warme woorden of lekkere lijven.

De jongen wacht.
De man aarzelt en …. lacht.

Goede kampen, zegt hij,
ik ken er geen.
In elk kamp, weet je
zet ik nooit meer dan 1 been.



december 2023


Ontdek meer van joopbrussee.com

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.