wie van de twee
Zondagmiddag. Het opleidingscentrum is gesloten. Binnen loop ik naar boven. Het gekraak van de trap verbreekt de stilte.
Nadat ik in mijn kamer achter de computer zit hoor ik plotseling beneden een geluid.

Direct denk ik aan iemand van de bewaking. Het gebeurt regelmatig dat een bewaker ineens verschijnt voor inspectie op tijden die mij niet bekend zijn.
De trap kraakt opnieuw. Komt de man mijn kant op? Sleutels rammelen. De deur van mijn kamer staat open maar vanaf het begin van de gang is dat niet te zien. Dus geen probleem. Daarbij: ik ken alle bewakers.
Na enige tijd valt mij op dat ik geen geluid meer hoor. Vreemd. Blijft de bewaker altijd zo lang in een kamer?
Gezien het gerammel moet hij zich aan de andere kant van de gang bevinden waar kamers liggen van de directeur, haar assistente, de adjunct en het productiebureau. Allemaal bemand door vrouwen.
Op de gang schijnen regelmatig ordinaire ruzies voor te komen. Machtsstrijd op de vrouwenvleugel heb ik dat eens gekscherend genoemd.
De rammelende sleutels klinken opnieuw. Het lijkt op een deur die wordt afgesloten. Kort daarna volgt opnieuw het geluid van opendraaien.
Ik stop met het werk. Het denken over die lange tijd in de eerste kamer leidt mij af. Is het misschien niet de bewaking? Maar wie dan wel? Wie bezoekt op zondag dit gebouw met de bedoeling kamers binnen te gaan? Een inbreker? Onzin.
Een van de directieleden misschien? Op inspectie. Niet onmogelijk. Het lukt me niet de concentratie bij het werk terug te brengen.
Stel je voor dat een van die twee topvrouwen de ander bespioneert? Wie zou dat dan zijn? Bekend is de strijd op alle fronten, van huilpartijen tot het elkaar aftroeven met de nieuwste kledingtrend.
De een vetrouwt de ander niet en andersom. Wie van de twee…….?
Voor de derde keer hoor ik de sleutelbos, nu duidelijk harder en aardig dichterbij. Weer gaat een deur open. Dat moet het productiebureau zijn.
Mijn hart begint sneller te kloppen. Straks kan een van die twee in de deuropening verschijnen en weet op dat moment dat ik het gerammel heb gehoord. En wat zal dat voor gevolg…….nu opstaan en kijken? Nee. Dat had ik meteen moeten doen.
Stel, het is de directeur. Door de druk van twee bestuursleden in de sollicitatie commissie kon ik niet anders dan met haar benoeming instemmen.
Twee stagiaires kregen net als ik in de gaten dat ze van weinig dingen verstand heeft. Ook dat niveau bij haar ontbreekt. Vertrouwelijk vertelde het tweetal mij dat de directeur in hun ogen brutaal bluft. Ze waren verbaasd dat zo’n dom persoon op deze positie terecht kan komen.
Zelf ontwijk ik haar zo veel mogelijk. Mijn werk doe ik met plezier en dat wil ik zo houden. Het is nog steeds doodstil. Het bezoek in die laatste kamer duurt wel heel lang.
Als de spion de adjunct is, dan …… is zij bezig om een coup te plegen? Zelf de baas te worden. In tegenstelling tot de directeur heeft zij stevige wortels binnen de omroep als producer. Ze kent het televisie wereldje.
In haar buurt word ik altijd licht nerveus: ze kijkt je aan met grote ogen die weigeren te knipperen. Samen met een sterk opgeblazen uitstraling zorgt dat voor een onaangenaam spanningsveld rondom haar. Ook haar ga ik zoveel mogelijk uit de weg.
De huidige directeur is in de vorige baan begonnen als secretaresse. Haar baas heeft zij via het bestuur eruit weten te werken om daarna zijn plaats in te nemen. Dus …… misschien is zij bang dat haar nu hetzelfde overkomt? Niet onmogelijk.
Dat pleit ervoor dat het toch de directeur is die alle kamers inspecteert. Zekerheid wil dat niemand aan de kant van de adjunct staat.
Opnieuw een geluid. De rammelende sleutelbos klinkt als het op slot doen van de derde deur. Voetstappen. Dan klinkt het kraken van de trap.
Ik slaak een zucht. Deze actie krijgt geen moeilijk of vervelend vervolg. Met een klap valt de buitendeur dicht. Waar was ik met mijn werk gebleven?
Op het moment dat het tweetal uit mijn hoofd is hoor ik opnieuw de buitendeur. De bezoeker heeft iets vergeten? Of is het de ander ….. nee, nee, dit is geen film. Het fantaseren moet stoppen.
Ik sta op en loop de kamer uit. Op de overloop hou ik in, probeer te traceren of ergens nog geluid vandaan komt. Misschien was het allemaal verbeelding.
Mijn blik valt op het merkteken beneden op de vloer in de kantine. Met tape heeft een collega daar kortgeleden een kruis aangebracht. Het is de plek waar de twee directie dames elkaar demonstratief omhelsden en zoenden. Een lachwekkende en onsmakelijke show voor het personeel.
‘Goedemiddag’, klinkt het achter mij. Snel draai ik me om. Het is een van de bewakers.
Mogelijk heeft hij gezien wie zojuist het pand verliet. Ik groet hem en denk: als ik vrouwelijke nieuwsgierig ben stel ik hem een vraag.
mei 2020

uit: Los
leve de anekdote

Ontdek meer van joopbrussee.com
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.